Canada's geliefde en gehate nar

Hoe representatief zijn media voor een land? Onze correspondenten belichten media of journalisten die `staan' voor een cultuur of een verschijnsel.

Noem het politieke correctheid of een saaie bedoening, maar in het multiculturele Canada pas je op je woorden als je praat over je medeburger. De ongeschreven regel voor vreedzaam samenleven met mensen van talloze culturele achtergronden is dat je elkaar met een zekere mate van respect bejegent. Een woord als `kutmarokkanen' hoor je niet snel op de Canadese tv.

Het belang om beleefd te blijven is uit noodzaak gegroeid sinds Engelsen en Fransen in de negentiende eeuw besloten om samen een land te vormen op basis van gelijkwaardigheid. Bijna niemand zou het in zijn hoofd halen om Fransen openlijk te bestempelen als lafaards of Zweden als gluiperds.

Bijna niemand, want toch is er in het Canadese medialandschap plaats voor een hofnar, een prominente televisiepersoonlijkheid, ongeëvenaard in zijn populariteit, een man die wel zegt wat niet gezegd mag worden, en hierom in gelijke mate wordt geprezen en verguisd. Zijn naam: Don Cherry, een 70-jarige, bombastische ijshockeycommentator bij Hockey Night in Canada, het populairste televisieprogramma van de Canadese publieke omroep CBC. In de pauzes tussen de drie speelperioden in een ijshockeywedstrijd roept Cherry, tot vermaak en ergernis van het Canadese televisiepubliek, ongepolijste dingen over ijshockey. Of over andere zaken die in hem opkomen.

Cherry, ex-ijshockeyer en coach in de National Hockey League (NHL), is een enorme ster in Canada, een van de meest herkenbare figuren in het Engelstalige driekwart van het land. Gehuld in opzichtige uitdossingen, met hoge boorden, felgekleurde jasjes en een stropdas met de Maple Leaf, heeft hij al 23 jaar een begeerd spreekgestoelte bij de veelbekeken ijshockeyuitzendingen van de nationale omroep. Intellectuelen vinden hem een beschamende zot, en dat komt hem prima uit. Hij beschouwt zichzelf als spreekbuis voor Jan en alleman. En Jan en alleman luistert naar hem.

Cherry zegt waar het wat hem betreft op staat. Aan het einde van de Olympische Spelen in Sydney in 2000 observeerde hij over de tegenvallende resultaten voor Canada dat ,,landen waaraan wij hulppakketten sturen ons verslaan in gouden medailles. Het is belachelijk''. En toen de Britse Sunday Times onlangs schreef dat ijshockey een sport is waar niet naar te kijken valt, schoot Cherry terug voor open doel. ,,Van een volk dat een sport heeft als cricket, waar ze halverwege pauzeren voor een kopje thee, valt niet te verwachten dat ze een echte mannensport als hockey begrijpen'', bulderde hij.

Cherry kan alles maken omdat hij vereenzelvigd wordt met ijshockey, de nationale uitlaatklep. IJshockey, of kortweg hockey, vertegenwoordigt wat Cherry betreft het ware Canada. Niet het postmoderne, liberale Canada van vredelievendheid en politieke correctheid, maar een ouderwets land van stoere kerels die tegen een stootje kunnen. Knokpartijen op het ijs horen daarbij, en dan moet je niet kijken op een hersenschudding of een tand door je lip. ,,De volgende stap is dat ze rokken gaan dragen'', schimpte Cherry enkele jaren geleden in reactie op nieuwe regels die geweld onder de spelers moesten terugdringen.

Volgen velen gaat Cherry vaak te ver in zijn aanvallen. In een commentaar over gezichtsbeschermers voor spelers, die moeten voorkomen dat een rondvliegende puck een oog doorboort, beging hij eerder dit jaar een doodzonde: hij kleineerde een medebevolkingsgroep. ,,Europeanen en Franse spelers'' zijn de enigen die dergelijke beschermers dragen, meende hij, implicerend dat ze er mindere mannen om waren.

De hemel stortte in. ,,Het was racistisch, puur en simpel,'' reageerde sportcolumnist Jack Todd van de Montreal Gazette. ,,Het was een klap in het gezicht van een van de twee oprichtende volken van Canada, en een belediging aan het adres van de helft van de spelers in de competitie.''

Wat als Cherry iets dergelijks zou hebben gezegd over joden of indianen, zeiden andere critici. De nationale toezichthouder op de naleving van officiële tweetaligheid reageerde afwijzend, en Liza Frulla, de Canadese minister van Cultuur, zei later dat ,,deze man zich bij sportcommentaar dient te houden''.

Het kon Cherry niet deren: de man in de straat vond het prachtig. ,,Dit is wat de uitspraken van Don Cherry interessant maakt: hij zegt wat hij denkt zonder telkens achterom te kijken om te zien of de politiek correcte politie hem op de hielen zit,'' meende een briefschrijver uit Princeton, Ontario. Een medestander uit Windsor vond dat ,,het maar eens afgelopen moet zijn met de politieke correctheid opgelegd door de socialistische, linkse, roze communisten bij de CBC''. Zelf reageerde Cherry: ,,Ik ben zo'n beetje de enige rechtse man op televisie, en dergelijke jongens worden niet gemogen.''

Tegenwoordig zijn z'n woorden onderhevig aan een vertraging van zeven seconden, zodat onbetamelijkheden kunnen worden gecensureerd. Maar hoewel deze zomer uitlekte dat zijn contract op de tocht stond, mocht hij van het bestuur van de CBC toch blijven. Hoe intens populair hun brompot is, bleek onlangs bij de verkiezing van `de grootste Canadees' in een variant van het populaire programma. Tot veler afgrijzen was Cherry een van de tien eindkandidaten.

,,Het publiek stemde voor wie het wilde, niet voor wie de slimmeriken wensten'', was de analyse van een van Cherry's aanhangers. Zelf zei Cherry niet de grootste Canadees te zijn: ,,het is de vent die elke dag om vijf uur opstaat om aan het werk te gaan in de fabriek''. Cherry eindigde als zevende. ,,Ik denk dat een hoop mensen uit de middenklassen op mij hebben gestemd omdat ik voor de middenklasse spreek,'' reageerde hij. ,,Het is hun manier om de gevestigde orde op hun jeweetwel te slaan.''

Dit is het tweede deel van een serie. Het eerste verscheen op 20 december en is te lezen op www.nrc.nl.