Fabel van de 0,7 procent ontwikkelingshulp

In NRC Handelsblad van 7 december las ik weer de verwijzing naar de norm van 0.7 procent ontwikkelingshulp. Die 0,7 procent is gerelateerd aan berekeningen van Nobelprijswinnaar prof. Jan Tinbergen. Dat getal lijkt daarmee heilig verklaard. Maar Tinbergen zelf heeft op 20 juni 1991 in deze krant een nieuwe berekening gepubliceerd, waaruit blijkt dat die 0,7 procent absoluut te weinig is om tot rechtvaardigheid tussen rijk en arm te komen. Veel landen geven zelfs minder dan 0,7 procent. Dat verklaart voor een groot deel waarom onze hulp nauwelijks effect kan hebben, zeker in combinatie met de moordende schuldenproblematiek en oneerlijke handel. Die 0,7 procent blijkt dus een fabel.

Tinbergen stelt in genoemd artikel: ,,Willen we in een eeuw gelijk welzijn tussen ontwikkelde en onderontwikkelde landen bereiken, dan is 3,4 procent hulp nodig. Zouden we dit doel in 50 jaar willen bereiken, dan 25,7 procent!. Het vraagstuk is dus veel ernstiger dan men denkt.'' Op een speciale Tinbergen-conferentie bleek dat zelfs Tinbergen-kenners het bewuste NRC-artikel niet kenden. Enkele betrokkenen heb ik gevraagd waarom ze nog niet voor een hoger percentage hulp pleiten. Dan kreeg ik de reactie dat het al moeilijk genoeg is om andere landen op die 0,7 procent te krijgen. Gezien de cijfers van Tinbergen lijkt me dat onverantwoord. Veel meer hulp is noodzakelijk om snel een einde te maken aan onze schending van de rechten van bijna een miljard mensen/kinderen, die ergens in onze `global village' in extreme armoede `leven'. Daar liggen tevens de bronnen van mondiale vraagstukken als toenemende migratie en terrorisme. Maar het lijkt me ook tactisch beter naar de nieuwe Tinbergen-cijfers te verwijzen, vooral tegenover groeperingen en politieke partijen die zelfs een vermindering van de hulp durven te bepleiten.