Ongepaste metaforen van Maurice de Hond

Maurice de Hond vergelijkt in het interview `Wilders kan niet wat Fortuyn had gekund' (NRC Handelsblad, 8 december) Nederland 2004 met de Republiek van Weimar. Ik vind dit soort ongepaste metaforen nogal onverantwoord, want onnodig angstaanjagend. Nederland in 2004 is ver van de situatie van Duitsland in de jaren 1919-1933. Nederland is deel van de stabiele politieke Europese Unie, maakt economisch goed gebruik van haar interne markt en is bovendien een functionerende representative democratie. Daardoor zijn Nederlanders net zo als hun buren in staat om op een hoog niveau te klagen.

Volgens De Honds betoog luisteren politici niet naar de burgers. Dat doen ze volgens mij wel. Alleen leidt dit er gelukkig niet altijd toe dat ze dan ook meteen doen wat hun wordt gevraagd. De opinie van de burger is namelijk nogal wisselvallig en afhankelijk van persoonlijke gegevens en omstandigheden. Politici worden daarom geacht ook te luisteren naar experts, de constitutie, rechtbanken enz.

Oppositieleider had Fortuyn volgens De Hond kunnen zijn: prettig in zijn stoel zitten en zeuren over diegene die de verantwoordelijkheid moeten nemen. Daar was hij inderdaad goed in. Bruikbare oplossingen zijn ver te zoeken bij al die zelfbenoemde klokkenluiders. Al met al is mijn achting voor De Hond als expert door dit artikel aardig afgenomen.