Poezen

Van dertig jaar `De Poezenkrant' maakte directeur/oprichter en vormgever Piet Schreuders een boek. ,,Onsentimenteel, niet zwaar, met een zekere distantie en humor, dat is de benadering van De Poezenkrant.''

In De Poezenkrant van juli 1978 staat een afdruk van een negentiende-eeuwse gravure met drie vermenselijke dieren: een kat, een konijn en een wezel. `Bekijk het met aandacht', verordonneert inzender Willem Frederik Hermans: `Speciaal het konijn op klompen (precies Aad Nuis).' Wie met aandacht kijkt, ziet onder het geklompte konijn `Aad Nuis' getypt en naast de spichtige wezel `Renate Rubinstein' – de namen van twee van Hermans' eeuwige vijanden in een al bijna vergeten vete.

De inzending van W.F. Hermans staat in Het Grote Boek van de Poezenkrant – een boek van bijna 400 bladzijden met een zwierige kattenstaart die vast lijkt te zitten aan het poezenlijf op het omslag. De Poezenkrant gaat over katten, of liever, over wat mensen zien in katten. Het tijdschrift verschijnt sinds dertig jaar zeer onregelmatig en is dit jaar toe gekomen aan zijn vijftigste aflevering. Om dit te vieren heeft oprichter Piet Schreuders een bloemlezing gemaakt uit de negenenveertig voorafgaande afleveringen.

De Poezenkrant toont – hoe kan het anders – talloze katten, of poezen zoals ze hier heten. Gefotografeerd bij het drinken van melk die spuit uit een koeienuier. Getekend als een Ford Bestel, waarvan het front op een poes zou lijken. Geschilderd in het woord `chat' op een haveloze muur. Afgedrukt als sinaasappelmerk en in reclame voor `toverzeep'. Beschreven in nieuwsberichten als: `Toen KATJA SCHUURMAN werd geboren (in februari 1975) bestond De Poezenkrant net 1 jaar!' En eindeloos gekoesterd in kiekjes bij de bazen thuis: voor een portret van Spinoza of in een lege wijndoos.

Voer voor de kattenliefhebber waarschijnlijk, maar veel meer nog voor de liefhebber van licht-absurdistische humor: een bankleuning waarin een kat een gat heeft gekrabd met de vorm van een vulva; een poes in het hooi met als bijschrift `Janjaap als Jane Russell'. ,,Onsentimenteel, niet zwaar, met een zekere distantie en humor, dat is de benadering van De Poezenkrant'', zegt Piet Schreuders. Die benadering bindt tal van schrijvers, beeldend kunstenaars, vormgevers en andere kattenliefhebbers die abonnee zijn en met hun bijdragen het grootste deel van het tijdschrift vullen.

`Directeur P. Schreuders' bemoeit zich niet met de inhoud van de krant, maar opent alleen de post (`eens in de twee maanden'), regelt de abonnementen en doet de verzending. Wel schrijft Schreuders nieuwsberichten als die over Katja Schuurman en doet hij de vormgeving van het blad, dat per aflevering een andere gedaante krijgt: Amerikaans pin-upblad, zeventiende-eeuws boek, Penguin-pocket, Gouden Boekje. ,,Doordat het onderwerp steeds hetzelfde is – poezen dus – kan je met de vormgeving en typografie eindeloos experimenteren, zonder dat variatie de lezer te veel wordt'', zegt Schreuders.

Schreuders is vooral bekend als grafisch vormgever – onder meer voor de Vpro-gids – die ambachtelijkheid boven artisticiteit stelt. Zo rekende Schreuders in zijn geruchtmakende essay Lay in lay out (1977) af met modieuze en slecht doordachte vormgeving en nam hij in het boek Voor verbetering vatbaar de vaak slordige typografie in de openbare ruimte op de korrel. Vermaard zijn ook Schreuders' speurtochten naar de verdwenen muziek van Laurel & Hardy-films, boekomslagen van Amerikaanse pockets, de brilmonturen van John Lennon en de beelden van Amsterdam in films.

Poezentaal

Het idee voor De Poezenkrant ontstond in 1974 toen Schreuders de illustratrice Mariet Numan bezig zag met haar katten. Schreuders was helemaal niet zo dol op katten en nog steeds ,,interesseren poezen me vrijwel niet''. Maar de aanpak van Numan trof hem als `fris en origineel', vooral door haar heel oorspronkelijke (geheime) poezentaal: `Snezopezo, wieljopieljo, goedenavond hozebozo'.

Hoe de toon van de krant moest worden wist Schreuders na lezing van een al wat ouder interview met `mijn grote held' W.F. Hermans, waarin deze praat over zijn katten. ,,Dat was de benadering die ik zocht. De humor van de glimlach, niet de schaterlach. Zoals hij praat over de poezentaal: dat die geheim is maar dat hij wel kan onthullen dat dat ze een `z' zeggen in plaats van een `s'. Dat soort onzin'', zegt Schreuders. Hermans stelde ook vast: `Het aardige van een poes is dat het helemaal niks is – alles wat in je een poes stopt moet je zelf bedenken.' De Poezenkrant is dan ook een weerslag van wat mensen in hun kat stoppen.

De krant had al snel succes onder mensen uit de culturele wereld – W.F. Hermans (abonnee 18), Hugo Brandt Corstius (29), Rudy Kousbroek (33) – waar de krant al snel een cultstatus kreeg. Trekt de door Hermans gesignaleerde `niksheid' van de kat juist creatieve mensen die in staat zijn de leegte te vullen? ,,Ik denk het wel'', zegt Schreuders, ,,en mensen met een bepaald gevoel voor esthetiek. Een kat is een ornament, heeft een mooie vorm. Een kat gaat bijvoorbeeld in de woonkamer vaak net liggen op de plaats waar een cirkeltje zonlicht op de bank verschijnt. Daar moet je gevoelig voor zijn.''

In de opmaaklokalen van het net ter ziele gegane Aloha maakte Schreuders De Poezenkrant, soms door bestaande ontwerpen letterlijk en volledig te kopiëren. Aflevering 20 is bijvoorbeeld een Penguin-pocket met een triomfantelijke kat op de plek van de pinguïn – gemaakt in een tijd dat letters nog niet ruim verkrijgbaar waren. ,,De letters voor deze krant heb ik eerst gefotografeerd, toen uitgeknipt, opgeplakt en toen weer gefotografeerd. Enorm omslachtig natuurlijk'', vertelt Schreuders. Hetzelfde deed hij met de letters uit Amerikaanse kranten zoals de Los Angeles Times, die ook als voorbeeld hebben gediend.

Namaken is ongelooflijk leerzaam, vindt Schreuders. Hij wijst op de introductiepagina van een Poezenkrant, die eruitziet als een deeltje uit de fameuze AO-reeks: ,,Hier was ik eindeloos bezig om de tekst passend te krijgen. Door het inkorten van de teksten werd het vanzelf een leuke tekst. Beperkingen brengen je op frisse ideeën, stimuleren de creativiteit en leveren onverwachte dingen op.'' Schreuders kon in stilte als ontwerper groeien met de experimenten, omdat de Nederlandse ontwerpkritiek geen oog had voor De Poezenkrant.

Geridiculiseerd

In Het Grote Boek stelt Schreuders: `De afgelopen drie decennia is mijn grafische werk aanvankelijk geridiculiseerd, vervolgens gemarginaliseerd en toe dat niet meer lukte, bekroond.' Dat klinkt nogal bezeerd. ,,Nee hoor, ik vond het gewoon aardig om in een zin dat allemaal even op te sommen. Wat ik bedoel is: ik ben niet veranderd, maar mijn publiek wel. Neem mijn essay Lay in – Lay out, waarin ik scherp stelling nam tegen allerlei ontwerpers. Toen het uitkwam was Huib van Krimpen razend. Toen het twintig jaar later werd herdrukt, belde hij me op om te zeggen hoe hij het ermee eens was. Ik had niets veranderd aan het stuk.''

In het essay werd Wim Crouwel, destijds Nederlands meest toonaangevende ontwerper, ook aangepakt. ,,Crouwel hapte niet, maar zei iets als: die Schreuders is een belangrijke vernieuwer'', zegt Schreuders. ,,Maar ik ben geen vernieuwer. Een ontwerper zoekt gewoon een oplossing voor een probleem, een oplossing die werkt. Daarbij heb ik wel dingen vernieuwd. Een ontwerper moet niet willen vernieuwen. Trouwens, als je dat wel zou willen, dan moet je juist de hele traditie kennen, om te weten wat je dan vernieuwt.''

De traditie, de oorsprong, de oerbron – Schreuders heeft er van meet afaan naar gezocht: ,,Vanzelfsprekend. De oplossingen die al zijn gevonden onderzoeken en kijken of ze werken. Anders begin je steeds opnieuw.'' Hij studeerde Nederlands, maar kwam niet verder dan zijn kandidaatsexamen: ,,Ik ben altijd gefascineerd geweest door taal en literatuur, maar alleen het half jaar dat we een krant mochten maken vond ik de moeite waard: bellen voor nieuwsberichten, stukken schrijven en de layout doen.'' Schreuders leerde het ontwerpersvak in de praktijk: ,,Ik wilde niet naar de kunstacademie, want die bood geen kennis van de traditie.''

Bij de zoektocht naar de oorsprong gaat Schreuders ver terug in de tijd. Zo gebruikte hij voor het ontwerp van briefpapier een tekening die Rudyard Kipling had gemaakt bij een verhaal van hemzelf – van een kat die wandelt in het Natte Wilde Woud. ,,De originele pentekening heb ik nooit gevonden natuurlijk, maar wel het eerste cliché uit 1903. Toen ik dat plaatje legde op dat uit een editie uit 1946, zag ik dat de kat wat versprong. Ooit heeft iemand de kat waarschijnlijk losgeknipt en weer teruggeplakt, op een iets andere plek.'' Om precies te zijn drie millimeter naar rechts.

Deze ontdekking werd gemeld in een nieuwsbericht in De Poezenkrant. Was het zo belangrijk? ,,Ach, ik ben altijd op zoek naar kopij'', zegt Schreuders. Maar inderdaad, details zíjn belangrijk. In Voor verbetering vatbaar bijvoorbeeld noemt Schreuders de tekst op de gevel van de Beurs van Berlage ondeugdelijk, omdat de spatiëring niet klopt. ,,Het zien van details is een houding. Hoe je anders kunt kijken, weet ik niet. Ik zie dingen waar de meeste anderen aan voorbijgaan.''

Dat is bijvoorbeeld gebleken bij de bril van John Lennon: ,,Iedereen denkt: hij heeft altijd dezelfde ziekenfondsbril op. Maar als je goed kijkt naar de foto's zie je dat dit niet klopt. Ik ben het gaan uitzoeken en ontdekte dat Lennon zeventien verschillende brillen had. Ja, dan wil ik de brillen ook allemaal kennen.'' Schreuders schreef over de brillen van Lennon een artikel van vijf pagina's in Furore – zijn andere tijdschrift.

In dat blad schreef hij ook een verslag van een zoektocht naar de exacte locaties in Amsterdam die zijn gebruikt voor films, zoals The great dictator van Chaplin. ,,In die film kijkt de dictator af en toe door het raam naar de Europese hoofdstad van het land waar hij de baas is. Wat je dan ziet zijn foto's van Amsterdam. Rond 1940 moet de Amerikaanse producent die ter plaatse hebben gemaakt. Ik ben gaan uitzoeken waar die foto's zijn genomen en ontdekte dat een panorama moet zijn gemaakt vanuit het torentje van De Bijenkorf'', vertelt Schreuders. ,,Ik ga er nog eens een boek van maken.'' De film Ocean's Twelve, die net in première is gegaan, komt daar ook in.

Waarom boeken en lange artikelen over dit soort onderwerpen? ,,Omdat ze er niet waren'', antwoordt Schreuders, die zijn boek over Amerikaanse pockets als voorbeeld geeft. ,,Ik vond die op rommelmarkten. De omslagen vond ik mooi, maar ik had geen idee wie ze gemaakt had. Daar ben ik toen onderzoek naar gaan doen.'' En onderzoeken leveren ook belangrijke ontdekkingen op, zoals bij de Gouden Boekjes die enkele jaren geleden naar een andere uitgever gingen. Schreuders en anderen bij de nieuwe uitgever ontdekten onder meer dat De vijf brandweermannetjes oorspronkelijk zestien pagina's langer was.

Poezenkrant nummer 45, die als enige in zijn geheel is herdrukt, heeft de achterkant van het Gouden Boekje: de verschenen boektitels in de kinderboekenreeks die zijn omkranst met plaatjes uit de boeken. In de Poezenkrant-versie staan de eerder verschenen nummer met plaatjes van katten – uit de Gouden Boekjes en uit De Poezenkrant. Op de plek van de gele taxi staat een fotootje van een Peugeot 104, uit een collage van W.F. Hermans. Hé, waar is het plaatje uit het Gouden Boekje Kareltje, over de zwerfkat die een huis vindt? ,,In de VS is dit omslag maar één jaar gebruikt – in 1952 – en dat boek was toen nog niet verschenen'', verklaart Schreuders.

Niet zo lang geleden overleed de vader van Piet Schreuders. In diens oude – allemaal bewaarde – agenda's vond Schreuders sporen van een geregeld leven: aantekeningen van de lunchplaatsen en de bezochte films. ,,Mijn vader was een systematisch man, die voor hij ging wandelen de route nauwkeurig uitzette op een stafkaart. Dat maakte het wandelen niet altijd leuk'', zegt Schreuders. ,,Maar hij maakte ook lijsten van personages in het complete werk van Couperus – alleen omdat die lijsten er niet waren. Dat herken ik goed.'' Literatuurwetenschappers hadden interesse voor die lijsten, maar Schreuders' vader hield ze voor zichzelf: ,,Hij wilde zijn interesses niet delen, en daarin was hij heel anders dan ik.''

Weinreb-kwestie

De Poezenkrant is een plek waar Schreuders anderen laat meekijken naar zijn interesses. Het meest indrukwekkend is wel zijn speurtocht naar de herkomst van de gravure met de kat, de wezel en konijn, die Hermans eind 1977 instuurde. De oorspronkelijke prent blijkt in 1838 gemaakt te zijn door Grandville als illustratie bij de fabel Le chat, la Belette et le Petit Lapin van Lafontaine. Daarin leggen een konijn en een wezel hun geschil voor aan een dikke kat en worden opgegeten. Zou Hermans, die in de Weinreb-kwestie Aad Nuis (konijn) en Renate Rubinstein (wezel) publiekelijk een kop kleiner maakte, zich hebben vereenzelvigd met de kat? Schreuders is vooral begaan met talloze versies van de dieren, die door verschillende tekenaars zijn vastgelegd.

De lezers van De Poezenkrant lijken de blik van Schreuders te hebben overgenomen. Zo heeft heeft iemand in Antwerpen een foto gemaakt van een muur waarop in het pleisterwerk de resten van een reclametekst zijn te lezen: SABOA LE/ CHAT/ GARANTIEN/ MERT. `Een mengeling van Spaans en Frans, lijkt het', schrijft de inzender en voegt er wat melancholiek aan toe: `Je hebt kans dat deze muur binnenkort weggerestaureerd wordt'.

Misschien is het beter te zeggen dat de poezen mensen met dezelfde manier van kijken bij elkaar hebben gebracht. ,,Het zien van wat niet iedereen ziet is wel eens `de bril van Piet Schreuders' genoemd'', zegt Schreuders zonder enige zelfingenomenheid. ,,Mensen zullen niet zo snel iets opsturen met de gedachte: dat is wat voor Schreuders met zijn speciale manier van kijken. Ze denken wel: hé, die poezenfoto is wat voor De Poezenkrant.''

P. Schreuders (Directeur): Het Grote Boek van De Poezenkrant, uitgeverij Thomas Rap, €34,50