De geminachte lezer

Journalisten zijn veelal behept met een romantisch idee over hun vak. Wij willen liever niet horen van de `tucht van de markt'. Of van welke tucht dan ook. De romantische opvatting luidt dat bedrijfseconomische wetmatigheden niet of hoogstens in beperkte mate gelden voor een cultuurgoed – en dan ook nog eens een in de democratie onmisbaar cultuurgoed – als de pluriforme pers.

Waarschijnlijk is het romantische zelfbeeld van de journalistiek altijd al voornamelijk flauwekul geweest. In nostalgische vorm duikt het nog op bij fusie- of concentratieplannen. Dan staat de werkgelegenheid op de tocht en bezinnen journalisten zich op hun maatschappelijke rol.

Maar de markt beslist. Kranten zijn gekomen en gegaan, de technologische ontwikkeling heeft nooit stilgestaan, het medialandschap verandert onophoudelijk. De wet van vraag en aanbod is sterker dan de journalistieke verbeelding. Keer op keer vergruist het ideaalbeeld van de krant als tempel van soevereiniteit.

Niemand weet hoeveel kranten er over pakweg tien jaar nog bestaan.

Verdwijnen zal de krant niet, op afzienbare termijn, net zomin als het boek, het theater, de film verdwenen toen concurrerende methoden van informatie- en cultuuroverdracht opkwamen. Wat wel verandert zijn de functie en verschijningsvormen en het gebruik dat ervan wordt gemaakt.

Sinds de ontzuiling en ontideologisering heeft Nederland aan een stuk of drie landelijke dagbladen wel genoeg. Die moeten het hebben van ofwel een excellent aanbod van betrouwbare berichtgeving, achtergronden en intellectuele stimulansen, ofwel van een feilloos aanvoelen van het populaire sentiment. De vraag is of daarnaast behoefte blijft aan onafhankelijke regionale dagbladjournalistiek. Daar wringt nu de schoen.

In de Volkskrant stond zaterdag een interview met de bestuursvoorzitters van de persconcerns PCM en Wegener, de heren Bouwman en Houwert. Als het aan hen ligt, is Nederland volgend jaar om deze tijd acht krantentitels armer, waarvoor één nieuwe in de plaats komt. Het landelijk verschijnende Algemeen Dagblad moet volgens de uitgevers samengaan met hun regionale dagbladen in de Randstad. Zij spreken in het onvervalste koeterwaals van de moderne manager over `een nieuw concept', `multimediale inbedding', `een nieuw merk-idee', de noodzaak van innovatie. Al deze mooie woorden kunnen nauwelijks verhullen dat het gaat om een sanering als gevolg van teruglopende inkomsten.

De aangekondigde krantenfusie gaat ten koste van de regionale kranten in onder meer Rotterdam, Den Haag en Utrecht, die hun identiteit niet zullen kunnen behouden in een randstedelijk conglomeraat en dus onherroepelijk op grotere afstand van hun doelgroep, de consument van lokaal nieuws, komen te staan.

Nu kan men redeneren dat dit onvermijdelijk is, gegeven de krimpende lezersmarkt. Maar ik heb, zonder te willen pretenderen dat ik beschik over de bedrijfseconomische inzichten van Bouwman en Houwert, mijn twijfels over de koers die hun voor ogen staat. De nieuwe krant die zij `in de markt willen zetten', moet concurreren met De Telegraaf. Maar is op de lezersmarkt werkelijk behoefte aan twee Telegrafen? En wie kan een betere Telegraaf maken dan de Telegraaf-redactie? Die krant, wat je er ook van vinden mag, is niet verzonnen op de tekentafel in een directiekantoor. Zij heeft als journalistiek product een organische ontwikkeling doorgemaakt en kent een eigen dynamiek.

Ook het Telegraafconcern heeft in de loop van de afgelopen jaren een flink aantal regionale kranten opgeslokt. Toch piekerden de strategen aan de Amsterdamse Basisweg er niet over de abonnees van, bijvoorbeeld, De Gooi- en Eemlander dan maar even over te hevelen naar het landelijke ochtendblad. Ze keken wel link uit. Lezers laten zich trouwens niet zomaar overhevelen. Die hebben daar zelf iets over te zeggen.

PCM en Wegener weten dat ook wel, maar zij verkeren blijkbaar in paniek. ,,Goed, het kan tienduizenden abonnees kosten, maar stilzitten doet dat ook'', zegt Houwert. Daarom willen de uitgevers een nieuwe lezersmarkt aanboren door de fusiekrant ,,sterk vanuit het lezersperspectief'' te maken.

Ook dat klinkt mooi. Op die manier heeft Linda de Mol toch ook maar mooi een nieuw tijdschrift, Linda, van de grond gekregen? Ik geloof er niet in. Wat is dat dan, het lezersperspectief? Een Rotterdamse burger wil, zou ik denken, niet worden gereduceerd tot doelgroep met een bepaald opleidingsniveau, `marktsegment mbo-plus', wat dat ook moge betekenen voor iemands maatschappelijke interesse. Dat is minachting voor de lezer. Die lezer wil worden bediend als belangstellende en belanghebbende in de stad.

Als een fusie onafwendbaar is, en de uitgever wil een krant dichter bij de lezer brengen, ligt het dus eerder voor de hand juist de regionale dagbladen te versterken. Ook al hebben zij het moeilijk, dat doet niet af aan de onmisbaarheid ervan voor onder meer de lokale democratie.

Die houdt meer in dan wat zich afspeelt op een stadhuis, maar omvat ook wat er gebeurt op straat, in scholen, bedrijven, theaters, in coffeeshops en op voetbalvelden, of in de krochten van het Rotterdams Havenbedrijf, waar miljoenen euro's gemeenschapsgeld zijn weggegoocheld.

Lezer mbo-plus? Single? Bierdrinkend? Met caravan? Thuisklusser? Hou toch op, de lezer van een regionale krant wil eerlijke, begrijpelijke, relevante informatie over de nabije leefomgeving. Denk ik. Zij vertrouwen wat vertrouwd is. PCM en Wegener zouden dus beter, in plaats van een nep-Telegraaf te ambiëren, het volle pond aan hun regionale kranten kunnen geven.

Ik zie de uitgeversconcerns niet als boosaardige vijanden van de journalistiek, zolang zij de redactionele onafhankelijkheid erkennen. Hun doel is uiteraard hun kranten te laten renderen en journalisten moeten erkennen dat hier economische wetten gelden. Op hun beurt moeten de uitgevers beseffen dat de cultuur – waarvan kranten een onderdeel zijn – ook nog eens een autonome betekenis heeft.

PCM is daar hardhandig mee geconfronteerd toen het literaire uitgeverijen ging bestieren op de wijze van filialen van ABN Amro. De schrijvers, die niet wilden schrijven `vanuit de lezer' en voor de bestseller-markt, trokken een lange neus.

Nu weent PCM dikke tranen van spijt over de veronachtzaming van de autonomie van uitgeverij Meulenhoff. Een fusieplan is teruggedraaid met de woorden: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Hopelijk breekt dit inzicht ook tijdig door over het onzalige plan in Rotterdam, Den Haag en Utrecht een journalistieke kaalslag door te voeren.