Langs bij Hu. Cla. te Gent

Remco Campert is geen dagboekschrijver – dat bewijzen zijn `dagboekaantekeningen'. Het grote voordeel van een dagboek, onbelemmerd kunnen schrijven over je eigen zielenroerselen, is aan hem niet besteed. Zoals de lezers van zijn Volkskrant-columns weten, maakt Campert weinig woorden vuil aan zijn eigen gevoelens. Aan melancholie geen gebrek in de net verschenen verzamelde aantekeningen, maar die wordt net zo snel weer verjaagd als ze opkwam. Zoals wanneer Campert over Ischa Meijer schrijft: `Even een treurig gevoel, want ook al weer dood'. Om meteen te vervolgen: `Het is een perfecte cafémiddag. Buiten motregent het'. Zelfs wanneer Campert onverwacht jeugdfoto's van zijn in de oorlog vermoorde vader te zien krijgt, vertelt hij niets over wat hij daarbij voelt.

Het beste op dreef is Campert wanneer hij het over anderen heeft. Zoals een In Memoriam van Jan Hanlo: `Als je iets over Jan Hanlo schreef of zei, kreeg je prompt een brief van hem waarin stond dat je gelijk had, maar dat het misschien ook wel anders was. Op dit stukje zal geen antwoord meer komen. Maar ik weet zeker dat het anders was'.

Dit In Memoriam verscheen in 1969 in een tijdschrift, en zo zijn de meeste stukjes uit Schrijversleven al her en der gepubliceerd. Het geheel lijkt minder op een dagboek dan op een omgekeerde bureaula, met daarin bijvoorbeeld nog een filmrecensie, een verslag van een prijsuitreiking of een interview met Simon Vinkenoog. Als de lezer niet afhaakt bij dit ratjetoe heeft dat meer te maken met de stijl dan met de inhoud. Campert kan nu eenmaal onweerstaanbaar goed schrijven, vooral op de korte baan. `Hun bedelen lijkt meer op afpakken', zegt hij over Parijse clochards. Of hij merkt droogjes op wat er van hem wordt verlangd bij een literair festival: `Mijn aanwezigheid. Op zichzelf al een hele opgave'.

De enige thematische samenhang die er in het boekje te bespeuren is, is een literair-historische. De aantekeningen uit Schrijversleven betreffen over het algemeen het wel en wee van `Het Dorp', zoals Campert het intellectuele kringetje noemt. Een reisje naar België bijvoorbeeld: `Met L., C, Gee. Lub. en Fon.. Rad. naar Gent gereden, alwaar woonachtig Hu.Cla [..,]'. Of de eerste vergadering van het tijdschrift Tirade: `Bret. de Nij., een opgewekt persoon en mevr. Jos. Mei. converseerden over de kou en dat je best handschoenen kon velen'.

Enige toelichting hadden dergelijke passages wel kunnen gebruiken: sommige vroegere bewoners van Het Dorp zijn immers allang vergeten. En dan nog kan je je afvragen wat de literair-historische waarde is van veel van Camperts observaties, zoals waar hij vertelt hoe razend Gerrit Kouwenaar wordt wanneer hij op een zekere ochtend zijn gekookte eitje niet krijgt. Het is zoals Campert zelf ergens verzucht: `Klein leven, het artistieke'.

Remco Campert: Schrijversleven. Dagboekaantekeningen. De Bezige Bij, 111 blz. €16,50