Servië rehabiliteert cetnik-beweging

Servië heeft in een nieuwe pensioenwet voor oorlogsveteranen en -invaliden de royalistische cetnik-beweging gerehabiliteerd. Die beweging is zestig jaar lang verketterd als een fascistische, met de nazi's collaborerende organisatie.

Het Servische parlement nam met 176 tegen 24 stemmen een pensioenwet aan die de nog ongeveer honderd levende cetnik-veteranen recht geeft op een pensioen; ze komen nu ook in aanmerking voor onderscheidingen en uitnodigingen voor herdenkingsbijeenkomsten. Tegen stemden de parlementariërs van de socialistische partij (van Slobodan Miloševic). Zij spraken van een poging ,,de geschiedenis te herschrijven''.

De cetniks vochten in 1941, toen Joegoslavië door de Duitsers werd aangevallen, aanvankelijk samen met de communistisch gezinde partizanen van Tito in de guerrilla tegen de bezetters. Later ontwikkelde zich een felle concurrentie tussen de royalisten en de partizanen. Toen de geallieerden de partizanen gingen steunen, staakten de cetniks hun verzet tegen de nazi's en concentreerden ze zich op de strijd tegen de partizanen.

Na de oorlog – en de zege van Tito – werd Joegoslavië een republiek en werden de cetniks als fascisten en collaborateurs vervolgd. Hun leider, Draza Mihailovic, werd geëxecuteerd en hun symbolen werden verboden. Het woord cetnik werd een scheldwoord en een synoniem van fanatisme, wreedheid en verraad – al is het woord na de val van het titoïsme ook wel als een geuzennaam gebruikt door ultra-nationalistische milities die in de jaren negentig Kroatië en Bosnië vochten voor de Servische zaak.

Volgens de tekst van de pensioenwet moet Servië ,,het jaar 2005, waarin de wereld de zestigste verjaardag van de overwinning op het fascisme viert, niet binnengaan met onpatriottische leugens over generaal Mihailovic''. ,,Het grootste deel van Servië was met Mihailovic en steunde hem. Laster tegen het Servië van zestig jaar geleden is laster tegen het Servië van vandaag.''