SER adviseert: laat ouderen aan AOW meebetalen

AOW'ers moeten in de toekomst zelf premie betalen voor hun ouderdomsuitkering. Dat is de strekking van een nog vertrouwelijk advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) aan de Tweede Kamer.

Het advies is voorbereid door een commissie en moet nog door de voltallige raad worden vastgesteld. Ouderen zonder aanvullend pensioen of met alleen een klein aanvullend pensioen zouden van de premieheffing vrijgesteld moeten worden.

De SER, waarin vakbeweging, werkgeversorganisaties en kroonleden zijn vertegenwoordigd, brengt gewoonlijk alleen advies uit aan het kabinet. De Tweede Kamer vroeg de raad in mei voor het eerst om een advies. Het is bedoeld voor de themacommissie ouderenbeleid van de Kamer, die komend najaar haar eindrapport uitbrengt.

De kosten van de AOW – een uitkering voor 65-plussers van netto 862 euro per maand voor ongehuwden en 608 euro voor gehuwden – stijgen de komende decennia door de vergrijzing. Deze ouderdomsuitkering wordt nu betaald uit een premie die wordt ingehouden op het inkomen van werkenden en uit een rijksbijdrage uit de belastinginkomsten. Een ad hoc commissie van de SER, onder leiding van de Leidse hoogleraar K.P. Goudswaard, adviseert de te verwachten kostenstijging evenwichter over de generaties te verdelen. Dat kan door AOW'ers zelf ook premie te laten afdragen. De SER is het hier unaniem over eens, zegt raadslid D. Terpstra, voorzitter van de vakcentrale CNV. ,,Om de toekomst van de AOW veilig te stellen moeten de generaties solidair zijn, ook AOW'ers met een wat hoger aanvullend pensioen.''

Verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd acht de raad ,,thans niet wenselijk en ook niet nodig''. De raad pleit voor een ,,geleidelijke uitbreiding van de AOW-financiering uit de algemene middelen (of fiscalisering)''. Daarbij zou het lagere belastingtarief voor ouderen in de inkomenstenbelasting komen te vervallen.

De SER vindt verder dat langer doorwerken, bijvoorbeeld in deeltijdpensioen, gestimuleerd moet worden. Daarnaast pleit de SER voor het aanpassen van de opbouw van AOW-rechten. Nu krijgen alleen mensen die van hun vijftiende tot hun 65ste in Nederland hebben gewoond een volledige AOW-uitkering. De SER wil die periode verkorten tot veertig jaar.