Nederland koploper in branden van kaarsen

Met 3,3 kilogram kaarsvet per inwoner staat Nederland ver aan top in het gebruik van kaarsen. Tijdens de kerstdagen wordt 22.000.000 kilo kaars verstookt: een `reuzenkaars' van 20 bij 20 meter en een hoogte van bijna 70 meter.

Kaarsen in verschillende lengtes, diktes en kleuren die gezamenlijk op een bord staan te branden. Volgens Jolanda Verbruggen van kaarsenproducent Bolsius Kaarsen de belangrijkste trend bij het branden van kaarsen.

De gebruikte grondstoffen voor kaarsen zijn paraffine en stearine. Stearine wordt in de negentiende eeuw door de Fransman Chevreul ontdekt. Het is een stof van plantaardige of dierlijke oorsprong. Voordat de Fransman zijn opzienbarende ontdekking doet, worden voornamelijk vetten als basis voor kaarsen gebruikt. Alleen branden vetkaarsen onregelmatig, stinken ze en verspreiden ze veel roet. Stearine daarentegen brandt helder, geeft geen walm, druipt niet en de kaarsen worden niet week en trekken dus ook niet krom als ze warm worden. Paraffine als grondstof voor het maken van kaarsen komt in opkomst door de ontwikkeling van de petrochemie. Het is een bijproduct van de olieraffinage. Paraffine is geen enkelvoudige stof maar een mengsel van lange ketens koolwaterstoffen. Deze moleculen bevatten doorgaans 25-50 koolstofatomen. De stof geeft meer warmte en meer licht dan stearine. Daar staat tegenover dat paraffine bij een lagere temperatuur week wordt en dus eerder onder invloed van warmte vervormt en/of kromtrekt. Het smelttraject ligt rond 55 graden Celsius en het smeltpunt van stearine tegen de 60° C.

Een tussenvorm van beide werelden zijn de composietkaarsen: kaarsen gemaakt van een mengsel van stearine en paraffine. Deze hebben als nevenvoordeel dat ze bij het gietproces gemakkelijker uit de gietmallen kunnen worden verwijderd. Andere productiemethodes zijn: dompelen, persen, extruderen (productie van oneindig lange kaarsen uit machines die ook worden gebruikt voor het maken van kunststofproducten als slangen en elektriciteitskabels) of gewoon met de hand. Een tweede en al bijna eeuwen durende trend is toepassing van bijenwas. Hierin zijn vooral de meer ambachtelijke kaarsenmakerijen gespecialiseerd. Zoals Atelier Francina in Rotterdam of de Vergulde Kaars in Gouda. Bijenwas is een natuurlijk mengsel van een hele serie wassoorten met daarin een van nature aanwezige reukcomponent, die voor een aangename geur bij het branden van de kaars zorgen. Die wassoorten zijn chemisch gezien een verbinding (ester) tussen glycol en twee vetzuurmoleculen. Dit in tegenstelling tot vetten waarbij glycol aan drie vetzuurmoleculen is gebonden.

Bijenwas wordt door de bijen uitgezweten, en vervolgens door de nijvere diertjes gebruikt om korreltje voor korreltje hun honingraten te bouwen. Het materiaal is schaars en dus duur, zodat de aanschaf van bijenwaskaarsen vaak al een investering op zich is. Dit heeft er toe geleid, dat `bijenwaskaarsen' op de markt worden gebracht, die maar voor een deel van die stof zijn gemaakt en dus niet echt zijn. De derde trend is de opkomst van de zogenaamde rustiekkaarsen, die door en door zijn gekleurd. Deze worden bij een te lage temperatuur onder meer van paraffine gemaakt, waardoor de kristalstructuur van de grondstof grotendeels in stand blijft. Hierdoor hebben dergelijke kaarsen vaak een onregelmatige uiterlijk.

De gelkaarsen die de afgelopen jaren nogal in de belangstelling hebben gestaan, zijn nu helemaal `uit'. Dit zijn kaarsen van een transparant en hoogsmeltend mengsel, dat in een pot van aardewerk of glas zit. Volgens deskundigen is door prijsdruk en massaproductie de kwaliteit bij een aantal aanbieders de afgelopen jaren flink achteruitgegaan. Zij zien dit als belangrijkste reden voor het fors krimpende marktaandeel van deze kaarsen. Die slechte kwaliteit is herkenbaar aan het snelle verwateren, of weer dunvloeibaar worden van het kaarsenmengsel en de verspreiding van penetrante geuren bij het branden.

Daarentegen zijn de echte geurkaarsen nog steeds in opkomst. Dit zijn kaarsen met een prettig geurend aroma van bijvoorbeeld vanille, lavendel, lotus of jasmijn. Over de resultaten van onderzoek door consumentorganisaties dat geurstoffen niet goed voor de gezondheid zouden zijn, zegt de Bolsius-woordvoerster: ,,Het Duitse onderzoeksbureau Dekra test onze kaarsen regelmatig op samenstelling en emissies. Die voldoen aan zowel de normen van het Duitse keurmerk RAL als aan die van de International Fragrance Association (IFA).''

Het zelf maken van kaarsen is populair. Daarvoor bestaan kant-en-klare setjes. Op die trend speelt de ambachtelijke `Vergulde Kaars' in, door klanten de mogelijkheid te bieden ter plekke hun eigen kaars te maken. Eigenaar Cornelis van den Heuvel: ,,Het kost maar een paar euro.''

Bij het gebruik van kaarsen loopt Nederland voorop. Het aantal kilo's kaarsvet dat per inwoner en per jaar (peiljaar 2000) wordt verbruikt: Nederland – 3,3 kg; Duitsland – 1,6 kg; België – 0,7 kg.