Zet niet langer in op kennis

De komende decennia zal het grootste deel van de bestaande werkgelegenheid in de kennissector verdwijnen. De verklaring is simpel. Heel veel van wat nu kantoorwerk, witteboordenarbeid, of kenniswerk wordt genoemd zal worden overgenomen door computers, microchips, netwerken en expertsystemen. Toch staat dit proces nog nauwelijks op de publieke agenda. Ergo, de beleidsmakers zetten nog steeds in op de kenniseconomie. Ze zijn de vorige oorlog aan het winnen.

We hebben zo'n proces al tweemaal eerder meegemaakt. In 1900 werkte meer dan de helft van de Nederlandse beroepsbevolking in de agrarische sector. Nu nog geen 4procent en toch is Nederland een van de grootste exporteurs van agrarische producten. In eerste instantie kon het arbeidsoverschot worden opgevangen in de industriële sector, maar in de jaren '50 van de vorige eeuw ontstond ook hier een arbeidsoverschot. Toen kon op zijn beurt de dienstensector de overtollige arbeidscapaciteit opvangen. Deze transities zijn niet zonder pijn verlopen. Veel menselijk leed, kapitaalvernietiging en tijdelijk hoge werkloosheidcijfers waren de ongewenste gevolgen.

Binnenkort verdwijnt een groot deel van de vaardigheden van boekhouders en accountants, architecten en carrière-adviseurs, beleggingsanalisten, rechters en hoogleraren, artsen en biotechonderzoekers en veel andere kenniswerkers in complexe en geavanceerde expertsystemen. Alle meer of minder routinematige besluitvormingsprocessen worden door computers en netwerken overgenomen.

Als nu het kenniswerk aan het verdwijnen is, wat blijft er dan nog over voor mensen? Het antwoord: mensenwerk. Er zijn nu eenmaal menselijke vaardigheden die voorlopig niet door machines kunnen worden overgenomen. Denk aan empathie, morele oordeelsvorming, verantwoordelijkheidsbesef, creativiteit gekoppeld aan fantasie, reflectie, overzicht, bewustzijn, zorg en vriendelijkheid, liefde, inlevingsvermogen, intuïtie en andere sociale vaardigheden.

Veel van de bestaande dienstverlening kan worden verrijkt met deze typisch menselijke kwaliteiten. Artsen worden dan gezondheidscoaches. Reisagenten worden ontwerpers van reiservaringen, winkelpersoneel wordt dan klanttevredenheidspecialist. Secretaresses worden administratieve specialisten. Deze verrijking heeft nog een bijkomend voordeel. Niet alleen kan dit soort menselijke vaardigheden niet worden geautomatiseerd, het kan ook niet worden geëxporteerd. Dit soort werk moet hier in het directe contact van mens tot mens worden uitgevoerd.

Om de komende transitie zo pijnloos mogelijk te laten verlopen, moeten we zo snel mogelijk dit soort vaardigheden in de bestaande beroepen inbouwen. Dat vraagt om een andere instelling zowel bij werkgevers als bij werknemers. Het vraagt om een herwaardering van die vaardigheden en om ander onderwijs. Maar het begint met maatschappelijk bewustzijn van het proces waar we in zitten en dat de komende jaren versneld op ons af zal komen. Het begrip kenniseconomie moeten we zo snel mogelijk loslaten en vervangen door het begrip menseneconomie.

Peter van der Wel is verbonden aan de stichting EPN, Platform voor de informatiesamenleving.