EU toont Turkije straks een ander gezicht

De Europese Unie heeft de lat voor toetreding van Turkije hoog gelegd. Maar hoe ziet de EU er zelf over tien jaar uit? En wil Turkije daar dan nog wel lid van worden?

De onderhandelaars zijn op hun thuisbases ingehaald als overwinnaars. De Turkse premier Erdogan kreeg een feestelijke ontvangst plus rijtoer. En fungerend EU-voorzitter Balkenende oogstte lof in het Europees Parlement en in de Tweede Kamer. Zelfs zijn eigen CDA, dat Turkije niet rijp acht voor onderhandelingen over toetreding, sprak van ,,een prestatie van formaat''.

Hoe nu verder? ,,Het wordt een ongekend ingewikkeld en delicaat proces'', zegt Henning Riecke van de Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik (DGAP), een denktank over internationale betrekkingen in Berlijn.

De Europese Unie heeft veel ervaring als het om uitbreidingen gaat. Maar Turkije is een uitzonderlijk geval. Dat zit hem onder meer in Turkije's formaat (twee keer zo groot als Duitsland, anderhalf keer zo groot als Frankrijk), in zijn overwegend islamitische signatuur en in zijn buren als Irak, Iran en Syrië. Voor een indrukwekkende schare oude rotten in de Europese politiek zijn dat redenen om een Turks lidmaatschap af te wijzen. Van Valéry Giscard d'Estaing tot Helmut Schmidt, en van Karel van Miert tot Helmut Kohl. Hun opvolgers beschikten anders.

Voor de korte termijn ligt er de kwestie-Cyprus, een hardnekkig wespennest waarin al menige gerenommeerde bemiddelaar zijn Waterloo heeft gevonden. Vóór 3 oktober moet er van Turkse zijde een `impliciete erkenning' van de (gedeelde) Republiek Cyprus komen, anders kunnen de toetredingsonderhandelingen niet beginnen, zo is afgesproken.

Lastiger wordt het – als de horde Cyprus is genomen – op middellange termijn. De onderhandelingen gaan dan over concrete aanpassingen van de Turkse bestuurspraktijk aan de Europese wet- en regelgeving. Dat hele pakket is verdeeld in 31 hoofdstukken, van vrij verkeer van personen tot consumentenbescherming, waarover simultaan wordt onderhandeld en die stuk voor stuk formeel moeten worden afgerond. Waarnemers houden er rekening mee dit zeker tien jaar gaat duren.

Op papier hebben de regeringsleiders veel waarborgen en veiligheidskleppen moeten inbouwen om alle EU-landen binnenboord te houden. Geen kandidaat is in het EU-verleden zo strikt de maat genomen als Turkije in de toekomst. ,,Daarmee neemt de Europese Unie welbewust een dubbel risico'', zegt Riecke van de DGAP. Het eerste ligt in Turkije zelf. ,,Je mag niet uitsluiten dat het nu bestaande Turkse enthousiasme voor toetreding afbrokkelt wanneer men jaren achtereen en keer op keer op de korrel wordt genomen en impopulaire maatregelen moet doorvoeren om de verlangde transformatie te bewerkstelligen.''

Het tweede risico schuilt in de EU-landen zelf. Riecke: ,,Je kunt er vergif op innemen dat tegenstanders van Turkse toetreding elke hobbel in de onderhandelingen aangrijpen om de nationalistische en chauvinistische trom te roeren.'' Dat verschillende landen (Frankrijk, Oostenrijk) als sluitstuk van deze fase een referendum over de Turkse toetreding zullen houden, maakt de uiteindelijke uitkomst alleen maar ongewisser.

Nochtans is het volgens EU-expert Jan Rood van Instituut Clingendael in Den Haag prematuur om te stellen dat op de jongste Europese top ,,het doodsoordeel over de politieke unie'' is uitgesproken, zoals de Belgische oud-minister en oud-eurocommissaris Karel van Miert zei en zoals ook doorklonk in andere – niet alleen Franse – commentaren. ,,Flauwekul'', vindt Rood. ,,We moeten niet doen alsof de EU met Turkije erbij als federatie van de baan is. Dat station is al veel eerder gepasseerd. Laten we elkaar niet voor de gek houden. Ik draai de stelling om: als de EU een federatie had moeten worden, dan had men Frankrijk niet op moeten nemen.''

Toetreding van Turkije past volgens Rood in Europa's zoektocht naar vrede en veiligheid. ,,De belangrijkste politieke doelstelling van de EU sinds de Koude Oorlog is het stabiliseren van de verhoudingen in Europa en het integreren van de landen in Midden- en Oost-Europa in de Europese samenwerking. In dat streven is Turkije een logische vervolgstap. Ze onderstreept juist de politieke uitdaging voor Europa.''

Behalve de netelige kwestie-Cyprus en het riskante onderhandelingsproces, maken de lotgevallen van de Europese grondwet de uitslag schier onvoorspelbaar. Deze grondwet is eind oktober door de EU-regeringsleiders ondertekend. Zij doorloopt nu de vereiste nationale ratificatieprocedures. Zij wordt alleen van kracht als alle lidstaten er mee instemmen. Litouwen en Hongarije hebben dat inmiddels gedaan. De overige landen zijn de komende twee jaar aan de beurt. In zeker negen landen, waaronder Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland, gaat dat gepaard met een (raadgevend of bindend) referendum.

Anders gezegd: van welke Europese Unie wordt Turkije straks mogelijk lid? Is dat een Unie waarvan alle lidstaten overtuigend `ja' zeggen tegen verbreding en verdieping van Europese integratie, zoals de EU-grondwet verwoordt? Of is dat een Unie waartegen verschillende lidstaten `nee' hebben gezegd (per referendum) – al dan niet geprikkeld door het perspectief van Turkije's toetreding? Kortom, een afgeslankte Unie, met in het beste geval een kerngroep met daaromheen een trits `tweederangs' satellieten.

Deze laatste variant plaatst Turkije voor het ,,perfecte Groucho Marx-scenario'', merkte columnist Wolfgang Munchau in de Financial Times op. Want tegen de tijd dat Turkije mag toetreden, is de EU niet meer de club waar het oorspronkelijk lid van wilde worden. (De Amerikaanse komediant zei ooit dat hij niet bij een club wil horen die hem accepteert als lid.)