Roemenië neemt afscheid van een tijdperk

Ion Iliescu vertrekt als president van Roemenië. Traian Basescu vandaag neemt de fakkel over. Roemenië neemt afscheid van een tijdperk: tien van de vijftien jaar die zijn verstreken sinds de val van Nicolae Ceausescu zijn door Iliescu gedomineerd.

Met het aantreden van Traian Basescu nemen de Roemenen afscheid van Ion Iliescu. Ze nemen ook afscheid van een tijdperk, want de president heeft tien jaar lang (van 1990 tot 1996 en van 2000 tot nu) zijn stempel gedrukt op de koers van het land. Het afscheid is overigens nog maar betrekkelijk, want Iliescu gaat, als hij het presidentiële paleis Cotroceni heeft ontruimd, weer de sociaal-democratische partij PSD leiden en is bovendien senator: ,,Ik heb nog een rol te spelen.''

Iliescu is charismatisch. Hij is ook omstreden. Begin jaren zeventig was hij de tweede man van het regime van Nicolae Ceausescu, als secretaris van het Centraal Comité, als minister van Jeugdzaken, tevens verantwoordelijk voor ideologie. Aan dat kroonprinsschap van de apparatsjik kwam een eind na een bezoek van Ceausescu aan Mao's China China en Kim Il Sungs Noord-Korea. Daar leerde de Wakende Eik van de Karpaten de Culturele Revolutie en de schittering van de persoonsverheerlijking kennen. Terug in Boekarest haalde hij de teugels aan, politiek zowel als cultureel. Iliescu kon de draai niet meemaken en werd gedegradeerd tot provinciaal partijsecretaris.

Na de val en executie van Ceau¸­sescu in december 1989 plaatste Iliescu – als partij-veteraan gepokt en gemazeld als het gaat om macht – zich aan het hoofd van het Front van Nationale Redding, dat in het machtsvacuüm sprong. Sindsdien is hij, met een onderbreking tussen 1996 en 2000, in hoge mate de gang van zaken in het post-communistische Roemenië blijven bepalen.

Er zijn eigenlijk twee Iliescu`s, want de verschillen tussen de beide ambtstermijnen zijn groot. In zijn eerste termijn was Iliescu het prototype van de opportunist die simpelweg zijn communistische jas had uitgedaan, een sociaal-democratische jas had aangetrokken, een democratisch woordenboek uit de la had gehaald en verder deed alsof zijn verleden en zijn ideologische bagage geen rol meer speelden.

Dat deden ze wel. Iliescu was in zijn eerste termijn een intrigerende manipulator die de mijnwerkers uit het Jiu-dal te hulp riep om in Boekarest democratische studenten in elkaar te meppen (zes doden) en die met ondemocratische middelen democratische rivalen uit de macht verdrong. Zijn regime liet na de communistische partij te zuiveren. De Securitate, de geheime dienst van Ceausescu, werd afgeslankt en omgedoopt, maar evenmin gezuiverd. Het bewind ging, als dat uitkwam, in zee met xenofobe, antisemitische partijen, schond de begin 1990 gedane beloften aan de Hongaarse minderheid en ontdook de VN-sancties tegen het Joegoslavië van Iliescu's persoonlijke vriend Miloševic. Iliescu steunde verbaal Roemenië's Europese integratie, maar verzette zich in de praktijk tegen hervormingen, vertraagde of zwakte ze af. Het Roemenië van toen had als stiekeme lijfspreuk een Roemeens gezegde: zicem ca voi, facem ca noi, we praten jullie na maar doen wat we zelf willen. Of: apa trece, pietrele ramân: het water vliedt verder, de rotsen blijven.

En bovenal was Iliescu in die eerste termijn de architect van de omvorming van de regerende sociaal-democratische (ex-communistische) partij tot een machtskartel, een corrupt netwerk van oude kompanen uit de communistische tijd die zich meester maakten van de macht, de economie, de staat, de cultuur, die kritische media dwars zaten, staatsinstellingen voor politieke doeleinden misbruikten, opposanten intimideerden, rechters onder druk zetten en de macht onderling verdeelden. ,,De revolutie is gestolen'', heette het, en Iliescu was de architect van de diefstal.

Het leverde hem en zijn partij in 1996 een verkiezingsnederlaag op: de Roemenen waren het systeem beu en Iliescu c.s. verdwenen naar de oppositie. De democratische(r) regering van de zwakke, maar integere president Constantinescu begon met puinruimen en hervormen. Maar de sociale prijs was zo hoog, dat de sociaal-democraten vier jaar later, in 2000, opnieuw op het pluche belandden.

In zijn tweede termijn kregen de Roemenen een andere Iliescu te zien, een die meer op de achtergrond bleef, die zijn best deed de rol van wijze vader des vaderlands en president van alle Roemenen te spelen, die confrontaties liefst vermeed en zich soms zelfs verzoende met mensen wier leven hij eerder zuur had gemaakt, zoals ex-koning Michael, die hij in zijn eerste ambtstermijn nog het land had uitgezet. De `tweede' Iliescu was een president die zich duidelijker inzette voor de Europese integratie van zijn land, die zich duidelijk ook – heel anders dan in zijn eerste termijn – bekommerde om de vraag hoe hij straks in de geschiedenisboekjes wordt beschreven, en die zich navenant gedroeg. Dat hij vorige week op de valreep nog een paar forse blunders maakte – de gratie voor voormalig mijnwerkersleider Miron Cozma en het lintje voor de ultra-nationalist Corneliu Vadim Tudor – overschaduwde de ommekeer in zijn tweede termijn, maar maakt die niet ongedaan.

Wat blijft, ook nu Iliescu opstapt, is het restant van dat door hem in zijn eerste termijn opgebouwde systeem, dat machtskartel van oude vrienden uit de communistische tijd. Het vertoont barsten en breuken en raakt heel langzaam in verval, want de nomenklatoera van toen sterft uit, een nieuwe generatie komt op, een nieuwe middenklasse verschijnt, zij het vooralsnog alleen in de steden. Het systeem bestaat nog, maar Europese normen vestigen zich, stukje bij beetje. Roemenië wordt op de drempel van de Europese Unie op de vingers gezien, en laat zich op de vingers zien, hoe contrecoeur misschien ook, althans: tot nu toe. Het verandert. Dat het oppositieleider Traian Basescu is die Iliescu opvolgt, en niet diens favoriet, premier Adrian Nastase (ondanks diens indrukwekkende prestaties op economisch gebied), is daar een teken van.