Blijft er iets over?

Blijft er nog iets over voor onze kleinkinderen? Ik wil uw kerstviering niet bederven, maar de feiten zijn ontmoedigend. De mensheid verbruikt nu ongeveer de helft van alles wat eetbaar en bruikbaar is op aarde. Zo'n 40% van al het plantaardig materiaal dat geproduceerd wordt gebruiken wij als voedsel of vezel (hout, papier). We gooien een hoop weg van die 40% en dat zou zeker zuiniger kunnen, maar het is nu wel 40%. Van de oceanen is 90% nauwelijks bruikbaar voor voedselproductie, omdat het diepe zee is met een beperkt voedselgehalte. Daar valt weinig te halen, ook in de toekomst. Van de resterende 10%, de kustwateren, verbruiken we al dertig tot vijftig procent van de visopbrengst. Naar schatting eindigt de helft van ieder voedseldeeltje in de oceanen van de wereld in vis die door de mens wordt gegeten of verbruikt. Zestig procent van alle makkelijk toegankelijke zoetwater wordt al door mensen gebruikt. Zoals John Lawton het formuleert in zijn Japan Prijs lezing (Notes and Records of the Royal Society, september 2004, p.321): Het aardse paradijs is nog maar half zo groot als toen de mens ontstond op aarde. Als het een beetje tegen zit, verdubbelt het aantal mensen op aarde in de komende 25 jaar. Dan is het op.

Misschien duurt het niet eens 25 jaar, want de Chinezen en Indiërs willen net zo plezierig en verkwistend gaan leven als wij. Die hebben ook kleinkinderen en die gaan een toenemend deel van de grondstoffen in de wereld opeisen. De recente stijging van de olie- en staalprijzen geeft daarvan een voorproefje. Als iedereen een SUV wil, zo'n mallotig grote bak met 4-wiel aandrijving, – en waarom zouden mensen in Laren daar meer recht op hebben dan mensen in Darfur of in Bangladesh? – dan zal er niet veel natuur overblijven. De mens heeft al zo'n 50% van de ongerepte natuur vervangen door boerderijen, steden, wegen, stuwmeren en fabrieken en van de resterende 50% verdwijnt ongeveer 1% per jaar. Biodiversiteit wordt iets voor dierentuinen, de hortus, en tv-programma's uit het verleden.

Door de controversen over de opwarmende aarde is het nijpender probleem van de oprakende aarde een beetje op de achtergrond geraakt. Groen vecht voor het Kyoto-protocol. Als iedereen dat nu maar ratificeert, komt het goed. Bruin, gesteund door sommige serieuze wetenschappers, vindt dat het meevalt met de opwarming en dat wij geen welvaart voor CO2-uitstoot rechten moeten verkwanselen.

Opwarming is echter een miniprobleem vergeleken met de rampen die ons op korte termijn zullen treffen als de wereldbevolking verdubbelt en het bruto nationaal product van China en India met 8% per jaar blijft groeien. Wie niet gelooft dat dit dramatische problemen gaat opleveren, leze het meesterlijke boek van Stuart Pimm: The World according to Pimm (McGraw-Hill, 2001), een geestig, leesbaar overzicht van wat er opraakt en waarom. Pimm weet de dorre feiten te larderen met aardige anekdotes, ontleend aan zijn reizen als veldbioloog en aan de congressen die hij bijwoont als hoogleraar.

Pimm overlegt frappante gegevens: Wie had zich gerealiseerd dat de wereldwijde beroepsvisserij in 1989 al een verlies leed van 54 miljard dollar op een totale vangstwaarde van 70 miljard? Hoe kan een activiteit die zoveel verlies oplevert, doordraaien? Met overheidssubsidies natuurlijk. Vissers zijn moeilijk tot een ander beroep te krijgen en met hun, zwaar gesubsidieerde, trawlers kunnen ze de havens blokkeren, waar machtige politici hun jachten hebben liggen. Zo blijft overbevissing in stand.

Nijpender dan het olietekort, dat inmiddels tot twee Irak-oorlogen heeft geleid, is het zoetwatertekort. Ook daarvan geeft Pimm beklemmende voorbeelden. De Colorado-rivier, die schitterend door het westen van Noord-Amerika meandert, wordt zo systematisch afgetapt om de tuinen in Californië te sproeien dat er niets meer over is als de rivier Mexico bereikt. De boten van de vissers, die eens hun brood verdienden met de opbrengst van de rivier, liggen op de droge bedding te vergaan. Oorlog komt daar niet van, want Mexico kan niet op tegen de VS. Anders ligt het in het Midden-Oosten waar een aantal landen elkaar een minimale hoeveelheid water betwist. De Golan Hoogte levert 30% van de zoetwateraanvoer naar Israël. Wordt die ooit aan Syrië terug gegeven? Ik raad maar niet.

En dan de biodiversiteit. Ik weet dat er biologen zijn die niet zo inzitten over dat verlies aan biodiversiteit. Zijn immers niet meer dan 99% van alle dieren en planten die ooit op aarde hebben geleefd inmiddels alweer verdwenen? Het probleem is dat de snelheid waarmee soorten nu op aarde verdwijnen een factor duizend hoger ligt dan vroeger. Die snelheid neemt ook nog steeds toe. Er komt een moment dat de gevolgen moeilijk meer te schatten zijn, omdat de aarde nu eenmaal een vrij complex samenhangend ecosysteem is. Zoals Edmund Wilson schreef (ongeveer, ik kon het niet terugvinden): Het lijkt niet zo erg om 5 kilo te verliezen als volwassen mens, mits dat gebeurt door liposuctie, vetverwijdering. Als er willekeurig vijf kilo verwijderd wordt en daar kan ook je hart of je blaas bij zitten, wordt het minder vrijblijvend.

Als onderzoeker ben ik van nature optimistisch en ik denk daarom dat het probleem van de oprakende aarde is op te lossen, mits politici ook bereid zijn om daar enige aandacht aan te besteden. Een complicatie is dat de Club van Rome in 1972 met een alarmerend rapport is gekomen, dat achteraf te pessimistisch is gebleken. Onderzoekers hebben één keer te vroeg gewaarschuwd voor de wolf en de politici denken nu dat die wolf niet komt, althans niet binnen de komende kabinetsperiode. In de grond had de Club van Rome echter gelijk. Alleen de tijdsperiode waarin de aarde opraakt hadden zij te kort geschat.

Bezuinigen komt altijd slecht uit. Duurzaamheid is duur en politici kunnen nu al de begroting niet sluitend krijgen. Daar komt bij dat de mens bijgelovig en kortzichtig is. Er zijn hopeloos veel mensen die denken dat er een God is die zal zorgen dat alle monden gevuld worden en de centrale verwarming blijft branden. Met het vermogen om te denken kregen wij in de evolutie het talent voor ontkenning gratis bijgeleverd.

Het politieke landschap is ook vol paradoxen: De milieubeweging, de kleine minderheid die bereid is om krachtig in duurzaamheid te investeren, is vaak tegen compromissen die politiek haalbaar zijn. Zo'n 25 jaar geleden heb ik een keer een wetenschappelijke dag voorgezeten waarin voor- en tegenstanders van kernenergie op universitair niveau de discussie aangingen (Biologie en Kernenergie, Van Gennip, 1980). Ik was als neutrale buitenstaander gevraagd om de kemphanen uit elkaar te houden en ik had ook echt geen oordeel toen ik aan de dag begon. Aan het eind van de dag was ik echter overtuigd door de argumenten van de voorstanders. Ik ken de tegenargumenten, maar ik denk nog steeds dat kernenergie voor elektriciteitsopwekking het minste kwaad is en de enige politiek haalbare oplossing. Wat Nederlandse deskundigen voorstellen om onze energiehuishouding duurzamer te maken is te vinden in een advies van 6 december j.l. (http://www.algemene-energieraad.nl/).

Blijft er nog iets over voor de kleinkinderen, zelfs als wij er vanuit gaan dat de kleinkinderen van Chinezen en Indiërs evenveel recht hebben op welvaart als de onze? Ik ben optimistisch over de kracht van de wetenschap om het probleem van de oprakende aarde te analyseren en uitvoerbare oplossingen te bedenken. Waar het op zal hangen is de politiek, het vermogen om onplezierige waarheden onder ogen te zien en niet te vluchten in ontkenning en bijgeloof. De Amerikaanse presidentsverkiezingen waren een eerste test en die is niet goed uitgepakt.