Seks is voor de onschuldigen

De Amerikaan John Updike heeft twee thema's: seks en godsdienst. Twee eeuwige onderwerpen die, in hun raakvlakken, het aanzienlijke oeuvre van de schrijver cohesie geven. En als er één schrijver is wiens nieuwe boek moeilijk is los te zien van zijn eerdere, dan is het Updike.

Zeker als het gaat om die thema's heeft Updike, ondanks de oude klacht van critici als Leslie Fiedler dat hij `niets te zeggen heeft', als geen ander het suburbane Amerika van de twintigste eeuw in fictie vormgegeven. Philip Roth is hem de afgelopen tien jaar voorbijgestreefd in het literair boekstaven van de maatschappelijke en politieke actualiteit, maar wie de pols wil voelen van het kleinsteedse Amerika heeft eigenlijk nog steeds geen andere keus dan Updike.

Villages, Updike's eenentwintigste roman, heeft op de omslag een reproductie van Ingres' schilderij `Bain Turque', die languissante verzameling vrouwen, volstrekt vertrouwd in de aanwezigheid van elkaars naaktheid. Dit beeld wordt ook opgeroepen in de tekst, wanneer beschreven wordt hoe hoofdpersooon Owen Mackenzie als middelbare scholier hopeloos geïntrigeerd raakt door de kleedkamer van de meisjes `met glanzende schouders en douche-natte flanken, Barbara Emerich en Alice Stottlemeyer en Babs Dolinski en Grace Bickta, meisjes met wie hij was opgegroeid en die zich langzaam, van niets bewust, als onder water voortbewogen in hun ontluikende naaktheid.'

Seks diende zich als een van de hoofdthema's in Updike's werk pas goed aan in de late jaren zestig met Couples (1968), zijn vijfde roman en zeker niet een van zijn beste, maar wel het boek waarmee hij geassocieerd zal blijven, meer nog dan met zijn Rabbit-tetralogie. Met een voor die tijd wonderbaarlijke en soms nog wat onwennige openheid werd in Couples het seksuele leven in het kleine stadje Tarbox beschreven, in het nog maar net geopende erotische paradijs van na de voorbehoedspil en vóór de aids-epidemie. Seksuele behoeften werden daarin geëtaleerd op een manier die zelfs na het taboedoorbrekende Kinsey-rapport over seksueel gedrag als schokkend werd ervaren.

Villages is in menig opzicht `Couples revisited' en lijkt ook nadrukkelijk zo bedoeld. Updike bestrijkt hetzelfde terrein, het kleinsteedse Amerika in de noordoostelijke staten. Interieurs, kleding en dialogen lijken het resultaat van een tweede bezoek aan die tijd en die plaats. Maar het is een Couples achteraf bezien, vanuit het niet zo milde – maar door Updike formidabel geformuleerde – perspectief dat het verstrijken der jaren kan bieden.

Owen Mackenzie is – veel meer dan Piet Hanema uit Couples – een hedendaagse incarnatie van Richard Maple, de hoofdpersoon uit de oudere `Maples-verhalen' (verzameld in Too far to go, 1979) die ik gezamenlijk Updike's meesterwerk vind. Je zou het boek, bij het ontbreken van een werkelijke verhaallijn, het beste `de geschiedenis van het seksuele ontwaken van Owen Mackenzie' kunnen noemen, hoewel hij het nooit tot een echte wakende staat brengt, maar eerder blijft hangen in een permanente sluimertoestand. Updike heeft zich ooit in een interview laten ontvallen dat seks `altijd een verrassing blijft voor de onschuldigen van geest'. Bijna alle mannen in zijn werk zijn onschuldig, als je het zo bekijkt. Nergens wordt dat duidelijker dan in dit boek, waarin het onveranderlijk de vrouwen zijn die het initiatief nemen. De enige keer dat we Owen een initiatief zien nemen (tot een triootje nog wel), wordt hij tamelijk hardhandig op zijn plaats gezet als degene die in dit spelletje aan de zijlijn moet afwachten. De vrouw blijft een mysterie, vanaf het moment dat het jongetje Owen een scabreuze tekening ziet op de muur van een schuur, tot zijn geriatrische afhankelijkheid in het heden van de roman. De superioriteit van vrouwen blijft bij Updike een axioma, en niet alleen seksueel. How little men deserve the beauty and mercy of women! roept hij bijna plechtig uit.

Villages begint wanneer Owen met moeite ontwaakt in zijn geriatrische heden en keert na een serie flashbacks op een mooie, beschouwelijke manier naar dat heden terug. Maar het is altijd Updike's eer te na geweest om zijn hoofdpersonen eendimensionaal te laten zijn, en dus maakt hij van Owen een vroege pionier in de computerindustrie, een branche waarvan de ontwikkeling volgens Updike een curieuze parallel vertoont met die van vrije seks en overspel.

Het is in dit opzicht dat het boek teleurstelt. Hoeveel onderzoek de schrijver ook mag hebben gedaan om deze kant van Owens bestaan geloofwaardig te maken, het blijft allemaal wat plichtmatig en levenloos, de uitweidingen over computertalen als FORTRAN en COBOL en de duizelingwekkende programmeercodes. Dat geldt nog sterker voor de historische tijdsbepalingen die hij geeft: `De laatste zomer van de jaren zestig bracht meer nieuws dan geruststelling: Nixon en Kissinger die zich een uitweg naar een acceptabele overgave in Vietnam probeerden te bombarderen, Ted Kennedy die een idealistische medewerkster in Chappaquiddick liet verdrinken, de eerste man op de maan die er uitzag als een Puppettoon, Judy Garland dood, een zwangere Sharon Tate doodgestoken in Los Angeles en overal in de Verenigde Staten opstandigheid en haat ten opzichte van de regering.' Allemaal waar en ook wel relevant, maar ook nogal lusteloos opgeschreven. Zelfs de kans om de roman een echt hart te geven, laat hij op curieuze wijze aan zich voorbijgaan: de ontmoeting met Julia, Owens tweede vrouw, en de urgentie die maakt dat hij voor haar zijn eerste echtgenote en kinderen verlaat, blijven onbeschreven. Een verklaring daarvoor zou wel eens buiten de literatuur kunnen liggen, namelijk dat hij daarmee de intiemste details van zijn huidige leven zou prijsgeven.

Villages is dus geen nieuw hoogtepunt in Updike's oeuvre, maar vooral een uiting van regressie – maar dan wel een sublieme. Want alle kanttekeningen ten spijt lezen we hier toch proza dat tot het allermooiste blijft behoren in de Engelse taal. Proza dat opnieuw in vele hoogtepunten, met alle zintuigen wijd open, geformuleerd is en dat ook aan alle zintuigen appeleert, aan het leven zoals dat geleefd wordt, en niet alleen in de villages in Amerika. En het is die universele boodschap die deze schrijver uniek maakt. Een vrouw kan zich vermoedelijk geen liefhebbender mannelijke chroniqueur wensen dan Updike, die zijn hang naar vrouwen beschrijft als die naar `maan-schepsels die ons kwetsen als ze zich onthouden, en opnieuw wanneer ze dat niet doen.'

John Updike: Villages. Hamish Hamilton, 321 blz. €22,30. De vertaling `Dorpen' verschijnt eind maart bij De Arbeiderspers.