Toe, herverdeel nog wat

Wat leest Geert Wilders deze kerst? Wat vinden de Tokkies onder de boom? Zestien recensenten van de bijlage Boeken geven een boek cadeau aan Nederlanders die in 2004 in het nieuws waren.

Altijd lezen wat je tegenstander schrijft, dat is een belangrijke les voor politieke activisten. Bart Jan Spruyt, directeur van de conservatieve Edmund Burke Stichting, kan dit boek van zijn progressieve tegenhanger, de directeur van de Wiardi Beckman Stichting, niet ongelezen laten. Spruyt klaagt immers op hoge toon de `leegte van links' aan. Vorig jaar al schreef hij (in Trouw) dat na het `mislukte experiment' van de herverdeling van inkomen, macht, kennis en bezit in de jaren zeventig, het progressieve denken was komen stil te liggen. `Misschien heeft links wel ideeën', schreef hij, `en is het er vooral in geslaagd die zorgvuldig geheim te houden. Misschien zijn die er ook niet. Laten ze dan Jacques de Kadt en de Oude Drees eens gaan lezen, en dan nog eens terugkomen voor een zakelijke en serieuze discussie'.

Hoe aangenaam moet het dus voor hem zijn om een serieus boek te lezen van een linkse intellectueel die vol overtuiging op de idealen van de jaren zeventig teruggrijpt (inclusief Uyliaanse herverdelingsambities), en die bovendien sterk is beïnvloed door De Kadt. Het is Bart Jan Spruyt misschien ontgaan, maar progressieven als Kalma, Havenaar, Tromp (en ondergetekende) zijn nooit opgehouden om De Kadt te lezen en van hem te leren. Femke Halsema is zelfs een verklaarde De Kadt-fan. Columnist J.L. Heldring raadde Wouter Bos onlangs aan om De Kadt maar eens ter hand te nemen, zodat hij in de confrontatie met het neoconservatisme beter beslagen ten ijs zou komen.

Kalma laat zien dat links helemaal niet zo leeg is. Met het individualistische cultuursocialisme van De Kadt (en Den Uyl) als vertrekpunt, geeft dit boek een inspirerend antwoord op het amalgaam van liberaal conservatisme en rechts fortuynisme dat zich tegenwoordig zo luidruchtig manifesteert. Terecht merkt Kalma op dat deze fusie van liberalisme en conservatisme juist de bedenkelijke kanten van beide stromingen heeft versterkt. Tegenover het keiharde rechtse denken, dat hamert op `Romeinse' deugden zoals fierheid en mannelijke trots, en dat een arrogante stelligheid uitstraalt, schroomt hij niet om te pleiten voor de `zachte krachten' van de bescheidenheid, het relativeringsvermogen en de tolerantie. In plaats van overal door te dringen, moet het neoliberale marktdenken worden beteugeld en zijn plaats worden gewezen. Terwijl Spruyt de sociale grondrechten op de helling wil zetten, om alleen de `kerntaken' van de overheid te behouden (externe en interne veiligheid), pleit Kalma voor de instandhouding van een brede en toegankelijke verzorgingsstaat. Waar Kalma de inkomensongelijkheid hekelt, en pleit voor herverdeling via belastingen, ziet Spruyt hierin alleen maar jaloezie van de armen en zwakkeren, en is elke vorm van verdelende rechtvaardigheid hem een gruwel. Terwijl Spruyt meezingt in het schelle koor van de critici van de multiculturele samenleving, meent Kalma dat de sociaal-democratie dit ideaal vanuit haar gedachte van `gelijke vrijheid' juist consequenter zou moeten zien te realiseren.

Het kan natuurlijk zijn dat Spruyt dit boek juist ziet als het beste bewijs dat links nog altijd lijdt aan een herseninfarct en voortvegeteert op jaren zeventig-idealen. Dat zou onterecht zijn. Lees het, beste heer Spruyt, maak u vervolgens vertrouwd met het werk van De Kadt (laat Drees maar zitten), om dan terug te komen voor een serieuze en zakelijke discussie.

Paul Kalma: Links, rechts en de vooruitgang, Mets en Schilt.