Van oude mannen

De twee oude mannen van de Israëlische politiek zijn weer eens tot elkaar veroordeeld. Nadat enkele kleine partijen wegens onenigheid over het nederzettingenbeleid uit zijn coalitie stapten, en premier Ariel Sharon de meerderheid in het parlement verloor, was het automatisch de oppositie die soelaas moest bieden. Voor de tweede keer in minder dan vijf jaar zitten de twee grootste politieke partijen van Israël – Likud en de Arbeidspartij – in één regering. Noodgedwongen, zonder genegenheid en met een grote kans op een splijtende ruzie. Brede coalities werken zelden in de politiek. Ze komen het democratisch gehalte niet ten goede en vroeg of laat zal de ene of de andere partij concluderen dat de verschillen onoverbrugbaar zijn. De politiek leeft juist van verschillen; het heeft weinig zin die te ontkennen of te negeren.

Sharons opties waren echter beperkt. Net voor de sabbat sloten hij en Shimon Peres van de Arbeidspartij afgelopen vrijdag een regeerakkoord op hoofdlijnen. De twee kennen elkaar door en door. Dat kan onaangename verrassingen uitsluiten en aangezien beiden de hete adem van de tijd in hun nek voelen en Israëls problemen onveranderd groot zijn, bestaat de kans dat hun samenwerking nu meer oplevert dan in het verleden. De nood is in ieder geval hoog. Het `vredesproces' is vastgelopen, de oorlog tegen de Palestijnen is behalve een menselijk ook een financieel-economisch drama, de demografische ontwikkeling baart zorgen en de nederzettingenpolitiek moet dringend een vervolg krijgen.

Dat laatste wordt de hoofdtaak van de coalitie. Tot de parlementsverkiezingen in 2006 moet de regering-Sharon/Peres alle nederzettingen in de Gazastrook ontmantelen. Dat zal niet gemakkelijk zijn, maar de pijn ligt toch elders. Het is nog steeds onduidelijk of Sharons opmerkelijke initiatief om Gaza te ontruimen, bedoeld is als concessie aan de onaantastbaarheid van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Voor Sharon, zelf de grootste pleitbezorger van Israëls kolonies, is het ondenkbaar dat hij de verstedelijkte nederzettingen op de Westoever opgeeft. De feiten die daar in beton zijn gegoten, zullen bij zijn leven niet ongedaan worden gemaakt. Peres denkt daar anders over, en de vraag wiens wil wet wordt is mede met het oog op de stichting van een Palestijnse staat van existentieel belang.

Geen Palestina zonder een stop op de bouw van nieuwe nederzettingen. Als Israël de dialoog met de Palestijnen weer op gang wil krijgen, zal de belangrijkste boodschap moeten zijn dat het land sowieso geen nieuwbouw meer pleegt op de Westoever. Van dat proces moet Shimon Peres de bewaker zijn. Of het probleem van de bestaande nederzettingen kan worden aangepakt – die een Palestijnse staat net zo goed in de weg staan – wordt de grote en misschien wel laatste beproeving voor deze dinosaurussen van de Israëlische politiek.