Scholen zijn niet meer rk of pc, maar osm

Levensbeschouwing is niet meer wat telt bij schoolkeuze. Hoogopgeleide ouders kijken meer naar kwaliteit. En laagopgeleiden zoeken een school in de buurt.

Ze zégt het nog wel altijd als ouders zich bij haar school aanmelden. Basisschool De Fontein, zal directeur Erna Nederlof altijd benadrukken, is een van de weinige protestants-christelijke scholen in Breda, en dat betekent dat de lessen soms anders zullen zijn dan op openbare of rooms-katholieke scholen. ,,Maar de meeste ouders maakt het niet zo veel uit.''

Jaren geleden kozen ouders bewust voor rooms-katholiek, openbaar of protestants-christelijk onderwijs. Als het moest, reden ze er een eindje voor om. Nu, zegt Nederlof, is dat wel anders. De school bestaat grotendeels uit islamitische kinderen uit de buurt.

Nederlandse ouders, ook de protestanten, kiezen vaak een andere school in Breda. ,,De school staat in een wijk met veel nationaliteiten. Ouders kiezen hier graag voor een school in de buurt. Dat we uit de bijbel lezen, vinden ze niet erg. De verhalen lijken op die uit de koran, zeggen ze als ik ze er naar vraag.''

Op basisschool De Fontein, circa 260 leerlingen, voltrekt zich in het klein wat in het hele land te zien is. Tientallen jaren was voor ouders de `richting' van de school, de levensbeschouwing die wordt uitgedragen, cruciaal voor de schoolkeuze voor hun kind. Maar sinds enkele jaren, concluderen onderzoekers Lex Herweijer en Ria Vogels van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), is dat veranderd. Vandaag presenteerden zij een onderzoek naar de opvattingen van ouders over het onderwijs.

Sfeer en bereikbaarheid van de school zijn in de praktijk de belangrijkste redenen om een school te kiezen, schrijven zij. En of de sfeer nu op een openbare of een rooms-katholieke school goed is, is minder belangrijk. Sterker nog: het percentage ouders dat helemaal niets meer geeft om de richting van de school is tussen 1990 en 2000 fors toegenomen. In het basisonderwijs van 7 naar 15, in het voortgezet onderwijs van 8 naar ruim 20.

Op zich is dit niet verrassend, vinden de onderzoekers. Deels is het te verklaren door de ontzuiling, maar vooral ook door het beleid van het ministerie van Onderwijs om van ouders kritische consumenten te maken. Al sinds het begin van de jaren negentig proberen achtereenvolgende ministers van Onderwijs (Ritzen, Hermans, Van der Hoeven) ouders in deze rol te manoeuvreren.

Alleen op die manier, is de gedachte, kan er marktwerking in het onderwijs ontstaan. Omdat de overheid zich steeds meer terugtrekt en de school steeds meer beleidsvrijheid geeft, moeten ouders, in de woorden van het ministerie van Onderwijs, ,,met hun voeten stemmen''.

Op die manier worden slechte scholen gestraft en goede beloond. Bovendien bieden zij op die manier een tegenwicht aan de schoolbesturen, die van het ministerie steeds zelfstandiger mogen werken. Ook hebben ouders meer te zeggen gekregen over het beleid van scholen. Sinds een paar jaar maakt de Onderwijsinspectie op last van het ministerie alle resultaten van inspectierapporten openbaar. Op internet (www.owinsp.nl) kunnen ouders de rapporten van scholen vergelijken. Veel scholen maken de resultaten van de Cito-toets van groep 8 openbaar.

Keuzevrijheid, vraaggericht, wie kan daar tegen zijn? Toch zit er een schaduwzijde aan deze trend, waarschuwt het SCP. Hoe meer de marktwerking in het onderwijs toeneemt, des te groter zal de scheiding worden tussen sociale en etnische klassen. Dit gaat volgens de onderzoekers ten koste van ,,de traditionele segmentatie langs levensbeschouwelijke lijnen, waarbij de sociale klassen elkaar troffen binnen de eigen richting''.

In plaats hiervan maken veel hoger opgeleide ouders de keuze voor een school die goed aangeschreven staat of die veel ouders uit dezelfde sociaal-economische klasse trekt. Allochtone of lager opgeleide ouders zullen eerder geneigd zijn een school in de buurt te kiezen.

Het gevolg is dat er meer en meer ons-soort-mensen-scholen ontstaan, zoals medewerker Robert Sikkes van de Algemene Onderwijsbond ze vorig jaar noemde. Met andere woorden: nog meer scheiding, dus nog meer scholen die volledig zwart of volledig wit zijn.

,,Ouders zijn steeds meer een marktpartij geworden'', zegt directeur Genio van Hees van rooms-katholieke basisschool Gunterslaer. Hij merkt in gesprekken met ouders dat ze zijn school kiezen om heel andere redenen dan vroeger. ,,Het aantal ouders dat vraagt hoe wij met onze rooms-katholieke identiteit omgaan, is echt in de minderheid.''

in plaats daarvan, zegt Van Hees, zijn ze vooral geïnteresseerd in de sfeer, en bijzondere dingen van onze school. Ons antipestbeleid bijvoorbeeld, of ons speciale lesprogramma over normen en waarden in de klas.'' Overigens geldt dit vooral voor hoger opgeleide ouders, zegt Van Hees. ,,Lager opgeleide ouders vinden het vooral belangrijk dat hun kinderen goede cijfers halen.''

    • Guus Valk