Epe Wapenveld

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Gelderland.

Is de hemel van satijn, zijn sparren en beuken hoog en rechtgestamd en bestaat de bodem uit vochtig zand, dan kan wandelen in trance brengen. Het stappen gaat mechanisch, net of een gedienstige ingenieur tempo en beweging van benen, romp en armen in balans houdt. Spieren doen makkelijk, gewrichten zijn knarsloze radertjes en de hersens worden sensatievangers ze registreren stationair.

Wakend slaapwandelen is het, zoiets, en het verschaft een staat van gratie die duurt zolang de wandelaar er zich niet van bewust is. Denkt hij, hè wat loop ik lekker, dan loopt hij wel lekker maar dan verdampt de trance op slag.

Niet op de bruine heidevlakte overkomt me de slaapwandeltrance, daar is te veel te zien. Regenvlagen in de verte, plukken schapenkrul als engelenhaar in de heidestruikjes, een schaaploze schaapskooi bewoond door honderden kogelronde vogeltjes met witte buiken.

Maar in het bos verdwijn ik in mijn stap, en dat besef ik pas als man mijn roes verstoort met een plotseling harde hand om mijn onderarm.

Ik schrik op, maar ik protesteer niet. Ik maak pas op de plaats en ik staar, want die greep, dat is de hertenklem. Niets zeggen, betekent hij, meteen stilstaan. De druk van mans hand wijst waar ik moet kijken. Daar gaan ze: drie damesreeën. Ze steken één voor één het pad over, zien om beurten kippig onze kant op en verdwijnen in de struiken, hun crème queue de Paris aanvallig tussen bruin en groen.

De zon slaat een blauwe plek in het grijs en perst wat stralen door de wolken. Er klinkt gekef, gebeier van een kerkklok, het goedmoedig gesuis van de snelweg. We passeren educatieve bordjes: de zomereik heeft gesteelde eikels en ongesteeld blad en bij de wintereik is dat andersom. Of zit het net anders, met die steeltjes en niet-steeltjes? Geen idee, nu ik dit bordje gelezen heb, zal ik die eiken nooit meer niet door elkaar halen.

Wat voor eik ook, het afgevallen blad is bijna één met het zand geworden. Het ritselt niet langer, het knarst.

De zon verdwijnt en verschijnt en wordt weer afgeslagen. Krijgen we regen? Jazeker, bij buitjes en het kan ons niets schelen want regen is een zegen, het landschap kleurt ervan.

Langs moddersporen dalen we drie keer af in een brede greppel en klimmen er weer uit. Vroeger waren dit waterwin-vaarten, nu zijn ze valleitjes. Op hun hellingen heeft iemand ondermaatse kerstboompjes weggegooid.

17 km. Kaarten 42-45 uit: Maarten van Rossumpad, uitg. NIVON, 2001. Tel. regiotaxi 0900 9886 (inf. tel. 0900 2356684).