Meer besmettingen rodehond gemeld

Het aantal besmettingen met rodehond is de laatste twee maanden sterk gestegen. In november meldden tien mensen een besmetting, in december tot nu toe twintig, allemaal jonger dan twintig jaar.

In 1996 zijn er voor het laatst zoveel besmettingen gemeld. Vorig jaar waren er nauwelijks meldingen. De meldingen komen vooral uit gebieden waar ouders kinderen vanwege religieuze redenen niet laten inenten, zoals het Rivierengebied, de Waarden en de Gelderse Vallei.

De gemelde besmettingen zijn ,,maar een schijntje van het werkelijke aantal mensen met rodehond'', zegt J. van Steenbergen, hoofd van het Landelijk Coördinatiepunt Infectieziekten. Omdat besmetting met rodehond onder de strenggelovige ,,bevindelijk gereformeerden'' een normaal verschijnsel is, zijn er veel ouders die er niet voor naar de dokter gaan, en veel dokters die de ziekte niet eens bij het coördinatiepunt melden, stelt Van Steenbergen.

Rodehond is over het algemeen geen gevaarlijke ziekte. Het komt voornamelijk onder kinderen voor en kenmerkt zich door een paar dagen koorts en een meestal weinig opvallende rozerode uitslag gedurende een paar dagen. Maar als zwangere vrouwen ziek worden, kan de infectie gehoor- en gezichtsproblemen of hartafwijkingen veroorzaken bij het ongeboren kind. Het bekendste voorbeeld van dergelijke complicaties betreft prinses Christina die een oogafwijking opliep doordat koningin Juliana tijdens haar zwangerschap besmet raakte met het virus.

Daarom werd al in 1974 besloten meisjes preventief te vaccineren tegen de ziekte. Sinds 1987 krijgen alle kinderen op 4- en 9-jarige leeftijd een zogenaamde BMR-cocktail, die ook beschermt tegen bof en mazelen. Als de vaccinatie aanslaat is de bescherming levenslang. Steenbergen noemt het toenemend aantal meldingen een ,,volstrekt normaal patroon''. De ziekte komt geregeld het land binnen, en vindt vooral slachtoffers onder strenggelovigen, maar ook onder ,,antroposofen of andere nieuwlichterij'' die zijn niet ingeënt.