`Ik geloof niet in het traditionele onderscheid tussen kunst met een grote k en een kleine k' Medy van der Laan

Je bent een prachtpareltje in een prachtkabinet, Medy. Je wedijvert met je premier in cultureel onbenul, met dit verschil dat jij de staatssecretaris van Cultuur bent en er iets meer van zou moeten weten. Je bent het gansje van cultuur.

Jouw baas, Jan Peter, is de onbetwiste oppergans. Iedereen houdt hem voor de gek en hij verroert zich niet. Ze lachen hem uit en hij lacht beleefd terug. Ze laten hem struikelen en hij hinkt opgewekt verder. Ze zetten hun oordoppen op en hij steekt alweer van wal. Een dag of wat terug werd Jan Peter geprezen in het Europese parlement omdat hij een half jaar Europa zo mooi had voorgezeten. ,,Een half jaar hield hij voorbeeldig zijn vinger in de dijk!'' riep een Engelsman. De parlementariër naast hem, duidelijk ook een Engelsman, proestte het bijna uit. Het gelaat van Jan Peter verried niets. Hij had nooit van Hans Brinkers gehoord. Stuur hem het boek eens toe, Medy, daar ben je voor. En houd de kunst in je regeringsgebouwen een beetje in de gaten.

Een paar bouwvakkers, las ik, hebben het portret van Jacob Cats van de muur gehaald en in een zijvertrek neergezet. Vervolgens pakte een andere bouwvakker een drilboor op en boorde, dwars door de muur, een gat in het schilderij. Kunst voor het volk.

,,Mensen moeten zelf uitmaken wat mooi is'', vertel je deze week in Elsevier. En je herkauwde weer eens dat er geen verschil bestaat tussen grote kunst en kleine kunst. ,,Het traditionele onderscheid'', noem je dat. Traditioneel hoezo? Het onderscheid tussen kunst met een grote k en een kleine k is door een regiment gesandaalde en behaarde socialisten al in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw met overgave overboord gegooid. Dat was de heilloze weg die leidde van pretvakken tot assertiviteit (`dat maken we zelf wel uit') en tenslotte tot het einde van het gezegende zwijgen van de zwijgende meerderheid.

Terwijl Medy met een prentenboek naar bed gaat doorboren de bouwvakkers de Oude Meesters.

Heel ouwe koek diste je daar op, meid.

Dat kabinet van je leeft nu eens in de jaren vijftig, dan weer in de jaren zeventig, maar nooit eens lijkt het te leven in de eenentwintigste eeuw.

Je baasje, Jan Peter, las onlangs een gedicht voor van Anton van Duinkerken, op een cd die als kerstgeschenk naar jullie jongens op het Iraakse slagveld gaat. Daarmee zijn jullie zelfs terug in de jaren dertig.

Jan Peter heeft geen verstand van poëzie, dus ik neem aan dat hij jou om advies heeft gevraagd. Waarvoor neemt een kabinet anders een speciaal cultuurgansje in dienst? Wat ging er in je genivelleerde hoofdje om, Medy? Die Anton van Duinkerken is een Bourgondiër die vaak te diep in de wijnroemer keek en dus uitstekend past bij rats, kuch en bonen?