Linkse partijen moeten weer `back to basics'

Links moet het ideaal van solidariteit voorop stellen en dan pas over haalbaarheid praten, meent Jos Philips.

De discussie over de toekomst van de verzorgingsstaat dreigt vaak vast te lopen in technische details. Wil de solidariteit niet ondersneeuwen en onvindbaar worden, dan moet de linkerkant van het politieke en maatschappelijke spectrum zich duidelijker profileren tegenover de rechterkant. Links kan dat doen door het ideaal van solidariteit voorop te stellen en daarna pas over haalbaarheid te praten.

Er wordt in Nederland veel gepraat over een zogenaamde verbouwing van de verzorgingsstaat. Maar de debatten zijn vaak hoogst technisch en de inzet ervan, de maatschappelijke solidariteit, dreigt dan onder te sneeuwen. Om die solidariteit niet uit het oog te verliezen, is het nodig dat politiek links zich wezenlijk, en niet alleen in technische details, van rechts onderscheidt.

En dat kan, ook in de Nederlandse situatie. Weliswaar zijn er in ons land, in vergelijking met veel andere landen, betrekkelijk weinig verschillen in idealen tussen links en rechts, waar het gaat om het sociale minimum, maatschappelijke ongelijkheid en de verzorgingsstaat. Maar tegelijk benadrukken rechtse politici, en werkgevers, iets waarbij links doorgaans de nodige bedenkingen moet hebben: dat deze mooie idealen niet altijd te realiseren zijn, en dan verwaterd moeten worden.

Niet dat het zonder meer verkeerd is om aan haalbaarheid te denken. Als het bijvoorbeeld zo zou zijn (wat overigens maar de vraag is) dat de solidariteit in ons land alleen maar gered kan worden door de Nederlandse concurrentiepositie te verbeteren en de uitgaven van de overheid gezonder te maken, dan is het waarschijnlijk goed om hieraan te werken.

Ook links mag haalbaarheidsoverwegingen niet verwaarlozen. Maar het zou een aantal belangrijke andere accenten moeten leggen dan rechts – andere accenten die in de huidige debatten een groot verschil kunnen maken.

Links moet beklemtonen dat we een minimum bestaansniveau en een minimum van maatschappelijke gelijkheid alleen maar mogen aantasten als het écht niet anders kan. We mogen niet onder het mom van haalbaarheid aan deze `minima' gaan knibbelen, laat staan erin gaan hakken.

Knibbelen en hakken kan alleen gerechtvaardigd zijn als echt duidelijk is dat het de enige of de beste manier is om nog veel grotere beschadigingen van de solidariteit in de toekomst te voorkomen. Dat is niet het geval bij de huidige erosie of bijna-erosie van de maatschappelijke solidariteit, zoals de dreigende aantasting van het minimumloon en van andere fundamentele arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld werktijden), en zoals de bedreiging van de gelijke toegang tot de gezondheidszorg en tot het hoger onderwijs.

Het is helemaal niet duidelijk waarom dit allemaal echt onontkoombaar is om te voorkomen dat de solidariteit in de toekomst nog meer wordt beschadigd. Politiek en maatschappelijk links moet daarom groot bezwaar hebben tegen wat er gebeurt.

Links moet er de nadruk op leggen dat haalbaarheidsoverwegingen nooit het politieke en maatschappelijke debat mogen domineren. In de huidige discussies overheersen vaak verhalen van de `broekriem aanhalen' en van wat er níét kan. Links moet doen wat het kan om ervoor te zorgen dat er in de discussies veel meer en veel centraler wordt nagedacht over de solidariteit die we wél willen behouden (of tot stand willen brengen). Bezorgdheid om solidariteit moet op de eerste plaats staan. Waar haalbaarheidsoverwegingen naar voren komen, moet duidelijk zijn dat ze een uitdrukking zijn van die bezorgdheid.

Men hoort vaak zeggen dat men moet oppassen om, uit haalbaarheids- of andere overwegingen, aan de verzorgingsstaat te gaan rommelen. Want als we er eenmaal aan beginnen te breken en te verbouwen, zouden we al snel niets meer over hebben.

Moet links dit idee overnemen? Nee, ik denk dat dit idee, dat vaak geboren is uit angst, geen goed argument is tegen een `verbouwing' van onze solidariteits-arrangementen.

Maar er zijn een paar verwante ideeën die wel juist en belangrijk zijn en die politiek en maatschappelijk links zou moeten omarmen. Het eerste is dat het goed is om een `veiligheidszone' aan te leggen rondom het niveau van solidariteit dat men absoluut minimaal vindt. We moeten daarom oppassen met het uitkleden van de verworvenheden van onze solidariteit, zelfs wanneer wat we overhouden nog altijd veel beter is dan `Amerikaanse toestanden'.

Een tweede idee is dat sommige `verbouwingen' van onze solidariteit rampzalige processen in gang kunnen zetten – en dat dit niet alleen een speculatieve mogelijkheid is, maar dat dit daadwerkelijk (bijvoorbeeld in andere landen) al eens is gedaan. Velen hebben gewezen op het gevaar van de privatisering in de gezondheidszorg die nu wordt voorgesteld. Hier is bijvoorbeeld van de Verenigde Staten te leren hoe het niet moet.

Een ander voorbeeld is dat verhoging van het collegegeld voor goede opleidingen een zichzelf versterkend proces van tweedeling in het onderwijs op gang kan brengen. Ook hier liggen buitenlandse voorbeelden van hoe het niet moet voor het oprapen.

Kortom, linkse politici en vakbondslieden moeten het ideaal van solidariteit vooropstellen en dan pas over haalbaarheid praten. Zo kunnen zij zich tegenover de rechterkant van het politieke en maatschappelijke spectrum duidelijker profileren, en de debatten over de verzorgingsstaat redden van een vertechnisering die elk idee van solidariteit kwijtspeelt. Links moet, natuurlijk met de nodige nuance, `back to basics'!

Jos Philips is filosoof en socioloog en werkt aan de Radboud Universiteit in Nijmegen aan een proefschrift over armoede en ethiek.