Niet schieten op de pianist

Wat leest Geert Wilders deze kerst? Wat vinden de Tokkies onder de boom? Zestien recensenten van de bijlage Boeken geven een boek cadeau aan Nederlanders die in 2004 in het nieuws waren.

De grimmigste klacht over Nederland is dat het zo'n humorloos landje is geworden. Hadden die moslims maar wat meer gevoel voor humor, dan was het allemaal niet zo'n vaart gelopen hier, dat hoor je dan. Zelfs de moord op Theo van Gogh was een voorbeeld van `gebrek aan humor', vond een Rotterdamse nachtdichter. En over de religieuze bekeerling Abdul-Jabbar (Jilles) van de Ven werd ook al opgemerkt dat er geen lachje af kon.

Humor als teken van beschaving: het is een populaire vuurproef onder verwende vrijgestelden die zich veertig jaar konden uitleven in pretpark Nederland. Wat was er mis met het feminisme? Geen humor, die manwijven! En met socialisten? Weg-naar-de-hel plaveiders die zichzelf veel te serieus nemen! Met de islam? Komt geen lach uit die vrome bekjes! Kortom: heel de wereld is een zwijnepan, maar niks aan de hand, zolang je maar lachen kan.

Nou goed, hoe zullen we Jilles van de Ven dan leren lachen? Het aandoenlijke boekje Pret met Moslims door een frivole kunstenares uit Amsterdam-Zuid, is waarschijnlijk te lichte kost. Dat zal hij wel niet `oppikken', gezien zijn gebrek aan gevoel voor westerse, in de Verlichting gedrenkte savoir rire. Een verslag van het postume feest voor Van Gogh dan, met die geiten waar bronstige gasten gebruik van konden maken? Dat gaat hem natuurlijk helemaal boven zijn pet! Die grachtengordelhumor is zó verfijnd, zo oneindig superieur, daar is hij met zijn gekke geloofje nog láng niet aan toe.

Er zit maar één ding op. Jilles van de Ven moet zich buigen over de laatste Nederlandse humoristen die er nog wel in slaagden ernst en ironie, cynisme en engagement op een geloofwaardige manier te combineren. Hij moet kennis nemen van de uitzinnige samenwerking tussen Freek de Jonge, die dit jaar zestig werd en dat vierde met een indrukwekkende theatermarathon, en de betreurde Bram Vermeulen: van Fazant met Zuurkool tot Mayonaise, Quo Vadis en Bello de Hond.

In Neerlands Hoop, zoals het duo zich noemde, zien we een cabareteske maatschappijkritiek die zowel cynisch kan zijn als sentimenteel – een ongemakkelijke symbiose die korte tijd later, in het doemdenken van de jaren tachtig en de holle pretcultuur van de nineties, is losgelaten. Sindsdien zitten we opgescheept met de minderbegaafde achterneefjes van dit duo, die de achteloze reflexen van de shock jock paren aan de versteende grijns van de nihilist-op-leeftijd, die nergens zo chagrijnig van wordt als van gebrek aan gevoel voor zijn humor. Alleen de cynische kant van Neerlands Hoop heeft navolging gekregen, het humanisme is onderweg gesneuveld.

Wees gerust, Jilles van de Ven, er is nog hoop op humor. Met Leven na de dood (en dat wist je al), de gebundelde liedteksten van Freek de Jonge. En als je er niet om kan lachen, bestudeer het dan, of leer het uit je hoofd – misschien samen met Andries Knevel, in een evangelische leesclub.

Freek de Jonge: Leven na de dood. Rainbow Pockets 754, derde bijgewerkte editie.