Kerst zonder ezel is geen Kerst: op bezoek bij het ezelasiel in Zeist

Twintig verwaarloosde ezels, soms gered van een salamitransport, vinden onderdak bij de Ezelsociëteit in Zeist. Monique Snoeijen bezoekt het opvangcentrum voor `het dier der armen'.

Probeert u zich eens voor te stellen dat de zwangere Maria 2005 jaar geleden op een paard van herberg naar herberg was gereden. Dan had in de kerststallen van vandaag naast de kribbe van Jezus een paard gelegen. Kerst zou niet hetzelfde zijn. De moeder Gods die zich warmt aan een onderdanig, schrikachtig dier, getraind om te presteren – ondenkbaar. Een eigenzinnig, onverstoorbaar, zachtmoedig dier – daar willen we ons in de donkere decemberdagen aan troosten. Het grote hoofd. De lange oren. De droeve, alwetende oogopslag. `Ik ben de ezel/ Ze noemen mij een domme kracht/', zingt Guus Meeuwis in zijn kerstsingle `De ezel' (1998), `Maar ik laat iedereen maar lachen/ Ik was er bij die ene nacht.' Goddank.

Tijd: de zaterdag voor Kerst. Plaats: de Ezelsociëteit in Zeist, opvangcentrum voor verwaarloosde ezels. Onder een golfplaten afdak loeit een houtkachel, de wijn is warm, een barbershop-koortje zingt. Het is ezelherdenkingsdag. Aan de muur van een grote stal hangen foto's en briefjes, overal branden waxinelichtjes. Voor Lowieke bijvoorbeeld: `Hij was pas drie jaar. Een fatale trap van een ander muildier maakte een einde aan zijn leven. Hij was een vrolijke muil.' En voor Max: `Max was vergiftigd door Jacobs Kruiskruid. Hij is slechts twee weken bij ons geweest.' En niet te vergeten voor Shanti en José; een foto van een huiskamer met voor de televisie een ezel, daaronder de tekst `Shanti, overleden op 9 december 2003, getroffen door een onbekende ziekte. Ze hield gewoon op met eten. De dierenartsen wisten het ook niet, ook niet na sectie. We houden het erop dat Shanti de dood van haar overleden eigenaresse José niet heeft aangekund. Shanti is maar 8 jaar geworden, José is 34 jaar geworden. Ze zijn kort na elkaar dood gegaan.'

Achttien jaar geleden kochten Harry en Vera Dekkers hier aan de Zwitsersekade in Zeist een huis met een verwaarloosd stukje bos. Nadat het land ontgonnen was, konden ze eindelijk doen wat ze al zo lang wilden: een ezel kopen. Het werd Karel, een `ongepland' veulen van een goede Brabantse familie. Maar een ezel is een gezelschapsdier, dus kwam niet lang daarna Karels broer Joop erbij. Toen een ezelbezitter in de buurt ernstig ziek werd en niet meer voor zijn dier zorgen kon, was zijn ezel bij Harry en Vera welkom. ,,Eigenlijk was dat de eerste pleegezel'', zegt Harry.

Nu staan er rond de stal van de Ezelsociëteit zo'n twintig ezels. Vergeten ezels. Zoals de schuwe Linda, vergeten door de erfgenamen van een rijke, oude dame. Pas twee maanden na de dood van de vrouw, werd Linda door de nieuwe eigenaar van het landgoed gesignaleerd in het bos. Of manke Rosalie, vergeten in een hok bij een plaatselijk tuincentrum, nu leert ze weer lopen op plastic schoenen die Harry voor haar ontstoken hoeven maakte. En Spaanse Zena, vergeten in een kaal weiland, zonder stal, hooi of water.

Hier in Zeist kunnen ze weer een beetje ezel worden, elkaar heropvoeden. Met Joop in de rol van klassenoudste, streng tegen eigenwijze nieuwkomers maar ruimhartig voor minder assertieve ezels, en Luna (de ezel die alle sloten openkrijgt) als beschermster van angstige ezels.

Sommige ezels zullen over een tijdje naar een gastgezin gaan. Zo loopt nu bijvoorbeeld op een boerderij in Zeeland Amsterdamse Willem rond. Willem was de ezel van stadsnomaden. Hij is in Amsterdam-Noord door de politie van straat gehaald toen hij weer eens in zijn eentje zijn vaste adressen langs ging voor wat lekkers. Willem maakt het volgens zijn Zeeuwse pleegmoeder prima, al is hij nog steeds ,,een vrijbuiter die het liefst alles zelf regelt'' en blijft hij een rasechte Amsterdammer: ,,Willem heeft de stal gekraakt. De andere ezels komen er niet meer in.''

LEVENSGEVAARLIJK

Maar niet iedere ezel is makkelijk bij een pleeggezin te plaatsen. Zo is Linda alweer terug van weggeweest. Ze kon maar geen aansluiting vinden bij de andere ezels uit het pleeggezin. En sommige ezels zijn te gestoord om ergens onder dak te brengen. Dinky bijvoorbeeld, een kleine rafelige ezel van maar zeventig centimeter hoog, maar ,,als het knopje omgaat'' is hij volgens Harry ,,levensgevaarlijk''.

Harry Dekkers werkte als groepsleider met gedragsgestoorde delinquenten. Nu resocialiseert hij gedragsgestoorde ezels. Er is nauwelijks verschil in aanpak,zegt hij. ,,Veiligheid, goed eten en drinken en een consequente aanpak, dat zijn de basisprincipes.''

Neem nu de behandeling van Grietje. Grietje had vier jaar lang in een hok gestaan met een dikke laag stront. Omdat ze zo'n mooie tekening op haar benen heeft, was ze ideaal om mee te fokken. Jaar na jaar werd ze gedekt. Zestien jaar lang. Als Grietje het veulen eruit had geperst, werd het jong meteen bij haar weggehaald. ,,Dat beest is toch zo narrig'', zei de boer. Hij probeerde haar te kalmeren met een stok. Grietje nog narriger, boer nog bozer. Grietje kreeg slaag, tot bloedens toe. ,,Een hele misselijke situatie'', zegt Harry. ,,Ik voelde meteen: dit is een heel lief dier. Met ezels had ze geen problemen, maar mensen viel ze aan.''

Dit is wat Harry deed met Grietje: gewapend met de deksel van een wasketel als schild liep hij over het terrein, zonder haar aan te kijken, want kijken betekent contact, en als Grietje iets niet wilde dan was het contact. In het begin viel Grietje Harry meteen aan. Dan liep Harry door alsof er niets aan de hand was. Zo'n dertig keer per dag stak Harry het terrein over. Na een tijdje werd Grietje het moe hem alsmaar aan te vallen, ze loerde alleen nog maar. Na een half jaar kon Harry vlak achter haar kont langslopen. ,,Tijd is je bondgenoot'', zegt hij. Daarna ging hij haar, in het voorbijgaan, zachtjes aanraken. En hij ging bij haar in de stal zitten, in de hoek, op de grond, doodstil, urenlang, tot ze wist: bij Harry ben ik veilig. Nu doet Grietje dingen waarover geen ezel prakkiseert; zoals voor gasten de rode loper uitrollen.

PIPO EN NONONONO

Komt het door de nieuwe film van Pipo de Clown en zijn ezel Nononono? Of zoeken we in moeilijke tijden naar vertedering? Hoe dan ook – de belangstelling in Nederland voor de ezel neemt toe. Getallen zijn er niet, maar vraag het aan de dierenarts, de inspecteur, de handelaar of de stamboekhouder, allemaal zeggen ze: de ezel is populairder dan ooit. ,,Met alle ellende van dien'', zegt inspecteur Dick Duyzer van de Landelijke Inspectie Dierenbescherming. ,,Een ezel ziet eruit als een knuffeldier. Amateurs kopen een ezel in een opwelling, maar zijn niet op de hoogte van de juiste voeding en verzorging.'' Dus komt Duyzer op zijn inspectierondes ezels tegen met doorgegroeide hoeven, of ezels die te dik zijn of juist te mager. Als Duyzer een verwaarloosde ezel in beslag neemt, brengt hij het dier onder bij de Ezelsociëteit.

,,Mensen denken dat als ze verstand hebben van een pony, dat ze dan ook wel verstand hebben van een ezel'', zegt Harry Dekkers. ,,Dat is een groot misverstand. Een ezel is geen paard.'' De vacht van een ezel bijvoorbeeld biedt, in tegenstelling tot de vacht van een paard, geen goede bescherming tegen de regen. Een ezel moet dus bij regen in een stal staan. En een ezel heeft een veel hogere pijngrens dan een paard. ,,Dat is zijn tragiek'', zegt Dekkers. ,,Hij kan ernstig ziek zijn zonder dat je het ziet. Als een paard koliek (buikpijn, red.) heeft, gaat hij meteen rollen en naar de buik trappen, paarden zijn enorme aanstellers. Als je bij een ezel koliek waarneemt – je ziet dan een apatische ezel die niet wil eten of drinken –, is het soms al te laat.''

De ezel is altijd het dier van de armen geweest. En omdat die ezel-eigenaren toch geen geld hadden voor een goede verzorging van hun dier, was er bij wetenschappers ook nooit veel belangstelling voor medisch onderzoek naar ezels. Dat is nu aan het veranderen, vooral dankzij de dierenartsen van The Donkey Sanctuary in Engeland, een international kenniscentrum voor ezelkunde en ezelbehandeling. Zij reizen de hele wereld rond om lezingen te geven over de specifieke eigenaardigheden van de ezel. Voor het symposium `Hoezo koppig? De ezel, nét even anders' op de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht, ruim een jaar geleden, was onder dierenartsen uit het hele land grote belangstelling geweest.

GEKNAKTE RUGGEN

Maar laten we met Kerst even stilstaan bij de ezels die hier vandaag niet zijn. En dan bedoel ik dus niet de teerbeminde ezels met een naam voor wie nu kaarsjes branden en voor wie het barbershop-koortje zingt. Dan bedoel ik de oude, afgewerkte ezels zonder naam. Ezels met geknakte ruggen die op paardenmarkten staan te wachten op een beter leven, maar die aan het einde van de markt mochten willen dat ze vergeten waren. Want nu zijn ze opgekocht door een Italiaanse of Spaanse handelaar die hen op `salamitransport' zet. Het schijnt het vlees van ezels te zijn dat een extra pittige smaak aan salami geeft. Overigens kan zo ook de ezel van het goedbedoelende gezin dat er toch liever maar weer van af ziet, bij een Italiaans slachthuis terechtkomen. ,,Die mensen denken dan dat de paardenhandelaar voor hun ezeltje een kinderboerderij of een leuk parkje zal vinden'', zegt inspecteur Duyzer. ,,Niet dus.''

Duyzer controleert onder meer internationale transporten van paarden en ezels. Vooral halverwege de jaren negentig deed hij schokkende vondsten: hij heeft eens een ezeltransport vanuit Roemenië gevolgd en gezien hoe de chauffeur onderweg een aantal dode ezels dumpte. Dieren mogen volgens de wet alleen vervoerd worden als hun gezondheid dat toelaat en als ze de juiste papieren hebben. Maar de inspectie van de Dierenbescherming werkt maar met een tiental inspecteurs en illegale transporten zijn moeilijk te voorkomen. ,,De ezels komen met vrachtwagens vol Nederland binnen'', zegt Vera Dekkers. ,,Een vrachtwagenchauffeur die op Italië rijdt, moet toch terug met een lege wagen.Dan denkt hij: hup, ik doe er gewoon een lading ezels in. Die ezels staan dan eigenlijk klaar voor de slacht, voor een paar tientjes zijn ze te koop.'' Niet zelden overlijden deze afgewerkte landbouwezels uit Roemenië of Griekenland tijdens het transport, zegt Vera Dekkers. Omdat ze bijvoorbeeld vallen en vertrapt worden door andere ezels, of ze sterven letterlijk van dorst en honger – soms duurt een reis voor hen wel tachtig uur. Een handelaar kan in Nederland honderden euro's vragen voor een ezel. ,,`Het is een zwangere merrie', zegt de handelaar dan. Maar de ezel kan ook een dikke buik hebben omdat hij hongeroedeem heeft of vol zit met wormen'', zegt Vera Dekkers. Wat niet verkocht is, gaat weer terug naar Italië.

Loop maar eens met inspecteur Duyzer op een maandagochtend over de paardenmarkt in Utrecht; zie de wrakkige paarden aan hun halster trekken, hoor ze zachtjes hinniken. Soms wachten hier ook ezels. Op het parkeerterrein staan lege vrachtwagens klaar, hun laadklep al omlaag, geen stro op de grond. Duyzer: ,,De helft gaat hier weg voor de dood.''

Intussen in Zeist loopt mooie Grietje een beetje verweesd te zoeken naar haar maatje Coco. Maar Coco is er niet vandaag. Coco is aan het werk op een biologische boerderij in Bunnik. Zij staat in een kerststal.

Meer informatie: www.ezelsocieteit.nl, tel.: 0343-491371, bankrekeningnummer: 3112.55.426, Stichting de Ezelsociëteit draait op vrijwilligers; alle donaties komen ten goede aan de ezels.