Het gaat niet meer van God zegene de greep

De terreurdreiging in Nederland is voorlopig niet voorbij, zegt Johan van Kastel, hoofd van de nationale recherche. ,,Een terrorist heeft geen haast.'' Een terugblik op de laatste maanden.

Johan van Kastel (47), hoofd van de nationale recherche, is geen man van grote woorden. Hij zegt: ,,Er is de laatste tijd nogal wat gebeurd.'' De inval van de nationale recherche in de Bucheliusstraat in Utrecht eind september en daarmee samenhangende arrestaties. De moord op Theo van Gogh in Amsterdam, begin november. En meteen daarna de belegering en aanhouding van twee terreurverdachten in het Laakkwartier in Den Haag. Johan van Kastel zegt dat het voorlopig niet voorbij zal zijn met de terreurdreiging. ,,Ik heb nergens gehoord dat het in januari stopt.''

Utrecht, Amsterdam, Den Haag. Drie grote steden waar vermeende terroristen rondliepen en waar de nationale recherche de afgelopen maanden ingreep. En voor het eerst zegt Van Kastel dat deze zaken niet los van elkaar staan, maar onderling verband houden. Tussen het Hofstadnetwerk, waarvan de vermoedelijke moordenaar van Van Gogh deel uitmaakte, en de groep terroristen in Utrecht bestonden contacten. Wat al wel bekend was: dat de verdachten in Utrecht en Amsterdam geheime informatie kregen van een ex-werknemer van de inlichtingendienst AIVD.

De nationale recherche werd anderhalf jaar geleden opgericht om de georganiseerde, internationale criminaliteit te bestrijden. De ministers Remkes (Binnenlandse Zaken) en Donner (Justitie) vonden een grote, landelijke recherchedienst effectiever dan de losse rechercheonderdelen bij de 25 politiekorpsen. Het was nooit de bedoeling dat de nationale recherche zich zo zou storten op terreurbestrijding. Want terreur, dat deed de AIVD. Maar na alle incidenten ontkomt de nationale recherche er niet meer aan. Nu zijn er tachtig van de 850 man bij de nationale recherche vrijgemaakt die terroristen opsporen en aanhouden.

Terreur, zegt Van Kastel, is heel wat anders dan georganiseerde criminaliteit. ,,Criminele organisaties zijn kleine bedrijfjes, ze zijn uit op winstbejag. We zien reisbewegingen, financiële transacties, we traceren de communicatie tussen de verdachten en weten: ze gaan nu toeslaan. Ze vertonen normaal crimineel gedrag, waar wij houvast aan hebben.''

Bij terroristen is het anders. ,,Voor hen is tijd een belangrijke factor. Ze nemen maanden om een actie voor te bereiden. Ze zijn niet uit op geld, ze hebben een ideologisch doel. Zie als politie al die maanden maar eens zo'n onderzoek goed vol te houden.''

De politie moet het doen met kleine signalen, minieme veranderingen van gedrag. Van Kastel: ,,Terroristen zijn geen mannen die je herkent aan de explosieven op hun rug. Ze hebben geen vast gedragspatroon. Ze doen hun ideëen en overtuigingen op op internet, in de moskee, in de gevangenis. Ze hoeven er de deur niet voor uit. Hun targets zijn lastiger te achterhalen dan vroeger. Toen werden aanslagen beraamd op overheidsinstellingen of ambassades. Nu kiezen ze soft targets. Willekeurige doelen. Ze willen zoveel mogelijk leed en schade veroorzaken.''

Van Kastel zegt: ,,Wij kunnen niet in hun hoofden kijken. We redden het niet met een verfijning van de opsporingstechnieken, je kunt niet nóg beter afluisteren. Dus moeten we beter kijken naar wat we al hebben aan informatie over ze.''

Van Kastel vindt de Contra Terrorisme Infobox, waarin de inlichtingen- en opsporingsdiensten informatie delen, een goed begin. Maar wat wordt erin gestopt? Van Kastel zegt eerst: ,,Informatie over bewegingen of uitspraken die doen vermoeden dat iemand in een radicaliseringsproces zit.'' Is dan elke moslim die ineens vijf keer per week naar de moskee gaat verdacht? Van Kastel: ,,Een geloofsovertuiging an sich is geen reden om in de CT-box te komen.'' Wat dan wel? Van Kastel: ,,Laat ik een veilig voorbeeld op een ander terrein nemen: er is een bekladding ergens in het land. Op zich geen ernstig feit. Maar als het gedaan is middenin de nacht en op een nertsfokkerij, wil ik het graag weten. Dan zou er georganiseerd dierenactivisme achter kunnen zitten.''

Nog een voorbeeld: ,,Een student op de universiteit roept: dood aan alle Arabieren. Komt hij er dan in? Denk het niet. Maar als een medestudent het tegen de decaan vertelt en zegt: `Vorige week had hij het over wapens'. Dan hoop ik dat het gemeld wordt bij de politie.''

De laatste maanden hebben politie en justitie meer bevoegdheden gekregen om het terrorisme te bestrijden. Er hoeft geen verdenking meer te zijn om een terreurverdachte op te pakken, argwaan is voldoende. Het werven voor de jihad – de heilige islamitische oorlog – is strafbaar gesteld, net als `samenspanning' met als doel het plegen van een terroristische aanslag. Verdachten van deze feiten mogen langer worden vastgehouden. En na elk incident worden de bevoegdheden door de minister nog wat meer opgerekt.

Johan van Kastel is de man van het `schoon en integer' rechercheren. Hij ontketende, in zijn eentje, de IRT-affaire. Dat was begin jaren negentig, toen de politiekorpsen van Kennemerland, Haarlem, Utrecht en Amsterdam ging samenwerken tegen de internationale drugshandel. Van Kastel was de chef van dat interregionaal rechercheteam (IRT). En wat hij daar zag, beviel hem niet: het IRT zette criminele infiltranten in, de politie voerde zelf tonnen drugs in. Hij lichtte de Amsterdamse politieleiding in. Van Kastel: ,,Ik dacht: vandaag meld ik dat de methodes niet deugen, morgen stoppen we er dus mee.'' Maar het werd een rel die jaren zou duren en eigenlijk nog steeds niet voorbij is. Sinds de affaire mag de politie een stuk minder. Tot het moslimterrorisme Nederland bereikte. Nu mogen ze meer dan ooit.

Toen was het de war on drugs nu de war on terror. Vindt u die nieuwe bevoegdheden wel zo nodig?

,,Ik heb er geen enkele moeite mee dat het rechtssysteem wordt opgerekt. Deze bevoegdheden zijn geënt op een bijna-oorlogssituatie. Niet te vergelijken met de strijd tegen de drugs. Terreur bedreigt de fysieke en persoonlijke veiligheid van mensen, de internationale cocaïnehandel niet. De willekeur en het leed is vele malen groter.'' Van Kastel bedoelt: ook door drugs vallen slachtoffers, maar die kiezen daar in zekere zin zelf voor.

Niet iedereen is even blij met de opgerekte bevoegdheden. Burgemeester Brouwers van Utrecht sprak schande van het onbehouwen gedrag van de nationale recherche. Met veel kabaal viel op een zondagavond in september een arrestatieteam de woning binnen van een Marokkaans gezin. Achteraf zei de burgemeester: ik wist van niks. Er werd gezocht naar explosieven die ingezet zouden worden bij een terroristische actie. De explosieven werden niet gevonden, het gezin bleek onschuldig.

Burgemeester Cohen was boos toen kort na de moord op Theo van Gogh bleek dat de nationale recherche al eens was binnengevallen in het huis van de verdachte van de moord. Dat was een jaar daarvoor. Cohen wist ook van niks, zei hij. En burgemeester Deetman van Den Haag werd bij de inval in het Laakkwartier pas wakker gebeld toen het misging. De verdachten in de Haagse woning gooiden een handgranaat naar de politie. Daarna werd de buurt veertien uur belegerd, het luchtruim boven Den Haag afgesloten. Of de keer dat de nationale recherche in Roosendaal binnenviel en twee arrestaties verrichtte. Later bleek dat ze niet de verdachten van de aanslag in Madrid te pakken hadden, zoals ze dachten, maar hun neven.

Over Roosendaal zegt Van Kastel: ,,We waren heel erg warm. Achteraf zeiden we: potverdorie, we zaten heel dichtbij. Maar wel op het verkeerde moment, dat wel.'' Bij de inval is wél een telefoon gevonden waarmee de Madrid-verdachten hadden gebeld. ,,Het is niet voor niks geweest.'' En dan over de burgemeesters. Van Kastel, geprikkeld: ,,In Utrecht, Amsterdam én Den Haag was iedereen die het moest weten op de hoogte.'' Als er iets onverwachts gebeurt tijdens een actie, zegt hij, roepen ze eerst: het is misgegaan. ,,Wij krijgen een draai om onze oren en pas later kijken ze of dat terecht is.''

,,Anderhalf jaar geleden'', zegt Van Kastel, ,,gebeurde het veel te vaak dat we ergens op afgingen en dan was het: god zegene de greep.'' Dat was in de tijd dat alleen de AIVD onderzoek deed naar terreur. ,,De AIVD had de intelligence. Ze hielden een aantal verdachten onder controle. Verloren ze die, gooiden ze bij ons een ambtsbericht over de schutting. Moesten we zonder strafrechtelijk vooronderzoek, met stoom en kokend water gaan arresteren. De verdachten zaten dan in voorlopige hechtenis, moesten wij het onderzoek nog zien rond te krijgen. Dat lukte vaak niet, of niet op tijd. En weg waren ze.''

Uit het feitenrelaas dat daags na de moord op Van Gogh werd gepubliceerd, bleek dat opsporings- en veiligheidsdiensten al ten minste twee jaar onderzoek deden naar de Hofstadgroep, de terreurcel waartoe niet alleen Mohammed B., maar ook Ismail A. en Jason W. zouden behoren, de twee verdachten van het Laakkwartier. Het lijkt alsof de diensten het netwerk nu pas echt aanpakken. Van Kastel: ,,Onder druk van de moord op Van Gogh is het onderzoek aangewakkerd. Netwerkonderzoek is tijdrovend, de actualiteit gaat altijd voor.''

Dit najaar zou de nationale recherche het onderzoek naar de Hofstadgroep hebben uitgebreid. Dat was vóór de moord. Eerst, zegt Van Kastel, wilden we het onderzoek naar Samir A. afgrond hebben. Samir A. zit sinds de zomer vast en wordt gezien als belangrijkste lid van het Hofstadnetwerk. In zijn huis zijn plattegronden gevonden van de Tweede Kamer en kerncentrale Borssele. Hij wordt verdacht van het beramen van terreuraanslagen. Van Kastel: ,,We wilden zorgen dat Samir A. binnen bleef. Binnen is binnen.'' En dan? ,,Ismail A. en Jason W. waren grote kanshebbers.'' Uit `rest- en zij-informatie' van het onderzoek naar Samir A. was de conclusie getrokken dat zij ,,nadrukkelijke personen'' waren in de groep. Ze werden, ná de moord op Theo van Gogh, opgepakt in het Laakkwartier en worden onder meer verdacht van moordplannen op de Tweede-Kamerleden Wilders en Hirsi Ali.

De burger krijgt nu het idee dat ineens iedereen wordt opgepakt die bij een vermeende terrorist over de vloer is geweest.

,,De burger denkt: maak er korte metten mee, met die terroristen. Pak ze. Neem van mij aan dat er tegen iedereen die nu vastzit een redelijke verdenking is. We hebben er geen enkel belang bij mensen op te pakken, en dan weer het bos in te sturen.''