Komende tandartsen willen niet voltijds werken

Slechts 23% van de huidige mannelijke afstuderende tandartsstudenten wil later voltijds werken. Bij de vrouwen ligt dat cijfer nog lager, 7%. Deze gegevens komen uit een enquête van Groningse onderzoekers onder alle 258 Nederlandse vijfdejaarsstudenten tandheelkunde (Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde, december 2004) De respons was 65%. De antwoorden verschillen sterk van vroegere internationale en Nederlandse onderzoeksgegevens. Daarin lieten de mannelijke studenten weten na het afstuderen veelal fulltime te willen werken en de vrouwelijke studenten meestal parttime.

Uit de enquête blijkt dat de meeste studenten niet meer alleen een praktijk willen runnen. De voorkeur gaat uit naar een samenwerkingspraktijk. Vrouwelijke tandartsen hebben voorkeur voor een dienstverband. Behoefte aan vrije tijd speelt volgens de onderzoekers een grote rol. Vooral de vrouwen geven aan dat de zorg voor kinderen toch doorslaggevend is. Voor de mannen komt die reden, na het hebben van meer vrije tijd en het uitoefenen van hobby's, pas op de derde plaats. De gedachten van de overheid over de toekomst van de tandheelkundige zorg (meer door mondartsen, mondhygiënisten en tandartsmanagers laten uitvoeren; het eenvoudiger werk door lager opgeleiden laten uitvoeren) sluiten nog niet aan bij de verwachtingen waarmee tandartsen hun praktijk beginnen.

Indien de studenten hun plannen verwezenlijken, blijft het al aanwezige tekort aan tandheelkundige hulp bestaan. Het aantal ouderen dat hun eigen tanden en kiezen nog bezit is sterk groeiende. In de eerste plaats doordat het aantal ouderen sowieso toeneemt, maar ook doordat mensen veel minder vaak een kunstgebit hebben. De jeugd is daarbij nog steeds onderbehandeld. Van de vijfjarigen krijgt slechts één vijfde deel tandheelkundig verzorging volgens de geldende normen. Bij de achtjarigen ligt het rond de 40%. En deze cijfers dalen.