Verenigde Staten bezuinigen flink op voedselhulp

In pogingen om het stijgende begrotingstekort terug te dringen bezuinigt de Amerikaanse regering allereerst op buitenlandse voedselhulp. Dat zeggen vertegenwoordigers van hulporganisaties in The New York Times.

De bezuiniging op voedselhulp zou alleen al in november en december honderd miljoen dollar bedragen. De maatregel komt op een moment dat het aantal voedselcrises erg groot is en vrijwel alle voedselprogramma's kampen met tekorten. De VS hebben dit jaar een recordbegrotingstekort van 413 miljard dollar.

Hulporganisaties als Save the Children en Catholic Relief Services klagen in The New York Times dat ze veel voedselprogramma's hebben moeten schrappen of opschorten. In de meeste gevallen gaat het om programma's die al door de regering waren goedgekeurd. De hulporganisaties hadden al personeel ingehuurd voor de programma's en contracten getekend met regeringen en lokale partners.

De bezuinigingen treffen vooral programma's die mensen in arme landen helpen de voedselproductie te vergroten en voor zichzelf te zorgen. De Amerikaanse voedselhulp was altijd al vooral gericht op noodsituaties. Die nadruk op noodhulp wordt door de bezuinigingen nog versterkt.

Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties heeft gisteren gewaarschuwd dat veel arme mensen in zuidelijk Afrika met een lege maag het nieuwe jaar ingaan. De organisatie heeft de voedselhulp aan 2,8 miljoen mensen de afgelopen zes maanden al steeds verder verminderd bij gebrek aan middelen. De rantsoenen zullen de komende maanden nog verder moeten worden teruggebracht. ,,Dat zal ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van miljoenen mensen'', zei regionaal directeur Mike Sackett in een brandbrief.

Het Wereldvoedselprogramma heeft in oktober aangekondigd dat het de komende drie jaar 404 miljoen dollar nodig heeft voor voedselhulp in Lesotho, Malawi, Mozambique, Swaziland en Zambia. Tot nu toe heeft het niet meer dan ruim 10 miljoen dollar ontvangen: van Nederland (3,4 miljoen dollar), Japan (3,1 miljoen), de Europese Unie (2,8 miljoen) en Zwitserland (750.000).

De Verenigde Staten zijn van oudsher verreweg de grootste donor van het Wereldvoedselprogramma. Critici zeggen dat de VS voedselhulp vaak gebruiken om voedseloverschotten te dumpen, waardoor de lokale voedselproductie wordt ondermijnd.