De samenleving versus de apocalyps

Hoe kan de samenleving zich wapenen tegen de radicale islam? Om die vraag te beantwoorden heeft de AIVD een analyse gemaakt van de dreiging van het islamisme.

Is de Nederlandse samenleving weerbaar genoeg tegen dreigingen vanuit radicaal-islamitische kringen? Nee, zegt de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) onomwonden in zijn jongste rapportage over de radicale islam, Van dawa tot jihad, wat zoveel betekent als: van islamitische zendingsdrang tot gewapende strijd. Het weerstandsvermogen in de Nederlandse samenleving tegen die dreigingen is zelfs ,,laag'', vindt de dienst.

Het lage weerstandsvermogen kan volgens de AIVD worden verklaard door het sluimerende karakter van radicaliseringsprocessen. Lange tijd lijkt het onschuldig, totdat het plotseling tot een uitbarsting komt, in de vorm van een gewelddadige actie. Zoals gebeurde op 2 november van dit jaar, de moord op Theo van Gogh. De geheime dienst vindt dat de radicalisering eerder moet worden opgespoord en aangepakt.

Maar de dienst is bezorgd. De AIVD is, net als andere westerse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, al enkele jaren op zoek naar strategieën waarmee de samenleving zichzelf beter kan wapenen tegen radicaal-islamitische dreigingen die de democratische rechtsorde aantasten. En dat lijkt hard nodig. De analyses van de dienst laten zien dat lokale terroristische netwerken van radicale moslims, met name in Europa, de ideologie van Al-Qaeda ,,zo mogelijk nog extremer'' interpreteren ,,dan de leiding van Al-Qaeda zelf''.

De leden van die netwerken, aldus de AIVD, zien zichzelf betrokken in een ,,mytische, apocalyptische eindstrijd met het Kwade'', het westen, waarvan alle exponenten moeten worden vernietigd. Dat kan leiden tot de ,,bereidheid tot een massale en meedogenloze destructiviteit'', aldus de AIVD. Voor veel radicale moslims in het Westen is de gewapende jihad tegen de ongelovigen de individuele verplichting van elke moslim, ook de gematigde moslims. Met andere woorden: de hele westerse samenleving is doelwit.

Het is geen vrolijke analyse die minister Remkes (Binnenlandse Zaken) namens de AIVD aan de vooravond van Kerstmis de Tweede Kamer voorschotelt. De beschrijving is een onderdeel van een analyse van het hele spectrum dat `de radicale islam' in Nederland beslaat.

Die radicale islam begint volgens de dienst bij de dawa, het uitdragen van de radicaal-islamitische ideologie via missionering, geweldloos, en eindigt bij de meest radicale extremisten die de jihad zien als einddoel van hun strijd.

Een van de strategieën waarmee de AIVD de Nederlandse samenleving weerbaarder wil maken tegen de dreigingen van de rechtsorde door de radicale islam, is actieve voorlichting te geven aan bestuurders, politici en de rest van de maatschappij. De dienst wil laten zien wat er werkelijk aan de hand is, opdat burgemeesters, schoolbesturen, gevangenisdirecteuren, parlementariërs, politiemensen, gemeenteraadsleden en burgers zelf mee kunnen helpen met het voorkomen van radicaliseringsprocessen, veelal de eerste stap op weg naar terrorisme. ,,Het voorkomen, isoleren of indammen van radicalisering is een belangrijke manier om terrorisme duurzaam te bestreden'', aldus de AIVD.

Omdat niet alle radicale moslims dezelfde beweegredenen, achtergronden of einddoelen hebben, verschillen ook de tegenmaatregelen die bijvoorbeeld bestuurders kunnen nemen, schetst de AIVD. De dienst onderscheidt drie hoofdtypen van radicale islam.

Op de eerste plaats de zogenoemde radicale politieke islam, die zich verzet tegen de westerse politieke overheersing. De volgelingen van deze stroming vinden dat de politieke macht van het Westen moet worden gebroken; daarvoor in de plaats moet de politieke macht van de islam worden gevestigd, aldus de analyse van de AIVD. Het ultieme doel van deze islamisten is volgens de geheime dienst een wereldkalifaat, de universele islamitische staat.

De tweede stroming noemt de AIVD het radicaal-islamitisch puritanisme. Dit type radicale islam verzet zich tegen de westerse culturele overheersing, de ,,verderfelijke levensstijl'' die wordt beschouwd als een bedreiging voor de zuivere islam. Deze stroming heeft een veel sterkere afkeer van de westerse maatschappij dan de politieke islam.

Aanhangers van deze stroming zijn uit op de `zuivering' van moslims van `ketterse', westerse invloeden. Ze hebben een afkeer van de gelijkheid tussen man en vrouw, vrije meningsuiting en een seculiere samenleving. Daaronder vallen onder meer de salafisten, moslims die terug willen naar de zuivere islam van de salaf, de eerste volgelingen van Mohammed. Zij willen herislamisering van moslimminderheden in het Westen, hun onderdrukte broeders, en prediken onder meer takfir: de verkettering en uitsluiting van andersgelovigen, ook liberale moslims. Juist die laatste groep, zo'n 95 procent van alle moslims in Nederland, krijgt het de laatste tijd steeds moeilijker onder de druk van de radicalen.

Ten slotte is er volgens de AIVD de minder religieus getinte stroming van de moslimnationalisten, waaronder volgens de dienst de Arabisch-Europese Liga (AEL) valt. Deze stelt vooral het moslim-zijn, de lotsverbondenheid, centraal. Volgens de AIVD is deze stroming nog niet breed, maar ,,er moet rekening mee worden gehouden dat dit fenomeen in toenemende mate aan belang kan winnen''. Omdat moslimmigranten in de tweede en derde generatie geen echte band meer hebben met hun moederland, trekken zij naar elkaar toe.

De AIVD wijst verder op een aantal doelstellingen die de stromingen binnen de radicale islam nastreven. Het stichten van een wereldkalifaat is er één van. Meer sluipende bedreigingen zijn bijvoorbeeld het rekruteren van jonge moslims in moskeeën of via internet; het streven van sommige radicale moslims naar parallelle maatschappijen in de wijken van de Europese steden, waarbij het niet-islamitische bestuur niet meer wordt erkend, en waar de sharia, de islamitische wet, de geldende wet zou moeten vervangen; het streven naar ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en de terugdringing van de vrijheid van meningsuiting of de emancipatie van vrouwen.

De AIVD benoemt tot slot een aantal strategieën waarmee de maatschappij zich beter kan wapenen tegen radicaliseringsprocessen.

Zo kunnen scholen en overheden helpen bij de identiteitsontwikkeling van de jongere generaties moslims, om te voorkomen dat zij gemarginaliseerd raken en dan vatbvaarder zijn voor radicale opvattingen van de islam. Het onderwijs heeft hierin drie rollen: signaleren van radicalisme onder scholieren, perspectief bieden en ,,internaliseren'' van de Nederlandse democratische en rechtsstatelijke beginselen.

Verder moeten het wantrouwen en xenofobie in de Nederlandse samenleving ten opzichte van de islam in het algemeen weggenomen worden. De media moeten ,,correcte en relevante achtergrondinformatie'' geven over de radicale islam, om dit te bewerkstelligen.