Ik verdraag geen medespeler

Theatermonologen zijn al zo oud als de toneelkunst zelf, maar staan tegenwoordig weer volop in de belangstelling. Ook de acteurs houden ervan.

De acteur staat eenzaam op het toneel. Hij kan zich met niemand meten. ,,Nu ben ik alleen'', zegt Shakespeares Hamlet en vervolgens houdt hij een monoloog.

De monoloog in een theaterstuk is een eigen genre. De speler wendt zich af van het ensemble, de anderen bestaan niet meer. Nog een stap verder gaat de acteur die het ensemble laat voor wat het is en alleen op stap gaat. Het genre is weinig acteurs vreemd: met een monoloog wordt toelatingsexamen voor de toneelschool gedaan.

,,Een monoloog spelen is angstige overmoed'', zegt Will van Kralingen. Van Kralingen speelde enige tijd geleden het verhaal Juffrouw Else van Arthur Schnitzler en recentelijk De vrouwen van Picasso. ,,Ik ervaar het brengen van een monoloog als wonderlijke vrijheid'', laat ze weten. ,,Je gaat meer dan ooit een band aan met het publiek. De mensen zijn alleen voor jou gekomen dus jij weet dat je anderhalf uur lang het brandpunt van hun aandacht bent. Tijdens het spelen van een monoloog denk ik vaak aan solisten uit de muziek. Je speelt met je lichaam, je stem en met denkkracht. De toeschouwer moet de indruk krijgen dat wat je vertelt op het moment van acteren ontstaat. Het is net hardop denken.''

Het spelen van een monoloog is zo oud als de toneelkunst zelf. De grote acteurs waren de mannen van het eerste plan, ze stonden vooraan op het podium in het kaars- of gaslicht. Het waren de helden. Wat de aria is in de opera of de cadens in de klassieke muziek, dat is de monoloog in het toneel. Daarin schittert de acteur. Onafhankelijk van zijn mede-acteurs kan hij zijn eigen ritme en tempo bepalen. Acteur Porgy Franssen, die sinds deze zomer met Novecento veel indruk maakt, zegt het onomwonden: ,,Ik geniet van de vrijheid en de kans om mijn vleugels uit te slaan. De monoloog is een combinatie van eenzame kwetsbaarheid en magie.''

Op het eerste gezicht is een monoloog geen theater, want het conflict ontbreekt. De spelers van een monoloog zien het anders: de conflictsituatie ligt besloten in hun innerlijk. Ze splitsen zichzelf op in twee of zelfs meer personages. Van Kralingen vertolkt in De vrouwen van Picasso drie verschillende geliefden van de schilder en belicht daarmee drie aspecten van hem. De vrouwen rondom de schilder zijn elkaars vijanden.

Een gek

De monoloog zoals die wordt gespeeld door Jacob Derwig, Porgy Franssen, Jeroen Willems, Helmert Woudenberg, Will van Kralingen, Joop Keesmaat of Dirk Roofthooft is een volwaardig toneelstuk. Soms vergeet je als toeschouwer dat je slechts naar een personage luistert. Veertig jaar geleden, in 1965, bracht Henk van Ulsen zijn befaamde solo Dagboek van een gek van Gogol in de regie van Kees van Iersel. Jarenlang speelde hij de rol van de gek uit Petersburg, tot in 1998 aan toe. Van Ulsen: ,,Ik houd niet van de onwezenlijke veiligheid van een vast gezelschap. Ik krijg het benauwd. Als solist voel ik me veilig, want ik heb de touwtjes in handen. Ik bespeelt het publiek. Het was in de jaren zestig uniek om een monoloog te spelen. Mijn enige voorbeeld was Charlotte Köhler die Dostojevski's De zachtmoedige deed. Van haar leerde ik de kern van de monoloog: het toveren met taal, de passie voor literatuur.''

Net als Porgy Franssen en Henk Van Ulsen verkiest ook Helmert Woudenberg de eenzaamheid van de monoloog boven de uitputtende band met een gezelschap. Woudenberg was in de jaren zeventig en tachtig lid van het fameuze theatercollectief het Werktheater. ,,Dat was puur realisme'', licht hij toe. ,,Ik verwachtte meer van het toneel, bijvoorbeeld metafysica, aandacht voor het hogere. Wat ik zeg, denk en wil kan niet uitgedrukt worden in de dialoog. Daarin verdraag ik geen medespeler. Voor mij is de monoloog de primaire vorm van het theater. Ik heb negen monologen gespeeld. In mijn laatste, De Zonen van Jacob, verdeel ik mijzelf over verschillende bijbelse personages, zowel de oermoeders als de oervaders.''

Het decor waarin Woudenberg staat is van een absolute leegte. Van de honderdtwintig lichtstanden die zijn lichtman kan maken, koos Woudenberg er een. Hij draagt een rood overhemd, zwarte broek en glimmende schoenen. Zijn enige tegenspeler is een houten stoel: ,,Soms ga ik op die stoel zitten en ben ik een ander karakter; spreek ik de stoel toe dan ben weer iemand anders.''

Acteur Dirk Roofthooft staat in de theaterbewerking Bezonken rood naar de gelijknamige roman van Jeroen Brouwers. Hij zegt `in het geheel niet alleen te zijn'. ,,Anders dan veel acteurs beschouw ik de monoloog niet als opperste bekroning. De mannen van licht en video zijn live aanwezig en spelen mee. Bovendien ben ik me zeer bewust van de aanwezigheid van het publiek. De kracht van Brouwers' schrijfstijl schuilt in een soort creatieve tegenzin. Hij zegt `geen verhalen te kunnen vertellen, daarvoor te gesloten te zijn' en toch doet hij het. Die tegenzin geef ik vorm met mompelende geluiden. Ik schuifel over de vloer, ik rasp met mijn vingertoppen over mijn baard. Het is of de vertelling van het jongetje en zijn moeder in het Japanse kamp alleen maar fluisterend, aarzelend, zonder enig spektakel gebracht kan worden.''

Roofthooft heeft zowel een dierbare als pijnlijke herinnering aan een van zijn optredens: ,,De aanwezigheid van het publiek bepaalt sterk de sfeer. Op een keer verliet een toeschouwer voortijdig de zaal. Ik dacht dat het aan mij lag, dat ik slecht speelde. Naderhand hoorde ik hem op de gang huilen. De tekst had hem aangegrepen, hij kon het niet langer verdragen.''

Joop Keesmaat staat in de monoloog Gilgamesj, hij die alles gezien heeft, naar het vierduizend jaar oude epos uit Mesopotamië. ,,De toeschouwers houden van de intimiteit en de concentratie van de monoloog'', zegt hij. ,,Zij zitten op niet meer dan twee, drie meter afstand en dat schept een sterke band. Ik kijk het publiek in de ogen. Voor aanvang schep ik stilte, zodat ik het juiste moment kan afwachten voordat het publiek bereid is de tekst te ontvangen.''

Verslaafd

Jeroen Willems speelt sinds 1997 zijn monoloog Twee stemmen over de hele wereld, van Los Angeles tot het theaterfestival van Avignon. Hij zegt: ,,Ik ben niet alleen, ik ben vijf personages in mijn eentje en kies mezelf als tegenspeler. Ik speel het stuk in vier talen, Nederlands, Frans, Duits en Engels. Telkens is het een nieuw stuk. De Duitse versie, met de ingewikkelde bijzinnen, duurt een kwartier langer dan de Engelse.''

Twee stemmen is gebaseerd op teksten van Pier Paolo Pasolini, een dichter wiens woorden Willems `graag in de mond neemt'. Speelt Willems zijn monoloog in Oost-Europa, dan bespeurt hij honger naar deze intieme stijl van theater. Een mooie vorm in Twee stemmen is het gebruik van tafels waarop lege borden staan, beduimelde glazen. Die tafels zijn een metafoor. Willems: ,,Hoe het loopt in het leven, dat is eigenlijk niets anders dan aan welke tafel je terechtkomt.'' Willems is verder gegaan met solo-optreden: nu brengt hij de voorstelling Brel, de zoete oorlog over de `jaloersmakend goed zingende' Jacques Brel. Wat Willems fascineert in een solo is de spanningsboog. ,,Zet je in het begin te zwaar in, dan wreekt zich dat in latere scènes.''

Meer dan vijftig keer bracht Porgy Franssen Novecento, naar de gelijknamige tekst van Alessandro Barricco. Nu gaat hij werken aan Zijde door dezelfde schrijver. Franssen: ,,Ik wilde eigenlijk maandenlang op het Amsterdamse Museumplein in een tent vijf keer per week Novecento spelen. Ik houd van deze tekst over het jongetje dat op een schip wordt geboren, zich ontpopt als een meesterpianist en dat schip nooit durft te verlaten. Je merkt dat de woorden vanaf mijn ziel op de ziel van de toeschouwer ketsen. Ik ben niet bang voor de eenzaamheid, integendeel, het publiek geeft me ultieme aandacht.''

Voor acteur Jacob Derwig van 't Barre Land was de opdracht van de alleenspraak duidelijk: ,,Leer een tekst uit je hoofd en ga ermee op de planken. In je eentje doe je het werk van een heel gezelschap.'' Hij koos voor Dostojevski's novelle De zachtmoedige. Derwig: ,,Het moeilijkste van de monoloog is het moment van het begin. Waarom komt er een acteur op die zomaar iets gaat vertellen? Bij De zachtmoedige lost dat probleem zich vanzelf op, want het stuk is een reconstructie van de moord van de hoofdpersoon op zijn jonge vrouw. Reconstructies zijn altijd dramatisch en hebben een eigen wetmatigheid. De voorstelling loopt synchroon aan de uitleg. Ik speel de moordenaar als een charmante man. Ik kijk naar de toeschouwers of zij de rechters die de moord en de motieven van begin tot eind uitpluizen.''

Jacob Derwig heeft ook de titelrol in Hamlet vertolkt. Hij herinnert zich nog goed de inzet van zijn monoloog: ,,Nu ben ik alleen,/ de vuige ploert die ik ben.'' Hij zei het en de aandacht van het publiek trok in een keer naar hem toe. Hij zegt: ,,Ik hoop dat de kracht die van zo'n monoloog uitgaat uitstraalt naar alle spelers.''

Monologen die dit seizoen verder gespeeld worden zijn: `De vrouwen van Picasso' (www.nationaletoneel.nl); `De zonen van Jacob' (www.grunfeld.nl); `Bezonken rood' en `Gilgamesj' (www.rotheater.nl); `Novecento' (www.orkater.nl); `Brel, de zoete oorlog' (www.oostpool.nl); `Twee stemmen' (www.zthollandia.nl.)