Er was eens duurt eeuwig

Steeds vaker grijpen lezers naar boeken waarin niet het ego van een auteur over ze wordt uitgestort, maar waarin verhalen worden verteld over imaginaire, alternatieve werelden. Waarom is fantasy zo populair? En is dat terecht?

`Vindt u ook dat de dagen tussen Kerstmis en het nieuwe jaar zo vreemd stil en roerloos zijn? Ik noem ze dode dagen. Een tijd waarin deuren opengaan tussen onze eigen wereld en de onzichtbare wereld, die net onder de oppervlakte ligt. In deze periode, die buiten de gewone tijd staat en tijdloos is, is de heidense kracht van het eeuwenoude midwinterfeest onder ons. Alle tijden komen samen.'

Zo begint het voorwoord van Marcus Sedgwicks Het boek van de dode dagen, het eerste deel van wat een fantasytrilogie moet worden en dat onlangs in Nederlandse vertaling verscheen. Sedgewick verwijst naar die donkere, winterse decemberdagen, waarin vele mensen van oudsher op zoek zijn naar een lichtpuntje in hun bestaan. Kaarslicht vervangt elektriciteit, kerken zijn eindelijk weer eens gevuld, strijd wordt gestaakt en verhalen worden verteld. Tijdloze verhalen over universele onaantastbaar geachte waarden. Geen realistische fictie waarin auteurs hun ego ongevraagd uitstorten over de hoofden van hun lezers, maar fantastische fictie. Klassieke story telling waarin imaginaire, alternatieve werelden verborgen dromen, angsten, hartstochten, ambities en teleurstellingen weerspiegelen, of onze maatschappelijke wanorde becommentariëren. Fictie die de literaire verbeelding scherpt en de morele sensitiviteit verfijnt. Fictie die wordt geduid als `fantasy' en die – gezien de wijdverbreide herwaardering van Tolkiens The Lord of the Rings, de alomtegenwoordige Harry Potter, de grote waardering voor Philip Pullmans trilogie His Dark Materials en de magische verkoopcijfers van Terry Pratchetts Discworldnovels (inmiddels 30 miljoen verkocht en in 29 talen verschenen) – razend populair is.

Waar komt die populariteit vandaan? De afstand in jaren ontbreekt nog om een definitief verband te leggen tussen de populariteit van fantasy en onze goddeloze, snel veranderende tijd, maar de gedachte is verleidelijk. Na 11 september lijkt de wereld op drift te zijn geraakt. Velen zien de samenleving als instabiel, het huidige bestaan als immoreel en de wereld als een duistere chaos. De (westerse) mens hunkert naar een duidelijk gemarkeerde ontsnappingsroute uit die duisternis. En verhalen kunnen houvast bieden. Philip Pullman verklaarde tijdens zijn `Carnegie Medal Acceptance Speech' de behoefte aan fantasy als volgt: `We hebben geen lijstjes nodig met daarop wat goed en fout is, tabellen met wat wel en niet mag; we hebben boeken, tijd en stilte nodig. Gij zult niet is snel vergeten, maar Er was eens duurt eeuwig.'

Helaas zijn lang niet alle fantasyboeken goed. Vaak bevinden ze zich op de literaire meetlat tussen pulp en middelmaat. Het zijn matig geschreven boeken waarin de ongelijke strijd tussen Goed (gedoodverfde winnaar) en Kwaad (gedoodverfde verliezer), vaak verbeeld door middeleeuws aandoende veldslagen, het menselijke verlangen naar mysterie en een goede afloop op goedkope wijze bevredigt.

Zo overtuigt de boven aangehaalde trilogie van Marcus Sedgwick niet. In het eerste deel, Het boek van de dode dagen, vertelt hij het spannende verhaal over Boy, een vijftienjarige wees die op zoek is naar zijn afkomst en werkt voor de onsympathieke goochelaar Valerian. Deze heeft ooit een pact met het kwaad gesloten dat hemzelf en Boy het leven kan kosten. Extra spanning ontstaat door de suggestie dat Boy Valerians zoon is. In het vervolg, The Dark flight down, maakt Sedgwick zich er echter te gemakkelijk vanaf. Hij suggereert een innerlijke, morele strijd bij zijn personages, maar werkt die niet uit. De avonturen eindigen met een dooddoener van de hoofdpersoon: `Nu ik de waarheid weet doet het mij niks. Ik ben die ik ben.'

Een fantastisch verhaal, vertelt de gelauwerde Amerikaanse auteur Ursula K. Le Guin in haar essaybundel The Wave in the Mind (2004), is absoluut nietsbetekenend als er niets wezenlijks op het spel staat. `Als het louter om winnen gaat, dan vervangt het bovenaan eindigen de morele keuze'. Als `winnen' alles is wat een verhaal biedt, is dat onvoldoende. Een slecht uitgevoerde tovenaar, aldus Le Guin, is een dode tovenaar. Onzorgvuldig geschreven fantasy waarin de feiten en de daaruit voortkomende beeldspraak niet tot in detail kloppen, doodt de magie en is ongeloofwaardig. Fantasy wijst de tastbare werkelijkheid schaamteloos af, maar raakt het `ware' evenzeer als de meest grauwe, harde werkelijkheid .

Er zijn maar weinig auteurs die een betrouwbare brug slaan tussen hun imaginaire wereld en de werkelijkheid. Pullman, Pratchett en Le Guin zijn voorbeelden van schrijvers die je via hun fantastische werelden juist meevoeren naar een werkelijkheid die je bewustzijnsniveau op een hoger peil brengt. Daarom ook is het terecht dat Pullmans His Dark Materials in 2002 werd bekroond met de Whitbread Book Award. Britse critici noemen die trilogie een poëtisch, spannend avontuur vol filosofie, onmiskenbaar beïnvloed door Miltons Paradise Lost, Blake, Swift en Goethe en met verwijzingen naar mythes, religie, Noorse legenden en Griekse tragedies. Centraal in de trilogie staat Pullmans geloof in vrije wil, ratio en kennis. `De hel', vindt Pullman, is dus `onze eigen creatie'. Als wij niet uitkijken, verandert de aarde door onze keuzes in een hel. Zie de wereldwijde onrust, zegt Pullman, de problemen in het Midden-Oosten en oorlog in Irak. In interviews en speeches wijst Pullman daarom voortdurend op de functie die fictie volgens hem heeft: Het aanboren van de morele intelligentie. Story telling is een overdrachtsmiddel voor moraliteit. Geen verborgen kant en klare preken, opgeheven wijsvingers en didactisch verantwoorde boodschappen, maar verhalen die prikkelen en je laten zoeken naar antwoorden.

Terry Pratchett bewijst met zijn `comic fantasy' dat dit mogelijk is. Veel boeken in zijn unieke Discworld-serie, waarin afgelopen oktober Going Postal verscheen, werken als een lachspiegel. Zo'n holle of bolle spiegel. Eerst lach je om je bizarre spiegelbeeld, dan keer je de spiegel de rug toe vanwege de bevreemdende werking, vervolgens kijk je toch weer om omdat je vervormde beeld buitengewoon fascinerend is. Pratchetts fantasy werkt als venijnige, allesvernietigende satire: een subversief middel om de samenleving te becommentariëren. Niet ten onrechte vergelijken literatuurcritici Pratchetts werk met Jonathan Swifts Gulliver's travels.

De `Disc' is de plaats van handeling: Een platte draaiende schijf: `wereld en spiegel van werelden'. Vier olifanten, die op de rug van een in de ruimte zwevend, gigantische schildpad staan, dragen de `Disc'. Daarop wonen mensen, en tovenaars, weerwolven, dwergen, golems en andere fantasiewezens. De hoofdstad van de `Disc' is Ankh-Morpork met onder meer zijn `unseen university' waar hogere wetenschap wordt bedreven door zonderlinge tovenaars met nepbaarden. Een echte baard is ongerieflijk, maar de tovenaars realiseren zich dat het publiek baarden van hen verwacht. `It's like having stars on your robe'. Mensen houden van onschadelijke oplichterij als dat ze vermaak in het vooruitzicht stelt, aldus Pratchetts nieuwe hoofdpersoon in Going Postal.

De universiteit, het fenomeen fantasy en entertainment zijn niet het enige mikpunt van Pratchetts spot. In Going Postal beschrijft Pratchett de concurrentie tussen een oud, bureaucratisch postkantoor (`a big box to employ people in') en de `Grand Trunk Company', een soort telegraafbedrijf dat berichten verstuurt zo snel als het licht (`the clacks' doen denken aan email).

Eigenaar van de Grand Trunk is Reacher Gilt, wiens naam geheel overeenstemt met zijn karakter en maffiose uiterlijk. De `Postmaster' is Moist von Lipwig, een manipulatieve, luie oplichter, die van de tirannieke bestuurder (Lord Vetinari) van Ankh-Morpork een kans krijgt zijn leven te beteren. Moist grijpt zijn kans, maar Pratchett toont realiteitszin. Want Moist verandert niet zo zeer zijn manipulatieve karakter, als wel de keuze om zijn talent (mensenkennis) niet langer te misbruiken, maar te gebruiken. Moist bepaalt zelf zijn levens- en morele houding en draagt daar verantwoordelijkheid voor. Door zijn bewuste keuze blijft hij én Postmaster, met goud gekleurde helm en laarzen met vleugels `the living likeness of a god', én wordt hij bestuurder van de `Grand Trunk Company'.

In deze spannende, komische drieëndertigste `discworldnovel' maakt Pratchett subtiel en met voortreffelijke beeldspraak duidelijk dat onze dolgedraaide wereld een direct gevolg is van gemaakte keuzes. `Je hebt altijd een keuze. [...] Geen enkele bruikbare definitie van vrijheid is volledig, zonder de vrijheid de consequenties te aanvaarden. Sterker nog, het is de vrijheid waarop alle andere [vrijheden] berusten.'

In een interview met deze krant noemde de Britse schrijfster en literatuurwetenschapper A.S. Byatt, die vorige week de Huizingalezing hield, Pratchett een genie. Zijn boeken dienen niet alleen tot vermaak, ze brengen iets teweeg. Professor Pelc van de `unseen university' heeft gelijk als hij zegt dat woorden er toe doen. `Voldoende woorden, bijeen gepropt, kunnen tijd en ruimte beïnvloeden'. Daarom is het vertellen van verhalen belangrijk. In Gifts, fantasy van Ursula K. Le Guin die dit najaar verscheen, is de inspirerende werking van mondelinge en schriftelijke overlevering zelfs een hoofdthema.

De primitieve stammen die in Le Guins `Uplands' wonen bezitten weliswaar magische gaven (`gifts'), maar geen boeken of vertellingen. Deze `toverkrachten', zoals het roepen van wilde beesten tijdens de jacht en het doden middels blikken, maakt de Uplanders enerzijds machtig, anderzijds onzeker over of en hoe ze hun allesvernietigende `gifts' moeten gebruiken (Een weerspiegeling van het machtsvraagstuk als ethisch dilemma van onze tijd). Angst regeert hun leven. Daardoor is hun samenleving hard, onmenselijk en duister.

Het opgroeiende meisje Gry en de jongeling Orrec, vanuit wiens perspectief Gifts wordt verteld, twijfelen over het juiste gebruik van hun `gifts'. Orrec vreest dat als zijn blik dodelijk is, hij wellicht kan moorden. Hij wantrouwt zijn gave en blinddoekt zichzelf. Zijn moeder Melle gaf hem die twijfel in. De `gifts' van de Uplanders beschouwt ze als bijgeloof. Van afkomst een `Lowlander' is Melle wél opgegroeid met boeken en verhalen. Ze vertelt Orrec en Gry haar jeugdherinneringen alsook sprookjes en een roerend scheppingsverhaal. Stuk voor stuk mooie verhalen, die bovendien, zoals je kunt verwachten van Le Guin, een functie hebben. Als Melle stervende is (prachtig en ingetogen beschreven) ontlenen zij en Orrec geestkracht aan haar vertellingen: `De verhalen leidden ons uit de duisternis en de kou'. Melle besluit dan haar herinneringen en `heilige verhalen' en gedichten die ze sinds haar jeugd heeft gelezen en gehoord op te schrijven voor haar nageslacht, opdat ze niet verloren gaan. Als Orrec wezenlijke beslissingen moet nemen, herinnert hij zich de verhalen van zijn moeder als inspirerende `gifts of light'. Hij voelt `a new power that lay not in acts but in words'.

Met die ontknoping laat Le Guin precies zien wat moderne, goed geschreven fantasy kan zijn, een pleidooi voor klassieke story telling, voor overlevering, voor het vastleggen van verhalen in het geheugen. Verhalen waarin alle tijd samenkomt, verhalen voor altijd – en niet alleen tijdens de donkere decemberdagen.

Ursula K. Le Guin: Gifts.

Hartcourt, 274 blz. €20,22 Terry Pratchett: Going Postal. Transworld Publishers, 352 blz. €23,50

Marcus Sedgwick: The Dark Flight Down. Orion, 234 blz. €17,17. Deel 1 van de trilogie, The book of dead days (Orion, 270 blz. €10,95), is vertaald door Annelies Jorna als Het Boek van de dode dagen, Van Goor, 253 blz. €16,95