Het Rusland van Poetin is geen vrij land

President Poetin neemt de vrijheden die in de jaren negentig werden ingevoerd, stukje bij beetje terug. Rusland kan inmiddels geen vrij land meer worden genoemd.

Rusland is, althans volgens de gezaghebbende, in de hele wereld opererende non-gouvernementele organisatie Freedom House, geen vrij land meer: in haar jaarlijkse rapport zette Freedom House Rusland deze week van de categorie `gedeeltelijk vrij' naar `niet vrij'. Het was het enige van de bijna tweehonderd onderzochte landen dat een categorie zakte. Het was ook de eerste keer sinds 1991, toen de Sovjet-Unie uiteenviel, dat Rusland in de categorie `niet vrij' belandde.

Vooropgesteld: zo erg als het in Sovjet-tijden van Leonid Brezjnev met de vrijheid gesteld was, is het in het Rusland van Poetin lang niet. Er bestaan nog vrije media, als zijn het er steeds minder en hebben ze het steeds moeilijker. Er bestaat een oppositie, er kan worden gedemonstreerd en er zijn geen duidelijk politieke gevangenen. Dissidenten hoeven niet naar het aloude middel van de samizdat – zelfpublicatie – te grijpen en rechtbanken doen nog niet altijd alles wat Poetin wil. Maar de marges worden kleiner, en ze zijn volgens Freedom House inmiddels zo klein dat het stempel `gedeeltelijk vrij' moet worden vervangen. Het onderzoek van Freedom House concentreerde zich op de ontwikkelingen van 2003 en een deel van 2004, jaren waarin de in 2000 aangetreden Poetin zijn macht verder consolideerde.

Op het gebied van de mediavrijheid was 2003 een slecht jaar. Eerder al, in april 2001, had de regering de controle overgenomen over het onafhankelijke tv-netwerk NTV. In januari 2002 deed ze dat ook met TV-6. In juni 2003 viel de laatste onafhankelijke tv-zender, TVS, in haar handen. Formeel verdween TVS wegens de te hoog opgelopen schulden, maar de manier waarop een nieuwe investeerder werd genegeerd, suggereerde anders. De regering dreigde het kritische radiostation Echo Moskvy met sluiting na onwelgevallige berichtgeving over een terreuractie en nam ook de controle over 's lands meest gerespecteerde bureau voor opiniepeiling over, nadat het bij herhaling had geconcludeerd dat de steun voor Poetins oorlog in Tsjetsjenië af- en de steun voor vredesoverleg toenam. De regering intimideert regelmatig kritische kranten en tijdschriften en loodste midden 2003 een wet door het parlement die media verbood bij verkiezingen ,,een positief of negatief beeld'' van kandidaten te schetsen. De wet werd door het Hooggerechtshof als onconstitutioneel tegengehouden, maar de intimidatie had indirect wel resultaat: bij de Doema-verkiezingen van eind 2003 en de presidentsverkiezingen van vorig jaar werd door de oppositie geklaagd dat hun campagnes in de media waren genegeerd of verdraaid of onevenwichtig waren weergegeven.

De politieke macht is de laatste jaren steeds meer geconcentreerd in de handen van het Kremlin. Al in 2000 zette Poetin de gouverneurs van de 89 regio's uit de Federatieraad, de Russische `Eerste Kamer', en eigende hij zich de bevoegdheid toe hen te schorsen als ze de federale wet schenden. Dit jaar maakte hij van de bezetting van de school in het Zuid-Russische Beslan door terroristen gebruik door een eind te maken aan de directe verkiezing van de gouverneurs: voortaan benoemt hij ze zelf, en als het regioparlement hen niet wil, is het het parlement dat moet vertrekken, en niet de gouverneur. Ook de verkiezing van de helft van de Doemaleden via het districtenstelsel is afgeschaft: voortaan wordt iedereen op partijlijsten gekozen – hetgeen de afstand tussen kiezer en gekozene verder vergroot.

De arrestatie, in oktober 2003, van oligarch Michail Chodorkovski, Ruslands rijkste man en de meest invloedrijke economische magnaat van het land, en de ontmanteling van diens megaconcern Yukos is volgens Poetins critici politiek gemotiveerd: Chodorkovski steunde, verbaal en financieel en bepaald niet met mate, de liberale oppositie.

Ook de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van vereniging en vergadering staan onder druk. De niet-orthodoxe kerken hebben met steeds meer tegenwerking te kampen. Priesters en bisschoppen van bijvoorbeeld de katholieke kerk, die soms al decennialang in Rusland werken, moesten het land verlaten of werden na een reis naar het buitenland niet meer binnengelaten. De regering heeft inmiddels het recht politieke partijen en non-gouvernementele organisaties te verbieden als hun leden van extremisme worden beschuldigd, waarbij extremisme zeer vaag wordt gedefinieerd. Sinds 2002 is het stakingsrecht beperkt en kunnen vakbonden geen vuist meer maken. De corruptie is wijdverbreid en wordt onvoldoende aangepakt – volgens Indem, een Moskouse denktank, betalen de Russen alleen al aan steekpenningen 37 miljard dollar per jaar.

De rechtspraak heeft te lijden van gebrek aan geld en gebrek aan gekwalificeerd personeel. Sinds 2003 bestaat het systeem van juryrechtspraak, maar niet in het hele land. En last but not least: Rusland bemoeit zich steeds nadrukkelijker en met steeds minder gêne met de gang van zaken in andere ex-Sovjet-republieken, in Georgië en Moldavië bijvoorbeeld, waar separatisten (in Abchazië, in Zuid-Ossetië en in Transnistrië) dankzij Moskou overeind blijven, en in Oekraïne, waar Poetin zijn steun voor Viktor Janoekovitsj bij de presidentsverkiezingen heeft onderstreept met twee bezoeken aan Kiev, midden in de verkiezingscampagne.