Extra geld voor bèta's en technici

Het kabinet reserveert 31 miljoen euro voor 2005 om een tekort aan afgestudeerde bèta's en technici in 2010 op te lossen. Vanaf 2007 gaat het jaarlijks om 60 miljoen euro.

Dat schrijven ministers Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) en Brinkhorst (Economische Zaken, D66) aan de Tweede Kamer in een brief over de voortgang van het Deltaplan Bèta/Techniek. In een actieprogramma worden 22 maatregelen, van basisonderwijs tot arbeidsmarkt, aangekondigd om opleidingen en banen in de bèta- en technieksector aantrekkelijker te maken.

Volgens de ministers zal de vraag naar bèta's en technici in 2010 groter zijn dan het aanbod. Een belangrijke oorzaak is de vergrijzing: naar verwachting zullen in 2006/2007 veel technici met pensioen gaan. Ook de Europese Lissabon-ambitie speelt een rol. De lidstaten van de EU hebben vastgelegd dat ze in 2010 drie procent van hun bbp aan research & development zullen besteden. In Nederland creëert dit naar verwachting een vraag van 30.000 extra onderzoekers. Probleem is dat Nederlandse scholieren veel minder dan in andere Europese landen kiezen voor een bèta-opleiding.

In hun brief erkennen Van der Hoeven en Brinkhorst dat de conjuncturele vraag onvoorspelbaar is. Echter: ,,Het opleiden van meer bèta's is nooit verspilde moeite: zij kunnen immers uiteindelijk ook buiten hun sectoren aan de slag, andersom is dat veel minder het geval.'' Precieze cijfers over het tekort in 2010 worden in de brief niet genoemd, maar het kabinet baseert zich op prognoses tot 2008 die zijn opgesteld door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. Hierin wordt de vervangingsvraag door vergrijzing in techniek- en industrieberoepen in de periode 2003-2008 op 248.000 werknemers geschat.

De investering in meer bèta's wordt betwist door twee economen van het Centraal Planbureau. In een recent advies betogen zij dat er helemaal geen tekort is aan bèta's. Als de vraag werkelijk groter zou zijn dan het aanbod, zouden hun inkomens niet 5 tot 10 procent lager liggen dan anders opgeleiden, menen de economen.