De zeeduivel is geniepig

Aaibare dieren filmen is te makkelijk, vinden Claude Nuridsany en Marie Pérennou. In hun film `Genesis' moeten we ons daarom identificeren met hooiwagens en brulkikkers.

Je zou zeggen: neem een aap. Met een aap zit je geramd. De lauwe adem van King Kong op de zwoegende boezem van Fay Wray. De kreuntjes van chimpansee Ethel tegen Stan Laurel. Een acteur kijkt een aap in de ogen en denkt niet dat het dier honger heeft, maar dat het van hem houdt. In het aapse zwijgen hoort hij de belofte van eeuwige trouw, wijze raad en een hart onder de riem. En wij, de kijkers, denken het ook.

Goed, misschien is een aap wel iets te makkelijk.

Neem dan een hond. Lassie die zich schaamt. Of een varken. Babe die het schapenhoeden afkijkt bij de border collies. Neem een kraai op een speelrek, wachtend op het uur der wrake. Neem een kameel die huilt bij vioolspel. Elke pinguïn die ooit met een ober of een non is vergeleken.

Neem alles, maar neem geen vis. En zeker geen lelijke zeeduivel. Neem een muis als Stuart Little, een duif als Dolly, maar nooit een kolonie vuurpadden, vibrerende hooiwagens of kijvende iguana's. Waarom zou je in hemelsnaam je adem inhouden als een kameleon steun zoekt op een tak? Wat kan het ons schelen welke mannetjespad het wijfje krijgt? Winden we ons op over randgroepgedrag van een zeeduivel? Een gevecht tussen een vis en een garnaal, is dat niet even oninteressant als een wedstrijd tussen clubs uit de zweite Bundesliga, waarbij je toch ook geen enkele aanvechting voelt om voor een van beide partijen te kiezen?

Het lijkt wel alsof Claude Nuridsany en Marie Pérennou het erom doen. Alsof ze de aaibare zoogdieren uit de weg gaan en juist met de moeilijkste soorten willen bewijzen hoe groot de behoefte van mensen is om zich te verplaatsen in de gedachtewereld van het dier.

In hun Microcosmos, uit 1996, moesten we samen met een mestkever een manier bedenken om een bolletje poep heuvelop te krijgen. We stuurden mee in het treintje van duizendpoten, we stuiterden met het lieveheersbeestje in de lenteregen. Werden warm van twee vozende slakken.

Acht jaar later komen de Franse biologen annex regisseurs met Genesis, een onderzoek naar de oorsprong van alles, naar ,,waar de miljarden atomen waren voordat ze mij werden'', zoals de oude verteller in de film zich afvraagt. En dan zien we wat die miljarden atomen allemaal kunnen zijn geweest voordat ze een van ons werden. Is dat waarom we ons in die levensvormen verplaatsen? Omdat ze misschien een voor-vorm van onszelf waren?

Het zijn beslist geen poten, maar handen die Nuridsany en Pérennou filmen. Ze behoren toe aan een bruine hagedis die een tak omvat en pootje voor pootje voortschuift. Hij slikt, zijn adamsappel gaat op en neer.

Een kameleon staat aan het eind van een tak en schat de afstand tot de volgende tak. Met één hand reikt hij alvast naar een blaadje. Ziet er niet erg stevig uit.

Een razende regenbui komt neer op een modderbed. Een bobbel rijst op uit de bruine smurrie. Eerst denk je dat het een luchtbel is, maar het is een brulkikker die besluit dat het tijd is om op te stappen. Hij is helemaal bedekt met modder en wrijft even in zijn ogen eer hij verdergaat.

Twee iguana's op het rotsstrand van een van de Galapagos-eilanden zetten het meteen op een driftig kijven. Hun kop gaat opgewonden omhoog en omlaag. En dan begint hun botsduel.

Twee hooiwagens wenken elkaar voor de liefde. Ze hangen omgekeerd aan een web en trillen als cellosnaren. Hun sprieten schuiven zachtjes over elkaar.

Twee zeepaardjes laten hun staart loom over elkaars billen glijden.

De oranje zeeduivel heeft de kleur en de proporties van een vuilniswagen. Hij is groot, breed, gebutst en uit zijn voorhoofd steekt een voelspriet waaraan als een kanten zakdoek een stukje huid hangt. Hij laat zijn spriet trillen en het ragje danst door het water. Een doorschijnend garnaaltje heeft het gezien en nadert. Dichter. Nog dichter. SLOK. Weg garnaaltje. De zeeduivel houdt zijn voelspriet met het ragje opnieuw voor zich uit. Daar zit nog zo'n bleek garnaaltje.

Is dat het geheim achter al deze voorbeelden? De mensvormigheid diers? Houden we van reuzenaap Mighty Joe Young omdat hij zulke zachte handen heeft? Is het racepaard Seabiscuit lieflijk zodra hij zich naast zijn jockey op het gras neervlijt? Zijn we jaloers op de octopus die zijn armen om Isabelle Adjani mocht slaan in Possession?

Autobus

Is het ontroerende van de oranje hagedis dat hij een adamsappel hééft, zoals de bescheiden schildpad in de klei-animatiefilmpjes Creature comforts van Nick Park? Gaat het bij de kameleon om de handen waarmee hij zich aan zijn tak vasthoudt? Denken we dan aan onszelf in een slingerende autobus? Denken we aan onze armen als we de enthousiaste sprieten van de hooiwagens zien? Denken we aan onze eigen ogen als de brulkikker met de zijne knippert? Dat kan toch haast niet. Het verschil is te groot om fysieke gelijksoortigheid te ervaren.

In 1679 werden in Tyburn, Engeland, een vrouw en een hond opgehangen omdat zij geslachtsgemeenschap hadden gehad. De kerkelijke rechtbank dacht dus niet dat alleen de vrouw verantwoordelijk was voor haar daad, maar ook de hond. De rechters hebben zich in dit geval niet alleen verplaatst in het standpunt van de vrouw, maar ook in dat van de hond. Zij zagen wellust in zijn gedrag, niet het (bio)logische gevolg van een versnelde bloedsomloop.

Als wij de oranje zeeduivel en zijn dartelende ragje bekijken, zien we niet de honger van de vis, we zien zijn sadisme. Het lokken van de garnaal is geniepig en het is haast of we de zeeduivel horen grinniken als hij zijn aas nogmaals uitgooit.

De slikreflex van de klauterende hagedis zien we als teken van zijn onzekerheid, hangend aan dat iele takje in de woeste jungle. Het wenken van de hooiwagens zien we op de film niet als de noodzakelijke paringsvoorbereiding, waarbij het mannetje zich kenbaar maakt aan het wijfje omdat zij hem anders verslindt, maar als woest enthousiasme van geliefden die weten dat ze zich straks in elkaars armen zullen storten.

Glamour-dieren

Nuridsany en Pérennou weten precies wat ze bij hun publiek willen oproepen en hoe ze dat moeten doen. Ze proberen, zeggen ze zelf in een interview dat speciaal voor deze productie werd afgenomen, ,,een band te scheppen tussen de dierenwereld en die van de mensen, zonder aan antropomorfisme te doen''. Ze hebben dus expres de niet-aaibare dieren in stelling gebracht. ,,Juist als er empathie kan ontstaan met dieren waar we ons niet verwant mee voelen, dan zal die empathie des te verontrustender zijn en dieper, niet zo oppervlakkig als wanneer we van die `glamour-dieren' hadden gebruikt.''

Het zijn dus niet de menselijke gebaren die ons met de dieren verbinden, niet de mensvormige fysiek, maar de menselijke gevoelens. Dat is des te interessanter, omdat juist die menselijke gevoelens puur het product van projectie zijn. Daar tonen Nuridsany en Pérennou zich meer filmers dan biologen. Film is immers niets anders dan projectie: van beeld op een doek en van de kijkers in de beelden die ze op het doek zien. Wij zien een vreemde een gebaar maken en uit de context proberen wij op te maken welke gevoelens hij of zij daarbij koestert. Dat is het verhaal waarmee we ons willen identificeren, anders zouden we nog steeds filmpjes bekijken over aankomende treinen en arbeiders die de fabriek verlaten.

In hun interview spreken Nuridsany en Pérennou over hun dieren veelzeggend als over de cast. In de jaren dat ze zich voorbereidden, hielden ze werkelijk audities, zeggen ze. ,,Sommige dieren kunnen niet goed tegen de hitte van de lampen, andere zijn erg verlegen. Wij hebben twee maanden moeten wachten voor we de verleidingsscène van de zeepaardjes konden opnemen.'' Acteurs, zei Alfred Hitchcock niet voor niets, zijn vee.

Veel verder dan dit kunnen Nuridsany en Pérennou niet gaan in dit opzicht. In Genesis is namelijk ook opgenomen het ontstaan van het eerste leven, van eencellige en meercellige dieren. Ze gebruiken daarbij de metafoor van twee schuimvlokjes op het water die als door de kracht van de natuur naar elkaar toe worden gedreven en samensmelten. Ook dat, laten Nuridsany en Pérennou hun verteller zeggen, is een vorm van liefde. En voor je het weet zit je je in te leven in de gevoelswereld van twee spuugklodders. Film legt je in de luren. Goede film dan.