Oostblok Onderwijs

De VVD stelde vorige week voor om afscheid te nemen van het vmbo. Vervolgens rollebolde niet alleen de minister, maar met haar zowat de hele Kamer over dat voorstel heen. Toch nodig ik minister en Kamerleden uit daar nog eens goed over na te denken. Want wat is er aan de hand?

Momenteel kent het vmbo vier verschillende leerwegen, variërend van puur theoretisch tot puur praktisch. Het voorstel houdt in om de puur theoretische leerweg, onder de naam mavo, af te splitsen.

Oorspronkelijk was de mavo een kortere en eenvoudigere variant van de havo. De betere mavo-leerling kon na het eindexamen zijn opleiding desgewenst vervolgen in 4 havo. Later heeft men voor de mavo de mogelijkheid gecreëerd om op lagere niveaus eindexamen te doen. Als gevolg van die makkelijkere varianten trok de mavo steeds meer leerlingen weg uit het voorbereidend beroepsonderwijs, het vbo. Alleen de allerzwakste leerlingen gingen nog naar het vbo. De samenvoeging met de mavo moest het aanzien van het beroepsonderwijs verbeteren. Zo ontstond het vmbo.

Het verwarrende van die samenvoeging is geweest dat de mavo zoals die oorspronkelijk was bedoeld, dus de mavo die dicht aanleunde tegen de havo, onder de nieuwe benaming vmbo-t in theorie in dat vmbo werd opgenomen, maar in de praktijk er veelal buiten bleef. Als succesvolle scholen hadden zij bij een fusie met het vbo alleen maar te verliezen, en fuseren doe je alleen als je daar belang bij hebt. Als zelfstandige mavo of als onderdeel van een havo/vwo school, hielden zij zichzelf dan ook buiten de fusie-operaties. Deze vmbo-t's zijn nadien zo mogelijk nog succesvoller geworden. Dit hebben zij te danken aan het feit dat veel ouders van kinderen met een vmbo-t advies de mogelijkheid van havo open willen houden.

Deze ontwikkeling maakt dat veel vmbo's geen t-richting hebben dan wel hun t-richting met kunst- en vliegwerk overeind houden. Het feit dat het vmbo-t zich ontwikkelt tot een afzonderlijk onderwijstype dat nauw aansluit bij de havo, is onontkoombaar. Gewoon omdat gebleken is dat ouders dit willen. Politici, die hun mandaat te danken hebben aan de stem van de kiezers, zouden aan dat verlangen van de onderwijsconsumenten tegemoet kunnen komen door het voorstel om het vmbo-t los te koppelen van het vmbo en om te dopen tot mavo, te steunen. Met als winst dat alle leerlingen die niet tot het vmbo-t worden toegelaten, naar een beroepsopleiding gaan. Dan kan die zich ook ontwikkelen tot echt beroepsonderwijs. Dan ontleent een school voor vmbo zijn status ook niet langer aan de vraag of het vmbo-t in huis heeft, maar aan de kwaliteit van het beroepsonderwijs.

U denkt natuurlijk, van wat Leo Prick hier allemaal beweert, daar geloof ik niks van, want volksvertegenwoordigers zouden wel gek zijn om de wensen van hun kiezers te negeren. Toch doen ze dat. Belangrijker dan de wensen van de kiezers zijn voor hen namelijk de wensen van directeuren, besturenorganisaties en vakbonden. Met name het CDA en de PvdA zijn nooit anders geweest dan de spreekbuis van deze belangenorganisaties. Dat geldt ook voor de minister die haar wortels heeft in deze circuits.

Ook de nieuwsmedia dragen ertoe bij dat in Oostblok Onderwijs de instanties de dienst uitmaken. Zo heeft bijvoorbeeld De Volkskrant in een redactioneel commentaar lovende woorden voor het VVD-voorstel, maar meent niettemin dat de wens van het onderwijsveld (en dat zijn niet de ouders, niet de leerlingen maar de bonzen) om de structuur van het vmbo met rust te laten, dient te worden gerespecteerd. Dat we de wensen van ouders en leerlingen moeten respecteren, dat komt blijkbaar in geen enkel hoofd op.

lgm.prick@worldonline.nl