Ik ben de circusdwerg

De Britse jazz-zanger en -pianist Jamie Cullum (25) laat over de hele wereld tienermeisjes croonen. ,,Jazz is van oorsprong ook het genre van drank, dansen en meisjes.''

Voor jazz-zanger en -pianist Jamie Cullum, `Sinatra op sneakers' voor zijn fans, is het zeven uur 's avonds in Sydney. ,,Ik verwachtte uw telefoontje al twee minuten geleden'', zegt tourmanager Danny bestraffend. Cullum zelf is welwillender. Zijn sterrenstatus is relatief nieuw en zijn volle agenda vervult hem nog met gêne. ,,O jee, daar bonzen ze al op mijn deur'', roept hij aan het eind van ons telefoongesprek. ,,Het spijt me echt, maar they'll kick my ass als ik nu niet meega.''

Voor Jamie Cullum (Essex, 1979) was 2004 het jaar van zijn internationale doorbraak. Van zijn derde en meest recente cd Twentysomething werden meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Maar Cullum staat voor meer dan jeugd en jazz. ,,In Amerika komt er nauwelijks een `klassieke' jazzliefhebber af op mijn concerten'', zegt hij. ,,Daar trek ik de jongeren die anders naar rockconcerten gaan.''

In het grensgebied tussen pop en jazz houdt Cullum met zijn donkere, – echtscheidingsleed, whisky en sigaretten suggererende – croonerstem en aanstekelijke pianovirtuositeit het midden tussen een mannelijke Norah Jones en Sinatra-epigoon Harry Connick Jr. En toch hoort hij niet helemaal tussen de cross-overartiesten die een nieuw en jong publiek voor vocale jazz enthousiasmeren. Cullum doet geen nostalgische pogingen de klank van weleer tot leven te wekken, maar verbindt het zingen van standards met zijn eigen muzikale achtergrond in de pop en de rock.

,,Ik prostitueer jazz voor mijn eigen doeleinden'', lacht hij. ,,Alleen op die manier ben ik trouw aan mezelf, en voeg dus iets toe. De lol is om de tijdloosheid van een liedje te benadrukken door je eigen muzikale bagage daaraan te verbinden.''

Zijn in eigen beheer uitgebrachte en met een studielening gefinancierde debuut-cd Heard it all before (1999) kent bijna niemand. De cd, uit de tijd dat Cullum nog Engelse literatuur en film studeerde, is op internetveilingen een duurbetaald collectors-item. De opvolger Pointless Nostalgic (2002, bij jazzlabel Candid verschenen) laat zich beluisteren als een serieuze jazzplaat. Met `It ain't necessarily so' en de Sinatra-klassieker `You and the night and the music' in Cullum-arrangementen voor piano, bas, drums en trompet, maar ook met eigen werk en een jazzy cover van een liedje van Radiohead (`High and Dry').

Zijn laatste cd Twentysomething, deze maand genomineerd voor een Grammy in de categorie vocale jazz, klinkt in arrangementen en repertoire nog eigentijdser, met covers van Jimi Hendrix ('Wind Cries Mary') en Jeff Buckley (`Lover, you should have come over').

Cullum ontdekte de jazz door de popmuziek. Zijn gids was zijn oudere broer Ben, met wie hij nog steeds liedjes schrijft. ,,Mijn broer is mijn doorgeefluik voor het ontdekken van nieuwe muziek. Als onzeker mannetje van één meter drieënzestig raakte ik gefascineerd door de magnetische aantrekkingskracht die zelfs de lelijkste rocksterren op vrouwen uitoefenden. De vrouwen, het reizen, de intellectuele uitdaging van zelf componeren en teksten schrijven, de hele levensstijl van maar zien wat er op je afkomt – alles aan het artiestenleven leek me even aantrekkelijk.''

En dus verfde ook Cullum als puber zijn haren groen, imiteerde met zijn elektrische gitaar Kurt Cobain in alternatieve rockbandjes en luisterde naar alle denkbare genres – van Nirvana tot de Beatles en de Stones, grunge bands, hiphop, dance en Engelse bands als Level 42 en de Housemartins.

Psychedelisch

De omslag van rock naar jazz kwam met de herontdekking van de piano, vertelt hij. ,,Nou ja, de Fender Rhodes elektrische piano, dan. Ik luisterde naar artiesten als Harry Connick en Jamiroquai. Via hen kwam ik terecht bij platen als het psychedelische In a Silent Way van Miles Davis en Headhunters van Herbie Hancock.''

Strikt genomen ontdekte Cullum de piano al als kind, maar ,,ik was gewoon nog te klein. Ik vond pianoles stom. Bladmuziek kan ik nog steeds niet lezen. Ik ben een typische autodidact. Die enkele weekendcursus piano of muziektheorie verwarde me alleen maar. Alles wat ik kan, heb ik geleerd door het naspelen van platen en door veel op te treden. Op trouwerijen, feesten, bar mitzwa's, schoolavondjes – overal.''

Zoals tv-kok Jamie Oliver een nieuw publiek voor koken enthousiasmeerde, zo doet Jamie Cullum dat met jazz. Op zijn website regent het kiekjes van nieuwe gigs, van Australië tot Texas. Voor wie hem dit jaar niet zag optreden op North Sea Jazz of vorige maand in Paradiso onthult zijn dvd Live at Blenheim Palace, een mix van documentaire en concertregistratie, de oorzaak van Cullums enorme succes. Want behalve een getalenteerde jazz-zanger en een ruig pianist is hij een schaamteloos entertainer met een oergevoel voor timing. De massaal meegecroonde lick van zijn eigen nummer `Twentysomething' wordt pas ingezet nadat Cullum met een aanloop over de breedte van het podium precies op het juiste moment weer achter de toetsen is beland. Bij `I get a kick out of you' stampt hij met zijn gympjesvoet op het klavier, in `Because you love me' beroffelt hij de piano als een trommel. En een extatisch `I love you, Jamie!' van een fan pareert hij droog met `I love you too, mom!'.

Zijn gedrongen gestalte en vriendelijke hertenogen maken Cullums diepe stentorstem live aanvankelijk tot een surrealistisch fenomeen. Tegelijkertijd houden juist zijn anti-idool-uiterlijk en ongetemde branie de suggestie van benaderbaarheid in stand. Jamie is de boy next door van de jazz. Cullum: ,,Mijn leven is een reizend circus, en ik ben de circusdwerg.''

Er klinken ook kritische stemmen. Want Cullums jazz is weliswaar lekker en swingend, maar ook ongecompliceerd. Easy listening voor een publiek dat tussen servet en tafellaken is blijven steken, vinden sommige critici. Te belegen voor rock maar te onbezoedeld voor het echte werk.

,,Zodra je je op het terrein van de jazz begeeft, heb je blijkbaar de plicht om het genre bloedserieus te nemen,'' reageert Cullum. ,,De jazz wordt op dit moment sterk door intellectuelen ingelijfd. De wortels van de jazz liggen bij de slavernij, maar het is van oorsprong ook entertainment, het genre van drank, dansen en meisjes. Op dat terrein begeef ik me. Dat betekent niet dat ik de ernstige kant van jazz niet respecteer. Ik moet er niet aan denken dat Keith Jarrett opeens op het podium rondspringt en -danst. Maar zelf voel ik me er goed bij. En al doende enthousiasmeer ik misschien een nieuw publiek voor de serieuzere jazz.''

`Twentysomething' stond in Nederland rond Sinterklaas op nummer drie in de album top-10, maar in verhouding tot de uitzinnige menigtes en huilende meisjesfans in Engeland, is de Nederlandse Cullum-claque relatief bescheiden.

,,Mijn publiek `thuis' is niet representatief'', beaamt Cullum. ,,Ik heb er veel fans, maar serieuze muziekwatchers wantrouwen me.'' Voor hen ben ik een `middle of the road'-jochie op een platgetreden pad. In de rest van Europa, de VS en Australië zien ze me als een een zonderling. Iemand die extraverter is dan de meeste jazzmusici, maar geen prototypische popster. Dat beeld bevalt me beter. Tegelijk voel ik me juist een typische Engelsman. Excentriek, niet in een hokje onder te brengen.''

Weinig animo

De standards waarmee Cullum beroemd werd, laat hij op zijn volgende cd ongemoeid. ,,Toen ik begon, was er bar weinig animo voor de oude klassieken'', zegt hij. ,,Nu grijpen zelfs jongensgroepjes terug op standards. Dat betekent voor mij: wegwezen. Als de hype is bekoeld, kom ik er wel weer eens op terug.''

Cullum wil in januari aan een nieuwe plaat beginnen, zodat die in de zomer van 2005 kan uitkomen. Van zijn oorspronkelijke plan samen te werken met de Australische rockgroep AC/DC komt niets terecht, er zijn meer vastomlijnde ideeën voor een samenwerking met The Neptunes. ,,Ik wil de grenzen van de jazz en die van de pop verder oprekken. Ik wil meer experimenteren met popharmonieën, met achtergrondkoortjes zelfs. Maar de fans kunnen gerust zijn – het resultaat zal niet onherkenbaar zijn. Het worden gewoon nog sterker liedjes om mee te zingen dan voorheen. En – anders – allemaal eigen werk.''

Terugkijkend op 2004 aarzelt Cullum even. ,,Het was een hectisch jaar'', zegt hij. ,,Ik heb me nooit eerder zo goed vermaakt, maar uiteindelijk hoop ik dat ik over veertig jaar kan zeggen: toen heb ik de basis gelegd voor een lange carrière van toeren en cd's maken. Want dat is wat ik wil – dat het succes blijft.'' En dat mag dan best iets minder heftig, voegt hij eraan toe. ,,Een hype suggereert tijdelijkheid. En ik ben van plan door te gaan tot in de oneindigheid.''

Jamie Cullum cd's: Twentysomething (Universal); Pointless Nostalgic (Candid). Dvd: Live at Blenheim Palace (Universal). www.jamiecullum.nl

Cullum is vanavond te gast in de `All you need is love-kerstspecial' (SBS6, 20.30u) en op 31/12 in de Staatsloterijshow (RTL4, 22u).