Op de vlucht voor moslimgeweld

Binnen Kashmir heeft in 15 jaar tijd een heuse volksverhuizing plaatsgehad van honderdduizenden hindoes op de vlucht voor geweld van moslimradicalen. Eerste deel van een tweeluik over de Pandits, die hun eeuwenoude cultuur zien afbrokkelen.

In Jammu doen herinneringen aan de vallei van Kashmir pijn. De winterhoofdstad van de Indiase deelstaat Kashmir is in vijftien jaar tijd een stad van ballingen geworden. Sinds de eerste aanslagen van separatistische moslimradicalen in 1989 zijn ruim 300.000 hindoes, de zogeheten Pandits, uit de vallei in Kashmir weggevlucht naar het veiliger Jammu.

Deze exodus en het uitblijven van vrede in de verscheurde deelstaat hebben de ooit zo hechte etnische gemeenschap van Pandits, de oorspronkelijke bewoners van Kashmir, ontwricht. Ruim vijfduizend jaar leefden ze er, trotse hindoes die ondanks de komst van de islam in de 14de eeuw hun geloof wel trouw waren gebleven.

Eind jaren tachtig woonden nog meer dan 400.000 Pandits in de vallei van Kashmir. Nu zijn dat er volgens cijfers van de Relief Commissioner, de migrantendienst in Jammu, nog maar zevenduizend.

,,Ik wil eigenlijk helemaal niet in Jammu zijn, maar ook niet te veel aan vroeger denken, want dan moet ik huilen. Onze cultuur is nauw verbonden aan onze geboortegrond, en staat onder druk'', zegt Vir Ji Saraf, een emotionele man, die tevergeefs onderkoeld probeert te zijn. De veertigjarige Pandit is één van de bestuurders van de Satisar, een organisatie die zich inzet voor behoud van de Pandit-cultuur.

Zijn eigen kinderen hebben de vallei, zoals het hoger gelegen deel van Kashmir liefkozend door Kashmiri's wordt genoemd, nog nooit gezien. Officieel heet de deelstaat Jammu en Kashmir, maar op straat laat iedereen het eerste deel van de naam weg. Want Kashmir is het paradijs. In de bergen, met de witte toppen en de groene vruchtbare valleien.

En Jammu? Dat is het warme, droge lager gelegen deel van de staat, waar vrijwel niets te doen is en toeristen zich nooit hebben laten zien. Uit de meest recente volkstelling, drie jaar geleden gehouden, blijkt dat in de gehele deelstaat ruim tien miljoen mensen wonen, van wie 67 procent moslim is. De meerderheid hiervan woont weer in de vallei van Kashmir, terwijl in Jammu voornamelijk hindoes leven.

Het heimwee onder de Pandits is groot. De van oudsher hoog opgeleide hindoes hadden het goed in Kashmir. De artsen, leraren, herenboeren en topambtenaren, ze behoren allen tot de hoogste kaste van Brahmanen. Maar toen eind jaren tachtig, begin jaren negentig het geweld oplaaide van moslimmilitanten, moesten zij van de ene op de andere dag hun hebben en houden achterlaten.

Het begon met aanslagen van het Jammu en Kashmir Bevrijdingsfront (JKLF), dat streeft naar onafhankelijkheid van India. Later mengde zich de Hizbul Mujahideen, een islamitische terreurgroep, en andere groeperingen in de strijd. De zwaarbewapende militanten van de Hizbul Mujahideen kregen al snel de overhand, dankzij steun van de geheime dienst van Pakistan die ook jihad-strijders van elders naar Kashmir stuurde.

Het geweld richtte zich niet meer alleen op aanwezige militairen, politieagenten, politici en overheidsgebouwen, maar ook op de hindoes die in de vallei woonden. Alleen al in 1990 kwamen meer dan 300 Pandits, mannen èn vrouwen, om het leven als gevolg van aanvallen van militanten. Een groot aantal van hun monumentale tempels ging in rook op, terwijl ook woonhuizen in de as werden gelegd.

Het is een hard gelag voor de Pandits, van wie nu een groot deel in primitieve kampen buiten Jammu woont. Al vijftien jaar wachten ze op een oplossing, die maar niet in zicht komt. Ze leven van een uitkering van 53 euro per maand per gezin, of hebben hun ambtenarensalaris behouden indien zij voor de overheid werkten. Sommigen zijn er in geslaagd in Jammu werk te vinden.

Ze zijn verbitterd, de nuance voorbij. De woorden `moslim' en `terrorist' hebben voor hen dezelfde betekenis.

,,De moslims hebben onze huizen ingepikt, tempels vernietigd, maar niemand die zich daar druk over maakt. Wij willen terug, maar dan naar een eigen regio in de vallei, waar we veilig en op basis van gelijkwaardigheid kunnen leven. Voor moslims is dat moeilijk omdat zijn hun geloof als superieur zien'', zegt Ajay Chrungoo, huisarts en voorzitter van Panun Kashmir, een politieke organisatie van Pandits.

Ook Vir Saraf deelt die mening. Een moslim stelt volgens hem zijn geloof boven alles, terwijl ,,voor ons India boven onze religie staat.''

Maar ze voelen zich ook in de steek gelaten door datzelfde India. De centrale overheid in Delhi ziet de Pandits het liefst weer terugkeren naar de vallei, maar kan hun geen veiligheid garanderen. ,,Als New Delhi erkent dat voor ons daar geen toekomst is, dan erkennen ze eigenlijk dat moslims niet naast hindoes kunnen wonen. Dat staat haaks op het principe van India als seculiere staat, waar verschillende geloven met elkaar samen moeten kunnen leven'', zegt huisarts Chrungoo.

Bovendien, zegt Saraf, willen de moslims de Pandits ook niet terug. ,,Waarom zouden ze? Ze hebben onze banen overgenomen. Die willen ze heus niet weer afstaan. Het blijft te onveilig voor ons.''

In Jammu voelen de Pandits zich eveneens niet gewenst. De regio, met bijna twee miljoen inwoners, kampt met hoge werkloosheid. De hindoeïstische Dogra's – een etnische groepering met een eigen taal – vormen er de meerderheid. ,,Zij staan niet te wachten op nog eens duizenden vluchtelingen, die ook op zoek zijn naar werk'', zegt Avtar Bhat, journalist van de lokale krant Daily Excelsior.

Vijftien jaar uitzichtloosheid heeft zijn sporen nagelaten op de gemeenschap van Pandits. De geboortecijfers zijn hard gedaald, terwijl het aantal zelfmoorden fors gestegen is. Veel mensen zijn depressief. Saraf van Satisar: ,,Het enige wat ons op de been houdt, is hoop. Maar als we niet uitkijken, houden we straks op te bestaan.''