Den Haag is nu al bang voor de kiezer

Het kabinet van premier Balkenende heeft dit jaar weinig rust gekend. En de gebeurtenissen binnen en buiten Den Haag maken alle politici steeds zenuwachtiger.

Vandaag sluit premier Balkenende met de laatste ministerraad het jaar af – het eerste jaar dat hij volledig heeft kunnen regeren, zonder verkiezingen of formatieperiode.

Het Europees voorzitterschap zit erop, de grote wetgevingsprojecten die elk kabinet onderneemt, staan op de rails. Sommige ingrijpende voorstellen, zoals het nieuwe zorgstelsel, zijn al door de Tweede Kamer aangenomen, en nog wel opvallend geruisloos. Er is een sociaal akkoord over ingrijpende hervormingen, al ging daar de grootste demonstratie sinds de jaren tachtig aan vooraf.

Maar business is nog niet as usual in Den Haag. Integendeel, regeren op een vulkaan lijkt een constante te worden. De `beeldbepalende' kwesties die de politieke partijen het afgelopen half jaar in hun greep hielden, maken duidelijk dat over het parlementaire bedrijf een voortdurende schaduw hangt van maatschappelijke onrust.

De partijen lijken bang voor hun electoraat. Ze worden zenuwachtig door de opmars in de vroege peilingen van het onafhankelijke Kamerlid Wilders. Zijn voormalige partij VVD ziet zich gedwongen tot ferme stellingnamen, maar ook PvdA-leider Bos hoedt zich er opzichtig voor om runner-up Wilders uit te sluiten. Er wordt in Den Haag gesproken en gespeculeerd over het `gat op rechts' dat de dit jaar verder ineengestorte LPF open laat.

De maatschappelijke onrust heeft zich inmiddels echter in een ernstiger, meer direct vorm laten gelden. Dat bleek na de moord op filmmaker Theo van Gogh door een islamitisch geïnspireerde extremist, op 2 november. Dat was in menig opzicht de belangrijkste politieke gebeurtenis van het jaar. Naast electorale speculatie is de angst voor maatschappelijke polarisatie voor de leidende politici op de voorgrond getreden.

De moord ontwrichtte ook Den Haag zelf. Van Gogh was immers een `nevendoelwit', zoals VVD-fractieleider Van Aartsen het in de Kamer verwoordde. Het `echte' doelwit was zijn zwaarbewaakte fractiegenote Hirsi Ali, met wie Van Gogh samenwerkte. Inmiddels wordt het in Den Haag gezien als een ,,aantasting van het functioneren van onze democratie'', zoals Kamervoorzitter Weisglas het gisteren zei, dat de Kamerleden Hirsi Ali en ook Wilders ernstig bedreigd worden. Hirsi Ali is sinds de moord niet meer in de Kamer is verschenen.

De politieke agenda is ook in andere opzichten door deze moord bepaald. Terrorisme en integratie zijn nog meer dan daarvoor de belangrijkste politieke thema's geworden. Bovendien worden ze nu in een onderlinge samenhang gezien die in de eerste helft van het jaar nog ondenkbaar was. De Kamer repte niet van de gevolgen van terrorisme, toen zij deze zomer debatteerde over het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie-Blok over het integratiebeleid.

Inmiddels zijn de bakens verzet. Tot na de commissie-Blok spraken het kabinet en de coalitiepartijen nog vooral over de strengere eisen die aan allochtonen, `nieuwkomers' en `oudkomers', moesten worden gesteld. Die wens is er nog steeds, maar na de moord op Van Gogh noodzaakten de verhitte gemoederen in de maatschappij premier Balkenende en de andere ministers om zich ook van een andere kant te laten zien. Ze gingen als maatschappelijke brandweerlieden het land in, om een boodschap van verzoening uit te dragen. Daarop kregen ze kritiek: vooral Balkenende was te onzichtbaar, volgens PvdA-leider Bos in november.

Minister Verdonk (Vreemdelingenbeleid en Integratie) trad juist meer op de voorgrond. Zij kreeg kritiek, maar ook lof omdat zij de confrontatie opzocht met moslims die zich naar haar smaak niet genoeg aanpassen, zoals imams. Ze onderscheidde zich door stevig stellingnamen waarmee de VVD het `gat op rechts' goed leek te kunnen vullen. Maar ook zij maakt zich inmiddels zorgen. Zo ziet zij het woord 'allochtoon' als een vorm van uitsluiting. Wel strenge regels, maar geen onbegrip voor immigranten, is nu de leer. Want dat kan leiden tot verdere maatschappelijke polarisatie.

Nu de spotlichten op de islam staan maakt een oud thema een politieke comeback: de plaats van godsdienst in de democratie. De meeste moeite daarmee lijkt de VVD te hebben. De liberalen hebben met Hirsi Ali een fel criticus van de islam in huis. Zij ziet de VVD in de eerste plaats als partij de van de Verlichting. Maar veel VVD'ers van traditionele snit verkiezen een verzoenender benadering.

De VVD heeft meer problemen. De VVD kampt met personele strubbelingen in het kabinet: staatssecretaris Nijs (Onderwijs) vertrok, minister Remkes (Binnenlandse Zaken) is verzwakt na herhaalde kritiek op zijn optreden. De liberalen ontberen bovendien een herkenbare leider die in de programmatische onzekerheid kan zorgen voor eenduidige koerswendingen.

Vice-premier Zalm profileerde zich het afgelopen jaar vooral in zijn vertrouwde rol als minister van Financiën. Dat bleek scherp toen hij in september en oktober premier Balkenende verving, die was uitgeschakeld door een ontstoken voet. Maar ook VVD-fractieleider Van Aartsen bleek op de algemene ledenvergadering van de VVD in november niet de gewenste leider. Hij mag zich alleen 'aanvoerder' noemen, wat hij al was.

Niet het kleine D66, maar de VVD geldt na anderhalf jaar Balkenende II al met al als de meest instabiele factor in het kabinet. Vooral op sociaal-cultureel gebied lijken de spanningen met coalitiegenoot CDA toe te nemen. Van Aartsen zinspeelt er af en toe op de rol van PvdA-leider Bos de leukste te vinden: oppositieleider, VVD'ers opereren in Kamerdebatten regelmatig met oppositioneel harde kritiek, ook tegen de eigen bewindslieden. Het kan electorale strategie zijn: de hoop dat het afzetten tegen de gevestigde macht loont, ook al ben je regeringspartij.

Maar de grootste oppositiepartij, de PvdA, neemt juist minder radicaal stelling tegen het kabinet. Gesteund door een groei van een zetel of acht in de peilingen, laat de fractie van Bos regelmatig gematigde geluiden horen. Bij de PvdA gloren al de volgende verkiezingen, en daarna het mogelijke regeren – als verrassingen à la Fortuyn dit keer uitblijven.