Zes manieren om elders democratie te stimuleren

De plannen van Bush voor democratisering van het Midden-Oosten en de Oranjerevolutie in Oekraïne roepen de vraag op wat de beste manier is om democratie te bevorderen, meent Timothy Garton Ash. Een voorzet voor het debat.

Hebt u bij uw buren liever een democratie of een dictatuur? Een democratie toch? Als het een echte liberale democratie is, zijn niet alleen de mensen die erin leven maar ook hun buren beter af. Waarom zouden we dan in onze buurlanden niet de democratie bevorderen? Of vindt u dat we alleen verplichtingen jegens onze landgenoten hebben, en alleen belangen binnen de grenzen van onze eigen nationale staat?

Als het u volstrekt onverschillig laat of de heersers van een ander land hun politieke tegenstanders – of hele etnische of godsdienstige groeperingen binnen de grenzen van hun staat – onderdrukken, martelen, vergiftigen en vermoorden, hoeft u dit artikel verder niet te lezen. Dat scheelt u dan weer vijf kostbare minuten van uw tijd. Prettige dag verder.

Aha, u bent er nog? Dan gaan we het hebben over de werkelijke vraag: die van het `hoe'. We weten hoe het niet moet: Irak. Maar hoe moet het dan wel? Welke middelen ter bevordering van de democratie zijn doelmatig en gerechtvaardigd? Er bestaat een hele bibliotheek over de criteria voor militair ingrijpen; en vrijwel niets over de criteria om de democratie te bevorderen.

De vraag komt op, omdat er de laatste tijd wat onenigheid bestaat over de rol van westers geld bij de oranje revolutie in Oekraïne, maar de kwestie speelt ook in breder verband. De regering-Bush heeft ,,de democratisering van het gehele Midden-Oosten'' bovenaan haar buitenlandagenda voor de komende vier jaar gezet. We moeten bedenken hoe we daarop zullen reageren. Zijn we het oneens met het doel of alleen maar met de middelen die Washington oppert?

Bij wijze van aanzet tot deze belangrijke discussie is hier een zeer voorlopige poging om enkele eerste beginselen te schetsen:

Geen oorlog

Oorlog is niet gerechtvaardigd, als het enige doel de bevordering van de democratie is. De oorlog met Irak was dus verkeerd.

Hij zou naar mijn mening gerechtvaardigd zijn geweest als Saddam Hussein, toen we de oorlog begonnen, genocide op zijn eigen volk had gepleegd of als hij echt op het punt had gestaan over kernwapens te beschikken. Maar dat was niet zo en dus was de oorlog niet gerechtvaardigd. Wie als voornaamste rechtvaardiging voor deze oorlog de bevordering van de democratie aanvoert, loopt het gevaar de democratie een slechte naam te bezorgen.

Weg met de spionnen

Of u nu wel of niet van mening bent dat inlichtingendiensten in een gevaarlijke wereld een noodzakelijk kwaad zijn, zij behoren zich niet te bemoeien met de steun aan democraten in andere landen. Betrokkenheid van de CIA kan voor dissidenten – soms letterlijk – de doodskus zijn. En er is niets waarmee de vijanden van de westerse democratie de pleitbezorgers daarvan liever zwartmaken dan met het etiket `spion'.

Maximale openheid van zaken

De geldschieters van aspirant-democraten in ondemocratische oorden zeggen soms liever niet hoe ze aan het geld komen en aan wie ze het hebben gegeven. De reden kan zijn dat de bron hen in verlegenheid brengt (waarmee het `spionnenspook' weer opdoemt); of dat de bron heel respectabel is maar liever anoniem blijft (zoals nog altijd geldt voor een aantal ouderwetse miljonairs); of dat – het meest gerechtvaardigd – de bekendmaking waar het geld naartoe is gegaan, de vrijheid van de ontvangers in gevaar kan brengen en zelfs hun leven kan bedreigen. Maar behoudens deze laatste beperking behoren de geldschieters zo spoedig mogelijk zoveel mogelijk opening van zaken te geven.

Zelf was ik bijvoorbeeld in de laatste jaren van de Koude Oorlog actief – samen met de socioloog Ralf Dahrendorf, de historicus François Furet, de Zweedse schrijver Per Wastberg en nog enkele anderen – in een steungroep ten behoeve van publicaties in Midden- en OostEuropa, waaronder een aantal `samizdat'-uitgaven van tijdschriften en boeken. Het project maakte duidelijk melding van de westerse stichtingen die dit bekostigden. Overal waar het geen gevaar voor de ontvangers zou opleveren, vroegen we hun om onze steun in de uitgave zelf te vermelden. Naderhand hebben we in een boek het hele verhaal gedaan – met inbegrip van de delen die we eerder niet konden vertellen.

Op dit moment is met enig speurwerk de lijst te vinden van Oekraïense NGO's die worden ondersteund door de American National Endowment for Democracy, de George Soros-stichting in Kiev, etc. Het probleem vloeit hier maar ten dele voort uit de gewoonte om discreet te zijn; het schuilt ook in de ware overvloed van gevers en ontvangers. Ik zou heel graag een uitvoerige onafhankelijke studie over de geldstromen naar Oekraïne willen lezen. Maar om serieus en eerlijk te zijn, zou deze naar beide kanten moeten kijken: niet alleen naar de westerse maar ook naar de Russische. En de Russische kant publiceert niet zoveel rapporten.

Maatwerk

Alles draait om de context. Alles staat of valt met het soort bewind waarmee we te maken hebben. Wat tegen Adolf Hitler zonder meer gerechtvaardigd zou zijn geweest, was tegen Salvador Allende absoluut niet gerechtvaardigd. Een poging om Miloševic uit Servië te verdrijven is niet hetzelfde als de verdrijving van Mossadeq uit Iran. Naarmate een land zich – naar we hopen – van een regelrechte dictatuur naar een volledige liberale democratie beweegt, veranderen de regels. Zo is in de meeste westerse democratieën, waaronder de Verenigde Staten, buitenlandse financiering van politieke partijen en verkiezingscampagnes bijvoorbeeld verboden of streng beperkt. (Groot-Brittannië is in dit verband misschien enigszins een uitzondering – ons referendum over de Europese Grondwet zal hoogstwaarschijnlijk immers worden beslist door de ene stem van een Australische Amerikaan: Rupert Murdoch.)

De bevordering van de democratie vindt tegenwoordig steeds meer plaats in landen die zich ergens tussen de twee uitersten van een totalitaire dictatuur en een liberale democratie bevinden, met semi-autoritaire, semi-democratische regimes van het type dat in Latijns-Amerika bekendstaat als democradura. Gangsterachtige praktijken als chantage of intimidatie en vooringenomen televisiezenders die eigendom zijn van bevriende oligarchen zijn even belangrijk als welk formeel staatsinstrument ook. Het is in dit grijze gebied heel moeilijk om duidelijke verkeersregels te formuleren, maar een uitgangspunt zou kunnen zijn:

Evenredigheid

Wat geldt voor de argumenten om humanitair in te grijpen door middel van een `rechtvaardige oorlog', geldt ook voor de bevordering van de democratie.

Maar wat is evenredig? Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei onlangs dat het de laatste twee jaar zo'n 65 miljoen dollar aan Oekraïne heeft besteed. Ook andere westerse regeringen en onafhankelijke donors hebben aanzienlijke sommen bijgedragen. Voor me ligt een rapport uit oktober 2004 van de Oekraïense Soros-stichting, waarin deze zegt 1.201.904 dollar aan NGO's te hebben verstrekt voor ,,projecten in verband met de verkiezingen''. Volgens de donors diende dit westerse geld om de voorwaarden te scheppen voor vrije en eerlijke verkiezingen en ging het niet rechtstreeks naar de oppositie; ook dat behoort zorgvuldig te worden onderzocht.

Intussen gaat het verhaal dat uit Rusland maar liefst 200 miljoen dollar naar het regeringskamp is gegaan. Hedendaagse verkiezingen worden meestal gewonnen of verloren op de televisie, en de meeste televisiezenders stonden opzichtig aan de kant van de regering. Wanneer hebben partijen gelijke kansen?

Steun, geen manipulatie

De bevordering van de democratie moet een stimulans zijn voor mensen die democratie willen, geen dollars. De mensen met de minste democratie hebben er vaak het meest behoefte aan. Vergelijkend onderzoek wijst uit dat de mensen in Arabische landen in feite enthousiaster over de democratie zijn dan wij. Maar het kan duidelijk verstorend werken om grote bedragen in gebieden te pompen waar weinig sociale initiatieven van eigen bodem worden ontplooid. Solidariteit was in Polen een volledig authentieke beweging van eigen bodem, die pas naderhand enige westerse steun kreeg. Sommige latere Oost-Europese initiatieven lijken van de andere kant te zijn begonnen. Een Oost-Europese vriend van me merkte spottend op: ,,We droomden van de civil society en we kregen NGO's.'' In de Arabische landen zal het nog crucialer – en moeilijker – zijn om authentieke initiatieven van eigen bodem te vinden.

Dit is maar een eerste poging om enkele eerste beginselen te schetsen. Om verder te kunnen, hebben we meer feiten nodig. ,,Feiten zijn ondermijnend'', zei de grote Amerikaanse journalist I.F. Stone – en ze kunnen ook de mythen ondermijnen over ondermijning zelf.

Intussen moeten we wel enig gevoel voor verhoudingen bewaren. Vorige week hebben Oostenrijkse artsen onomstotelijk vastgesteld dat een poging is gedaan de Oekraïense oppositiekandidaat Viktor Joestsjenko te vergiftigen. Wie vindt dat er moreel geen wezenlijk verschil bestaat tussen de bekostiging van een exit-peiling en de vergiftiging van een politieke tegenstander, moet zich laten nakijken.

Timothy Garton Ash is publicist.