Een onverwoestbaar gevoel

Verandert een grote prijs of onderscheiding je leven? Acht winnaars geven antwoord. Vandaag schrijver Robert Anker, wiens roman `Een soort Engeland' werd bekroond.

In de jaren negentig gingen de verhalenbundels van schrijver Robert Anker (Oostwoud, 1946) gemiddeld zo'n 800 keer over de toonbank. Sinds hij de Libris Literatuur Prijs 2002 won voor zijn roman Een soort Engeland trekken zijn boeken een lezerspubliek van 15.000 tot 20.000. Een direct gevolg van de literaire onderscheiding? Anker durft er zijn hand niet voor in het vuur te steken. ,,Mijn boek Vrouwenzand, dat in 1998 verscheen, verkocht ook al goed. Maar die kans is natuurlijk wel groot. Lezers zijn nu eenmaal nieuwsgierig naar het werk van een prijswinnaar.''

Hij wil niet de indruk wekken dat hij dagelijks goochelt met getallen, want daar wil hij zich niet te veel mee bezighouden. Anker: ,,Mijn boeken zijn geen allemanslievelingen, daarvoor is mijn stijl te weerbarstig. Maar dat geeft niet. Ik hoef geen tweede Thomas Rosenboom te worden (wiens Boekenweekgeschenk 2004 Spitzen in een oplage van 765.000 werd uitgebracht, red.) Ik schrijf ook dingen die commercieel minder interessant zijn. Omdat ik denk dat ik wat te vertellen heb. En – inderdaad – hoop dat dat door een groter publiek gelezen wordt.''

Het klinkt tegenstrijdig, maar dat is het niet, zegt Anker. ,,Ik wil meedoen in het maatschappelijk en literair discours. Maar daarvoor zijn oplages van 50.000 geen vereiste. Ik wil een zeker bereik halen. Zit er niet op te wachten om beroemd te worden. Beroemde schrijvers ervaren vaak een enorme druk. Omdat ze overal herkend worden, omdat de verwachtingen zo hoog zijn. Zo'n leven ambieer ik niet.''

Toch is Anker sinds hij de Libris Prijs gewonnen heeft, geen onbekende meer in literair Nederland. Niet alleen zijn de oplages van zijn boeken sinds 2002 omhooggeschoten, ook kan hij rekenen op meer aandacht vanuit de pers. ,,Mijn laatste roman (Hajar en Daan, red.) is door een groot aantal kranten, tijdschriften en websites besproken. Nu eens in de vorm van een recensie, dan weer terloops, zoals in een artikel over de multiculturele samenleving in Elsevier. Ik krijg meer uitnodigingen voor lezingen. En ook op scholen neemt de populariteit van mijn boeken toe. Een medewerkster van Schrijvers School Samenleving (een stichting die lezingen door schrijvers organiseert, red.) vertelde dat zij op de Albert Cuijpmarkt twee moslima's over Hajar en Daan hoorde praten. `Moet je lezen', zei de een tegen de ander. `Interessánt!''' Robert Anker is niet langer een leuke, aardige schrijver, concludeert hijzelf. ,,Ze kunnen gewoon mijn naam noemen zonder uit te leggen wie ik ben.''

In het verleden werd Anker ,,onrustig'' als collega-schrijvers werden genomineerd voor prijzen waarvoor hij over het hoofd werd gezien. ,,Waarom zij wel en ik niet, was mijn reactie. Ik wist wat ik waard was. Om Gerrit Krol te parafraseren: Wat nou Kafka, zei de jongeling, en schroefde de dop van zijn vulpen om zijn eerste verhaal te schrijven.'' Dat hij zichzelf nu winnaar van een prestigieuze literaire prijs mag noemen, geeft rust. Niet dat hij er beter van slaapt (,,welnee, ik slaap helemaal niet goed''), maar al die long lists en short lists doen hem tegenwoordig weinig meer. ,,Jullie doen maar, denk ik vaak.''

Aan de weken na de prijsuitreiking denkt hij met veel plezier terug. ,,Ik zweefde, was totaal van de wereld. Er werden kaarten en bloemen vanuit alle windstreken bezorgd. Jeugdvriendinnen en buurmeisjes belden me op om me te feliciteren. Een onverwoestbaar gevoel maakte zich van mij meester, alsof ik stoned was. Dronken.''

Op het Amsterdamse Amstel Lyceum, waar hij twee dagen per week Nederlandse les gaf, vroeg een leerling hem hoeveel geld hij met de prijs had verdiend. Anker: ,,Víjftigduizend euro, reageerde Ibrahim verbaasd. Waarom rijdt u dan nog rond in zo'n klein autootje?''

Van die 50.000 euro is overigens geen cent meer over. De ene helft ging naar de belasting, de andere helft heeft hij ,,verbrast'' tijdens een lange rondreis door de Verenigde Staten. Schrijvers als hij schieten financieel gezien weinig op met literaire prijzen, legt hij uit. ,,Ik krijg projectsubsidies van het Fonds voor de Letteren. Verdien ik in een jaar meer dan een bepaald bedrag, dan moet ik het restant terugbetalen. En de splinternieuwe keuken? Lachend: ,,Nee, ook díe heb ik zelf betaald.''

Over twee weken: Elfstedentocht-winnaar Henk Angenent