Eerst denken, dan pas nadoen

Wat leest Geert Wilders deze kerst? Wat vinden de Tokkies onder de boom? Zestien recensenten van de bijlage Boeken geven een boek cadeau aan Nederlanders die in 2004 in het nieuws waren.

Niet iedereen kan met Kerst mijmeren over vrede op aarde. Minister van Defensie Henk Kamp heeft laten weten voorstander te zijn van een `raketschild' voor vier nieuwe fregatten. Een raketschild! Ronald Reagans grote droom uit 1983 wordt ruim twee decennia later gedeeld door een Nederlandse minister van Defensie. Dat het nog steeds om een droom gaat liet de woordvoerder van de minister impliciet al weten. `Beslismomenten' over het schild waren er nog niet, zei hij. Het is bovendien nog allesbehalve zeker dat de twee systemen – radartechnologie en antiraketten waarmee vijandige wapens buiten de dampkring kunnen worden opgespoord en uitgeschakeld – ook zullen werken.

Kamps ambtgenoot in de Verenigde Staten, Donald Rumsfeld, is wat dat betreft een stap verder. Hij heeft de gedachte dat het systeem eerst moet functioneren voordat het kan worden opgetuigd, laten varen. Een Amerikaans schild komt er gewoon, punt uit. Of het dan al werkt of niet doet niet ter zake, dat is iets voor fijnproevers. Sceptici werden typisch Rumsfeldiaans terecht gewezen: als de gebroeders Wright als luchtvaartpioniers perfectie hadden nagestreefd, zei hij, hadden hun nazaten nu nóg getest of vliegen mogelijk is. Niet zeuren dus; dat is iets voor doemdenkers, cultuurpessimisten en journalisten.

Mijn gedachten gaan uit naar Henk Kamp. Moet hij luisteren naar dit faith based optimisme van onze bondgenoten? Eerst erop af, en dan kijken waar je terecht bent gekomen? Het Amerikaanse raketsysteem past met die benadering goed in het defensiebeleid van de regering Bush, zoals dat voortreffelijk is beschreven door James Mann in The Rise of the Vulcans. Dat beleid vertrouwt op militaire suprematie, technologische know-how, en het geforceerd scheppen van een nieuwe realiteit. Een raketsysteem waarvan nog moet worden bewezen of het werkt maakt daar deel van uit, evenals de oorlog in Irak die diende als opmaat naar de vestiging van democratie in het Midden-Oosten.

Alleen al daarom moet Henk Kamp dit boek lezen. Maar The Rise of the Vulcans is ook zo'n knap boek, omdat het de carrières van de beleidsmakers in Bush' eerste kabinet uit de doeken doet, en tegelijkertijd laat zien waarom het na de overwinning op het slagveld wel mis moest gaan in Irak. Vertrouwen in eenzijdige militaire macht gekoppeld aan wantrouwen tegenover verdragen en diplomatie; desinteresse voor de bevolking die net was bevrijd van een dictator; toekomstplannen voor het bevrijde land die erop neerkwamen dat alles goed zou komen zolang er maar geen plan was; en, vooral, de gedachte dat een argwanende wereld snel bij zinnen zou komen en het visionaire leiderschap van Washington zou erkennen als moedige stap voorwaarts in een duistere regio.

Met onze troepen in Irak gaat het intussen zo slecht nog niet; het gaat er vriendelijker aan toe dan in de rest van Irak. Maar minister Kamp zou dit boek toch ter hand moeten nemen, als waarschuwing hoe een oorlog kan ontsporen door arrogantie en naïviteit. En als aanbeveling: stel de `beslismomenten' over dat ruimteschild nog maar even uit.

James Mann: Rise of the Vulcans. The History of Bush's War Cabinet, Viking.