Berechting in Irak

,,Irak heeft een rechtstraditie van zevenduizend jaar'', zei het hoofd van de onderzoeksrechters van het Speciale tribunaal deze zomer tegen de New York Times als reactie op de vraagtekens over de nieuwe rechtbank. ,,Deze traditie willen wij nu voortzetten. Voor het eerst in vijfendertig jaar voelen we ons weer rechter.'' Het is inderdaad juist dat het gebied tussen Eufraat en Tigris een bakermat van het recht is, met als belangrijke mijlpaal de Code van Hammurabi (19de eeuw v. Chr). Of dat voldoende is om af te rekenen met de achterliggende decennia van dictatuur valt echter zeer te betwijfelen.

Deze week – ruim voor de precaire verkiezingen van volgende maand – moet het Speciale tribunaal van interim-premier Alawi een begin maken met de berechting van de misdaden van het verdreven regime. Nummer één op de lijst is Al-Hassan al-Majid, beter bekend als `Ali Chemicali' wegens zijn reputatie als de gifgasgeneraal van Saddam Hussein. Internationale organisaties voor de mensenrechten maken zich met reden grote zorgen over de kwaliteit van dit proces en van het tribunaal. Het statuut van het speciale gerecht werd op 10 december vorig jaar afgekondigd, de internationale dag voor de mensenrechten. Een mooie symboliek, maar de inhoud was minder overtuigend. Al was het alleen doordat het tribunaal voortbouwt op een Iraaks wetboek van strafrecht uit 1971. Dit laat volgens critici het gebruik van afgeperste verklaringen toe zolang het maar op discrete afstand van de rechter gebeurt. Een ander punt dat weinig goeds belooft is het gebrek aan rechtsbijstand tijdens het gerechtelijk vooronderzoek. Typerend was dat Saddam zelf bij zijn voorgeleiding deze zomer geen advocaat naast zich had.

Het proces tegen Saddam c.s. luistert nauw. Het gaat immers om zeer ernstige delicten met een internationale dimensie. De behoefte van het nieuwe Irak om zelf, met eigen rechters, de wandaden uit het verleden af te rekenen is legitiem. Berechting van zelfs grove vergrijpen tegen de menselijkheid is ondanks de internationale betekenis ervan toch altijd in de eerste plaats een zaak van de nationale rechters. Het staat echter ook buiten kijf dat dergelijke processen een speciale deskundigheid en ervaring vergen die in Irak onvoldoende voorhanden is. Berechting door de Verenigde Staten en bondgenoten kwam eigenlijk al direct niet in aanmerking. Het statuut van het tribunaal laat de mogelijkheid open rechters van buiten in te schakelen. De VS zijn echter mordicus tegen alles wat riekt naar internationale rechtspraak. De Verenigde Naties hebben moeten afhaken omdat Irak de doodstraf weer heeft ingevoerd. De Alleingang van Irak doet de geloofwaardigheid van de berechting geen goed. Of het er nu deze week werkelijk van komt of niet, Alawi heeft de betekenis van de procesgang nog verder onder druk gezet door zijn opportunistische timing vlak voor de verkiezingen.