`Heerlijk, geen bureaucratische rompslomp'

Per 1 januari zullen er geen quota voor de internationale textielexport meer bestaan. Megaproducent China zou daar sterk van kunnen profiteren, maar het land is van verscheidene kanten gevraagd zich te matigen.

De ogen van Liang Xiaohong lichten op als de komende opheffing van de textielquota op 1 januari ter sprake komt. ,,Dat zou mijn werk een heel stuk gemakkelijker maken'', vertelt ze onderweg in de bus naar de wijk Tijgerpoort, waar een van de grootste textielmarkten van Zuid-China te vinden is. Daar worden in eindeloos grote hallen stoffen, knoopjes, ritsen, drukkertjes en labels verkocht aan de talloze Chinese kledingproducenten die zich in de buurt van de markt hebben gevestigd.

Liang moet er een bepaald proeflapje ophalen voor de zaak waarvoor ze werkt, een fabriek die sportkleding voor de export maakt. ,,We exporteren ook naar Amerika, maar het is altijd een enorm gedoe om alleen al onze monsters door de douane te krijgen. Je moet er officieel een gat in knippen om zo'n monster onverkoopbaar te maken. Dat vindt mijn baas zonde, dus we krijgen de monsters vaak gewoon teruggestuurd'', zegt Liang, die zelf van het Chinese platteland komt en ooit is begonnen als productiemedewerkster in de fabriek. ,,Als de quota eenmaal zijn opgeheven, dan gaan we zeker meer naar de VS en Europa exporteren. Heerlijk, om dan zonder al die bureaucratische belemmeringen te kunnen werken.''

Het bedrijf waarvoor zij werkt is niet het enige met uitbreidingsplannen. Overal in Dongguan, een stad in Zuid-China waar veel van het Chinese exporttextiel wordt geproduceerd, zie je dat er nieuwe fabriekshallen uit de grond worden gestampt. Dongguan ligt in de provincie Guangdong. Die provincie heeft in de eerste acht maanden van dit jaar bijna 16 procent meer machines voor de textielindustrie geïmporteerd dan het jaar ervoor, als voorbereiding op verdere verhoging van de productie.

Na opheffing van de quota zal China zich sterker op de VS en Europa gaan richten. In Japan en Hongkong, China's grootste klanten nu, zijn de markten al verzadigd van Chinees textiel. China levert over het algemeen goedkoop, volgens afspraak en op tijd, dus het is niet vreemd dat westerse importeurs hun spullen ook graag onbelemmerd uit China willen halen.

Toch is niet iedereen in China onverdeeld positief over het effect dat opheffing van de quota zal hebben op de Chinese textielindustrie. Experts waarschuwen dat er door een moordende concurrentie een prijzenoorlog kan losbarsten. Toen de EU in 2002 de quota voor dertig textielproducten ophief, leidde dat in China ook tot een prijsverlaging van rond de veertig procent voor die soorten textiel.

Tegen dergelijke prijsverlagingen zijn veel bedrijven zeker vandaag de dag niet bestand. Nu al hebben zij moeite om winst te maken, want het wordt moeilijker om aan goedkoop personeel te komen. Ook doordat het aantal bedrijven toeneemt en de concurrentie vrijer en feller wordt, slinken de marges.

Daar kan eigenaar-directeur Wu Zuofei van textielfabriek `Echt en Oprecht' over meepraten. Zijn vijfhonderd productiemedewerkers zorgen ervoor dat grote hoeveelheden felgroene, helgele en lichtblauwe stof wordt verwerkt tot keurig opgevouwen en gestreken T-shirts, die compleet met een ingenaaid Engelstalig wasmerkje in grote balen de fabriek weer verlaten. Hij produceert niet zelf voor de export, maar krijgt zijn opdrachten van een tussenhandelaar.

Er zijn vooral veel vrouwen aan het werk in de enorme fabriekshal in Tijgerpoort. Zij doen het fijnere werk, terwijl de mannen slepen met de stof en de balen T-shirts.

Het personeel gebruikt alle maaltijden in een bedrijfskantine, iedereen woont op het bedrijfsterrein. Voor getrouwde stellen is een aantal tweepersoonskamers beschikbaar, de anderen slapen, mannen en vrouwen apart, met z'n achten op kamers met twee stapelbedden aan elke lange muur. Veel verdienen ze niet: de lonen liggen er tussen de 500 en de 900 yuan per maand (tussen 47 en 85 euro) en dagen van twaalf of zelfs vijftien uur zijn heel gebruikelijk. Wu wil zijn fabriek niet uitbreiden. ,,Een grotere fabriek is niet alleen moeilijk te managen, het is ook lastig om aan extra personeel te komen.''

De Chinese overheid is zich er goed van bewust dat het overspoelen van de Europese en Amerikaanse markt met textiel angst en irritatie opwekt, wat kan leiden tot nieuwe handelsbarrières. Het idee achter het onlangs aangekondigde, maar nog niet nader uitgewerkte Chinese plan van een heffing op de Chinese export van textiel, is om China te laten promoveren van producent van heel veel spotgoedkoop textiel tot een maker van vooral die producten die een hoge toegevoegde waarde hebben. `Echte' ontwikkelingslanden mogen dan de onderkant van de textielmarkt van China overnemen. Het is de vraag in hoeverre China zijn eigen producenten wel helemaal in de hand heeft. Misschien kan de overheid een concurrentie- en prijzenslag na 1 januari niet voorkomen.

Toch lijkt de moeilijkheid om goedkoop aan arbeidskrachten te komen ook de privé-bedrijven er toe te dwingen in het duurdere segment te gaan zitten. Als meneer Wu genoeg arbeidskrachten had kunnen vinden, had hij zijn fabriek waarschijnlijk wel uitgebreid. Nu kan hij zich dat niet veroorloven. Wu's T-shirts zijn te simpel en te arbeidsintensief.

Dit is het tweede deel van een serie over textiel. De eerste aflevering stond in de krant van donderdag 16 december en is te lezen op www.nrc.nl