`Tsjechov past niet meer bij deze tijd'

In de Amsterdamse Stadsschouwburg werd gistermiddag middels een forum het 100e sterfjaar van Russische schrijver Anton Tsjechov herdacht.

Traag en in gemoedelijke landerigheid, als een toneelstuk van Tsjechov, was de middag voorbijgekropen, toen om half vijf eindelijk de vlam in de pan sloeg. Voor een publiek van zo'n honderd liefhebbers, die gisteren de Tsjechovmiddag in de Amsterdamse Stadsschouwburg bijwoonde, verdedigde dramaturg Tom Blokdijk de stelling dat het toneelwerk van de Russische schrijver helemaal niet bij deze tijd past en daarom niet opgevoerd zou moeten worden. Dat dit toch steeds gebeurt, duidt volgens Blokdijk op de verwording van het toneel.

Volgens Blokdijk wemelt het toneelwerk van Anton Tsjechov (1960-1904) van de teleurgestelde intellectuelen, mensen zonder realiteitszin: ,,Ze houden vast aan een droombeeld en zijn daardoor de smid van hun eigen ongeluk.'' Tsjechov past het beste bij een stagnerende maatschappij, terwijl onze maatschappij ,,als een raket vooruitschiet.''

Teleurgestelde wereldverbeteraars zijn volgens Blokdijk uitgestorven. Er komt nu juist een nieuwe groep jongeren op die zich verzet tegen het stellen van kwantiteit in de maatschappij boven kwaliteit. ,,Moeten wij die jongeren nu al met Tsjechovs desillusies gaan ontmoedigen?'' Volgens Blokdijk zien we toch graag Tsjechov omdat wij willen geloven dat ook wij van die kwijnende dromers zijn: ,,O, wat zijn wij graag dat kleine zigeunerjongetje met die biggelende traan. Tsjechov biedt ons balsem om de wonden te helen die we zelf zorgvuldig openhouden.'' Escapisme dus, terwijl theater zich zou moeten verhouden tot de maatschappij.

Blokdijks opponent, regisseur Olivier Provily, wees op het feit dat Tsjechovs personages zich hevig verzetten tegen alles wat nieuw is. Dat conservatisme herkent hij juist wel in deze tijd. Ellen Walraven, dramaturg van `t Barre Land, bestreed de stelling dat mensen naar theater zouden gaan om weg te dromen: ,,Bij een toneelstuk van De Onderneming over Hannah Arendt laatst zat de hele zaal driftig aantekeningen te maken. Zingeving; daar zijn veel mensen nu mee bezig, daarom gaan ze naar het theater.''