Hogere premie tijdelijke arbeid

Bedrijven die veel werknemers in tijdelijke dienst hebben, moeten voor hen tien keer zoveel WW-premie gaan betalen. Dat plan staat in een brief van minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) van gisteren aan de Tweede Kamer.

Met deze maatregel wil De Geus seizoenswerkloosheid bestrijden. In bepaalde sectoren, zoals de landbouw en de schildersbranche, maken werkgevers veel gebruik van seizoensarbeid. Ze nemen werknemers bijvoorbeeld telkens voor maar negen maanden in dienst. De resterende drie maanden van het jaar ontvangen de werknemers een werkloosheidsuitkering.

Daardoor doen deze bedrijven een groter beroep op de WW dan bedrijven met vooral langlopende contracten. Dit drukt volgens De Geus aanzienlijk op de zogenoemde wachtgeldpremie. Dat is het deel van de WW-premie dat de bedrijven in een bedrijfstak zelf moeten opbrengen en waarvan het eerste halfjaar van de werkloosheidsuitkeringen wordt betaald. Voor de vervolguitkering betaalt ook de werknemer premie.

De Geus wil in de betreffende sectoren de hoogte van de WW-premie vanaf 2006 afhankelijk maken van de duur van het arbeidscontract. Duurt het contract korter dan een jaar, dan wordt de premie tien keer zo hoog als bij een contract van langer dan een jaar. Dit is ook het geval als een langdurend contract toch binnen een jaar wordt ontbonden en de werknemer in de WW belandt.

De maatregel gaat uitsluitend gelden bij culturele instellingen, en in de bouw, het schildersbedrijf, de agrarische sector en de horeca. De Geus hoopt dat de maatregel bedrijven stimuleert werknemers langer dan een jaar in dienst te nemen. In de uitzendbranche wordt de maatregel niet ingevoerd.

De Geus erkent dat zijn plannen de arbeidsmarkt mogelijk minder flexibel maken. Een proef in de agrarische sector heeft uitgewezen dat dit negatieve effect niet per se hoeft op te treden.