Een recht op sterven is in strijd met het recht op leven

Als de babyboom een bejaardenboom wordt, zou euthanasie wel eens een verleidelijk goedkope oplossing kunnen worden, denkt Maarten Huygen. Hij reist als commentator door de samenleving.

De medische diagnose van heftige darmbloedingen en gevaarlijke bloedarmoede gaf mevrouw A. Hagendijk hoop. ,,Heerlijk, nu weet ik eindelijk waar ik aan doodga'', zei ze tegen haar arts. Ze weigerde de noodzakelijke bloedtransfusie, maar ze nam wel ijzerpillen, want dan zou ze zich gedurende haar laatste levensdagen beter voelen. Ze verheugde zich op de dood, want ze gelooft in een nieuw leven na de dood, in reïncarnatie. Tot haar spijt kwam ze er weer boven op.

Als ik deze 95-jarige zie in het Haagse verpleeghuis De Eshoeve, kan ik me voorstellen dat haar arts haar niet helpt met haar levenseinde. Het winterzonlicht schijnt naar binnen, ze is inmiddels zichtbaar aangesterkt, heeft een feestjurk aan en zit fris geurend met een mooi rond wit krullenkapsel in haar kamer, klaar in de rolstoel om de deur uit te gaan naar de kerstlunch. Ze klinkt opgewekt, spreekt helder, doet haar best om te luisteren – kortom een goede gesprekspartner. Maar ze kan nauwelijks zien, laat staan lezen en je moet hard in haar linkeroor praten om te worden verstaan. Wil ze echt dood?

Ze zegt van wel. Ze is actief lid van de Nederlandse Vereniging voor een vrijwillig levenseinde. Met hulp van haar achternicht heeft ze met grote inspanning heel wat bibberige handtekeningen gezet voor een euthanasieverklaring waar ze nu niets aan heeft. Toen ze drie jaar geleden – in een ander verpleeghuis – zei dat ze niet zo oud wilde worden en dood wenste te gaan, zei haar toenmalige arts dat er een tweede arts bij nodig was om het goed te keuren, kortom een hele procedure met onzekere afloop. ,,Het was allemaal ingewikkeld, te veel gedoe'', zei ze en ze zag er maar van af. Wilde ze echt dood?

De Nederlandse Vereniging voor een vrijwillig levenseinde wil euthanasie als mensenrecht, zodat een dokter op grond van een wilsverklaring zonder omhaal de laatstewilpil hoort voor te schrijven. Mevrouw Hagendijk kan dan volgens haar geuite wens sterven. Maar haar verpleeghuisarts Eric Nollkaemper is geen pillencomputer. Hij heeft een eigen geweten en wil niet zomaar meewerken aan ieders dood, ook al is die gewenst. Zijn eed van Hippocrates heeft hij afgelegd voor het recht op leven, niet voor het recht op sterven. Het gewenste recht op sterven is in strijd met het recht op leven.

Hoe maak je uit of Hagendijk ondraaglijk lijdt? Dat is het juridische criterium voor actieve euthanasie, maar je kunt het niet objectief medisch vaststellen. Levensmoeheid is al helemaal geen medische zaak. Ik kan het bij Hagendijk in de korte tijd dat ik haar heb gesproken niet vaststellen. Maar ook Nollkaemper die haar goed kent, heeft er moeite mee. Ze zegt dat ze gedurende haar leven manisch depressief is geweest om er daarna aan toe te voegen: ,,Ik heb het hier goed naar mijn zin.''

Een doodswens wordt vaak dubbelzinnig geuit. Patiënten veranderen van mening. Volgens de voormalige minister van Gezondheidszorg, Els Borst, is dementie een goede grond voor actieve euthanasie ook als de demente het niet meer kan vragen. Als er maar een wilsverklaring is. ,,Maar wanneer ben je dement? Is dat als je voor de tweede keer of voor de derde keer je sleutels verliest?'', vraagt Nollkaemper zich af. Lang niet alle dementen zijn depressief. Iemand kan – eenmaal dement – van gedachten zijn veranderd zonder dat te kunnen uiten. Maar de verklaring ligt er, dus moet hij dood.

Nollkaemper heeft euthanasie nauwelijks meegemaakt in zijn verpleeghuis. De ervaring leert dat de meeste mensen zich schikken in hun lot en geen euthanasie meer wensen als ze ziek of gebrekkig worden, ook al hebben ze een euthanasieverklaring afgelegd. Ze zijn er niet zo zeker meer van als eerst.

Voormalig raadsheer van de Hoge Raad Huib Drion is zonder de naar hem genoemde pil gestorven. Niet veel eerder zei hij op de televisie dat hij niet met de dood bezig was. De euthanasieverklaring of de laatstewilpil dient als geruststelling dat het levenseinde niet moeilijk zal zijn. De meeste mensen nemen hem uiteindelijk niet. ,,Je gaat maar één keer dood'', zegt Nollkaemper.

De nieuwe euthanasiewet met voorwaarden, toetsingen en garanties heeft Nollkaemper nog niet van zijn dilemma's verlost. Hij houdt juist van zijn vak als verpleeghuisarts, omdat alle gevallen zo uniek zijn. Mensen worden op verschillende manieren oud. Als een 40-jarige vrouw een knobbeltje in de borst ontdekt, moet ze onmiddellijk worden geopereerd, maar bij een 85-jarige ziet hij het in overleg nog even aan, omdat ze waarschijnlijk aan een andere oorzaak zal overlijden. Oude mensen kunnen langzaam ophouden met eten omdat ze er geen zin meer in hebben, zoals een dier zich terugtrekt op een stil plekje om te sterven. Vlak voor hun dood hebben mensen niet zoveel honger en je kunt hen moeilijk aan het infuus dwingen. ,,We bieden in overleg met de familie aan wat de mensen willen, ze kunnen het ook weigeren'', zegt Nollkaemper. Als er al niet een enkele methode is voor het in leven houden van een bejaarde, dan geldt dat ook voor het laten sterven. Vandaar dat veel kabinetten worstelen met regels en procedures voor euthanasie.

Iedereen wordt oud en raakt versleten. Het is een biologische wet die ook de babyboomers treft. Ook zij zullen hun energie en daarmee hun assertiviteit verliezen. Ze kunnen dan net zo min voor zichzelf opkomen als de huidige generatie hoogbejaarden. De babyboom wordt binnenkort een bejaardenboom en de kosten voor mooie verpleegtehuizen als De Eshoeve zullen snel stijgen. Willen latere generaties dat blijven opbrengen? Wordt het dan niet gemakkelijk om op elke wens in te gaan? ,,Mevrouw, wilt u eruit? Ons slagvaardige euthanasieteam levert maatwerk.'' Dat geeft forse besparingen. Er is een groter risico dat de babyboomers door een enthousiaste euthanasiepraktijk te vroeg sterven dan dat ze door het ontbreken van het recht op een zelfgekozen dood te lang blijven leven.