Fès bijna net zo mooi als Pompeï

Het geheim ligt besloten in een grafsteen. Eerst was die steen een stèle uit de vierde eeuw, met een Latijnse inscriptie opgedragen aan gouverneur A. Caecina Tacitus van Bética, een Romeinse provincie in Spanje. Duizend jaar later werd die stèle omgebeiteld voor het graf van de Arabische vorst Aboe Jacoeb Joessoef, die in Spanje rivaliserende moslimprinsen met elkaar probeerde te verzoenen en in 1307 werd vermoord.

Een steen dus met een geschiedenis van duizend jaar, beginnend bij de Romeinen en eindigend in de bloeiperiode van het Arabische imperium, dat zich tot 1492 zelfs over Spanje uitstrekte en een humanistische cultuur kende met geleerden als Averroës en Maimonides. Duizend jaar waarin Marokko meetelde in de wereld.

Daarna werd het stil en zakte het land weg in een verderfelijke poel van stammentwisten. Totdat de Fransen er begin twintigste eeuw hun oog op lieten vallen en van het land een protectoraat maakten.

Het is dan ook niet zo vreemd dat vooral de opgravingen in de Romeinse stad Volubilis bij Fès voor de hoogtepunten zorgen op de tentoonstelling Marokko. 5000 jaar cultuur. Zoals de fraaie mozaïeken van Triton, Medusa of windgod Aeolus. Bijna net zo mooi zijn als de mozaïeken in Pompeï – alleen gemaakt van wat grovere steentjes.

Rome spreekt je ook toe via het borstbeeld van Juba II, de romantisch ogende berberprins die in 25 v.Chr. van keizer Augustus het koninkrijk Mauretanië kreeg waarmee hij een trouwe vazal werd. Juba was opgevoed aan het hof van Octavia en getrouwd met een dochter van Marcus Antonius en Cleopatra. Als regerend vorst ontpopte hij zich als een soort lokale keizer Hadrianus, die zich interesseerde voor kunst, geschiedenis en geografie.

Echt bijzonder is de votiefstèle uit de eerste/tweede eeuw die een andere wereld dan de Romeinse laat zien: temidden van twee mannen in identieke kleding staat een man in boernoes met capuchon. Dat is een kledingstuk dat door Marokkanen tegenwoordig veel wordt gedragen, maar hier voor het eerst op een stèle is afgebeeld. Het is een van de leukste voorwerpen op de tentoonstelling.

Ook de joden spelen een rol in het verhaal dat in de Nieuwe Kerk wordt verteld. Vanaf de Romeinse tijd waren ze in Marokko aanwezig. Onder de islam voelden ze zich duidelijk meer op hun gemak dan in het door katholieke godsdienstsuperioriteit gedreven Europa. Na 1492, als een tweede golf joden – verdreven uit Andalusië – in Marokko aankomt, ontstaat in steden als Fès, Tétouan, Rabat een bloeiend joods leven. Mooie resten hiervan zijn de olielamp met zevenarmige kandelaar gesteund door twee wijnranken uit de vierde/vijfde eeuw, de negentiende-eeuwse chanoekalamp met berbermotieven en de joodse grafstenen met Latijnse inscripties.

Jammer is alleen dat de tentoonstelling met geen woord rept over de anti-joodse politiek die er vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw voor zou zorgen dat de meeste Marokkaanse joden emigreerden.

Uit de islamitische wereld zijn verder schitterend verluchte boeken te zien, zoals een vijftiende-eeuws Arabisch manuscript met een vertaling van Aristoteles' Politeia. Verliefd word je op een koran met groen papier en in zilverinkt geschreven letters, een boek dat je bijna wilt opeten, zo lekker ziet het eruit.

Doordat er in de islamitische cultuur geen mensen afgebeeld mogen worden krijg je in de Nieuwe Kerk een gebrekkig beeld van de Marokkaanse wereld. De tentoongestelde mooie houten deuren, preekstoelonderdelen, panelen met stermozaïeken in de kleuren geel, groen, blauw, zwart en wit zijn dan ook vaak niet meer dan losse flodders uit een oosterse wereld.

Dit `menselijk tekort' wordt echter goedgemaakt dankzij het subthema van de tentoonstelling – 400 jaar Marokkaans-Nederlandse betrekkingen – dat enkele schilderijen en tekeningen oplevert van Nederlandse kunstenaars als Willem Dooijewaard en Marius Bauer die rond 1900 naar Marokko trokken.

Behalve van de kunstschatten uit de Romeinse periode moet de tentoonstelling het vooral hebben van een geschiedenis die wordt verteld aan de hand van juwelen, vazen en schalen, sierwapens, gebruiksvoorwerpen en met gouddraad, zilverdraad, zijdedraad en edelstenen versierde traditionele klederdracht. Zoals je kunt verwachten vertegenwoordigen ze vooral de wereld van een stedelijke elite. Armoede, zoals die in een groot deel van het land nog altijd heerst, laat nu eenmaal weinig tastbare sporen na.

Tentoonstelling: Marokko. 5000 jaar cultuur. T/m 17 april 2005 in De Nieuwe Kerk, Dam, Amsterdam. Open: dag. 10-18u (31 dec. 10-17u), do. 10-22u. Gesl.: 25 dec. en 1 jan. Cat. €25. Inl.: www.nieuwekerk.nl of (020) 6386909