Vangen voor de wetenschap

Jaap Zwier (67), gepensioneerd leraar, woont met echtgenote in een boerderij bij Zelhem. Hij is als amateur-entomoloog gespecialiseerd in kleine en grote (nacht-)vlinders: ,,Ik verzamel ze niet als postzegels en alleen in de Achterhoek; dit is nog grotendeels een witte plek. De gegevens geef ik door aan het Zoölogisch Museum in Amsterdam. Ik ben lid van de Nederlandse Entomologische Vereniging die uniek is door de samenwerking: amateurs leveren gegevens aan, wetenschappers doen er onderzoek mee.''

In zijn werkkamer staan op een werkblad microscoop, hoofdloep, laptop en er bevinden zich drie ladekasten met 120 insectendozen, afgedekt met glas: ,,Die kasten kreeg ik van het Zoölogisch Museum; ze hoorden bij een schenking.''

In een schuur achter het woonhuis staan in een kast potjes met gaten in de deksels. Zwier wijst naar sleepnetten: ,,Voor het zoeken in wat wildere vegetatie.'' Hij pakt een lichtval, een houten doos met plastic deksel; in het midden schoepachtige openingen en een grote 350 wattlamp. In de doos liggen eierdozen waartussen de vlinders zich kunnen nestelen.

,,Het vangen gebeurt vooral in lente en zomer. Ik zet de lichtval bij een boer en haal hem de volgende ochtend op of ik zoek oorspronkelijke vegetaties en vang met de lamp, een opgespannen laken en een generator. In dat geval blijf ik erbij. Op het laken blijven 10 tot 450 vlinders zitten. Bij heldere maan werkt de lamp minder goed. Vlindersoorten die ik niet herken, stop ik in potjes. Ik doe er wat ether bij, dan worden ze rustig en als ik ze dan wel herken, laat ik ze los. Anders zet ik ze op en bestudeer ik ze thuis.''

In de winter werkt Zwier gegevens uit. In zijn laptop worden naam, soort, vindplaats en datum in tabellen opgeslagen. Over de kosten van zijn hobby: ,,Spelden zijn niet duur, spanplankjes en netten maak ik zelf en zo'n vanglamp kost 50 euro. Vakliteratuur is wel prijzig en ik ga een digitale camera kopen voor vlinderdocumentatie.''

De Nederlandse speciaalzaak voor entomologie bevindt zich in het Zeeuwse Hulst; bij Eddy en Carla Vermandel in hun vrijstaande huis. De werkkamer met wandkast is ingericht tot verkooppunt. De overige producten staan in de garage. Ze worden verzonden op basis van een catalogus en een website. Als je de catalogus omkeert, blijken in de andere helft boeken te worden aangeboden: Belgische trekvlinders en dwaalgasten, Kleinschmetterlinge beobachten- bestimmen en Practical hints for the field Lepidoterist.

Eddy is biologieleraar. Toen hij in 1988 wegbezuinigd leek te worden, begon hij de verkoop, mede omdat entomologiebenodigdheden alleen in het buitenland te koop waren. Nu doet hij het ernaast. Carla heeft er een dagtaak aan. Ze maakt vangkasten en vlindernetten – deels met de naaimachine – en verzorgt de verzending.

Als Eddy uit school thuiskomt, neemt hij het over en vertelt over de stroopval: ,,Je mengt appel-perenstroop, bier, rum, amylacetaat; kookt dat en smeert het tegen boomstammen.'' Bekender zijn de `vlindernetjes'; met fijn- of grofmazig net, inklapbaar, met telescoopstok of stevige sleepnetten met buitenzak voor ruig terrein.

Vermandel heeft circa 3.000 klanten; voor beginners is er al een entomologiesetje voor 40 euro; er zijn ook scalpels, leonardpincetten van zacht verenstaal, flesjes met het naar zuurstok geurend lokmiddel amylacetaat en papilotten (puntzakjes) van zacht papier om insecten in te vervoeren.

Voor het drogen van insecten, dat enkele weken duurt, bestaan spanplankjes van zacht balsahout. In een millimeterbrede gleuf overlangs wordt het lijfje bevestigd met een speld, waarna de vleugels op het plankje worden uitgespreid, afgedekt met papieren spanstrookjes. Daarna gaan ze in insectendozen. Eddy toont er één met nachtvlinders: ,,Alleen al in onze tuin zitten 400 soorten vlinders en motten.''

In de hoek van de doos staat een plastic cupje met geperforeerde deksel. Een stukje naftaline moet vraat door stofluizen en museumkevertjes voorkomen. De spelden, ook voor zwart omrande naam- of vindplaatsetiketten, zijn van Tsjechische makelij en dunner dan naaispelden (vanaf 0,2 mm). Voor kleinere insecten is er polyporus (witte, zachte kunststof blokjes, vroeger gesneden uit paddestoelstammetjes) waarop ze met munitienaaldjes worden bevestigd; de allerkleinste gaan op opplakkartonnetjes of op sterk water.

Laatste aflevering van deze rubriek.