`We streven naar teamgeest'

Na twee oorlogen worden in Congo een nieuw leger en een nieuwe politiemacht gesmeed. Rekruten zijn afkomstig uit rivaliserende strijdgroepen. ,,Dat is de chaos waarin we leven.''

Op de vijftig kilometer lange weg van Kinshasa naar het opleidingscentrum voor de nieuwe Congolese politie in Kasangulu zijn dertien wegversperringen opgeworpen door de oude politie. Iedere keer moet de reiziger betalen. ,,De nieuwe agenten leren we burgervriendelijk te zijn en geen geld af te persen'', vertelt een politietrainer in Kasangulu. ,,Maar gemakkelijk zal het niet voor ze zijn om zich daaraan te houden als ze straks in containers moeten wonen en vijftien dollar per maand salaris ontvangen.''

Door twee oorlogen in de afgelopen acht jaar raakte Congo verdeeld in wingewesten, ieder gecontroleerd door een andere strijdgroep, met een eigen bestuur, leger en politie. In Kasangulu moet een nieuwe nationale politiemacht worden gesmeed met agenten die afkomstig zijn uit de verschillende strijdgroepen. Op de stormbaan valt een agent van de ene strijdmacht in de modder. ,,Ziet u hoe zijn collega van de andere beweging hem helpt opstaan? Dat is de teamgeest die we nastreven'', zegt een instructeur vol vertrouwen. Maar het Congolese hoofd van het trainingscentrum geeft geen toestemming om met de rekruten te praten. Dat kan verdeeldheid zaaien.

Congo heeft geen effectieve staatsstructuren meer na dertig jaar wanbeheer onder president Mobutu en zeven jaar verdeeldheid onder zijn rivaliserende opvolgers. Eén jaar voor zijn val hief Mobutu in 1997 de politie op uit angst voor een coup. De laatste training die een agent ontving, was dertig jaar geleden. De strijdgroepen die agenten naar Kasangulu sturen, leefden van de bevolking. Ze waren niet het prototype van politiemannen die oude vrouwtjes de straat helpen oversteken. Ze beroofden hen.

Het vorig jaar in werking getreden vredesakkoord voor Congo leidde tot de vorming van een coalitieregering waarin alle strijdgroepen en oppositiepartijen zijn vertegenwoordigd en ook de groep die onder Laurent Kabila in 1997 de macht overnam in de hoofdstad Kinshasa. Verder voorziet het vredesverdrag in de opbouw van nieuwe nationale instellingen, zoals een geïntegreerd nationaal leger en bestuur. In een land vol soldaten, die officieel onder het gezag van de coalitieregering vallen maar in werkelijkheid nog steeds hun voormalige rebellenleiders volgen, wordt de vorming van een nieuw leger als cruciaal gezien. Alleen dan kunnen er in juni volgend jaar verkiezingen worden gehouden.

Het plan is om voor de verkiezingen dertig nieuwe gemengde legerbrigades te vormen. Slechts één door Belgen opgeleide eenheid van ruim drieduizend man is afgezwaaid. Angola traint sinds enkele weken drie gemengde brigades en samen met Zuid-Afrika gaat België een vierde opleiden. Het ontbreekt aan politieke wil om een nationaal leger te vormen, erkent een medewerker van president Kabila, want geen van de partijen in de coalitieregering neemt het risico zijn soldaten op te geven vóór de verkiezingen. Na de onlangs uitgebroken gevechten in het oosten weigerde de strijdgroep van die regio nog verder soldaten te sturen voor het nieuwe leger.

Hoofddoel van de vorming van een nieuwe strijdmacht is niet zozeer om een sterk nationaal leger op te bouwen, zegt een diplomaat, als wel om soldaten uit de klauwen van rivaliserende politici te halen. De Congolese machtsstrijd heeft een economische voedingsbodem. Officieel hebben de voormalige rebellengroepen het bestuur in hun gebieden overgedragen aan de coalitieregering in Kinshasa. Bronnen binnen de vredesmissie van de Verenigde Naties vertellen echter hoe in de oostelijke provincie Zuid-Kivu de coltanmijnen nog steeds worden ontgonnen door groepen die verbonden zijn met Rwanda of door milities die gelieerd zijn aan medewerkers van president Kabila. De diamantproductie in Noord-Kivu valt onder controle van een pro-Rwandese strijdmacht. En in het noordelijke Ituri ontginnen milities die door Oeganda zijn bewapend de grote Kilomoto goudmijn.

Congo is al veel langer het domein van rovers. Mobutu ontmantelde het staatsapparaat en betaalde de ambtenaren niet. ,,We boeken vooruitgang'', zegt de president van de Rekenkamer Mabi Malumba met een zuinig lachje. ,,Ambtenaren ontvangen nu met drie tot zes maanden vertraging hun salaris.'' Dat is niet slecht voor een land dat al jaren bankroet is.

De in 2001 vermoorde president Laurent Kabila regeerde drie jaar zonder een begroting en plunderde het staatsbedrijf voor diamanten. Onder druk van buitenlandse donoren moet de coalitieregering van zijn zoon Joseph Kabila haar uitgaven verantwoorden. De strijd tegen corruptie is pas net begonnen, dempt Mabi Malumba de verwachtingen. Hij geeft een voorbeeld. Het nationale elektriciteitsbedrijf heeft sinds 1988 geen overzicht meer verstrekt van haar activa en het staatsbedrijf voor transport publiceerde in 1998 haar laatste begroting.

Onder Mobutu nam de zwarte economie de legale over en na zijn val tierden de oude gewoontes welig voort. Mabi Malumba behaalde onlangs een opvallende overwinning toen de regering op zijn voorspraak zes van fraude verdachte ministers en twintig hoofden van staatsbedrijven op non-actief stelde. Vreest hij nu niet voor zijn leven? ,,Ja, ik heb gevaarlijke vijanden gemaakt'', antwoordt hij met Congolese nonchalance. ,,Ik weiger lijfwachten van de overheid. Ik vertrouw ze niet meer, het is me al eerder overkomen dat mijn eigen bodyguards de plundering van mijn huis organiseerden. Dat is de chaos waarin we leven in Congo.''