Ritsma (85) gestopt

De afzetheup ging bij elke slag omhoog. Bovendien stond het gezicht niet fris. Aldus de commentatoren. En inderdaad, de diepe groeven stonden meer rond de mondhoeken van Rintje Ritsma dan op het ijs. Hij oogde zwaarder dan voorheen. De enorme hoeveelheid spieren in billen en bovenbenen wegen inmiddels zoveel, dat je gerust kunt stellen dat Ritsma zichzelf meetorst. Dit is gewichtheffen op de schaats, een nieuw fenomeen.

Een leger aan journalisten stond klaar om de afgang van de Beer van Lemmer vanwege verhuizing naar België omgedoopt tot de Hork van Hoogstraten mee te maken. Ritsma is ideaal om te prikkelen. Je steekt je vinger een paar keer in zijn zij en hij begint te knorren. Hij weet het na 34 jaar van sporten en leven goed: koppig zijn is zijn beste én zijn slechtste eigenschap.

Kirrende meisjes die niet de race maar zijn naakte lichaam `visualiseren' staan nauwelijks meer langs de baan. De bakvissen zijn verdrongen door starre mannen, critici die `dom gelul' uitbraken. Woedend is Rintje Ritsma, als groot kampioen in zijn eer aangetast. Hij maakt zelf uit wanneer hij definitief van het ijs stapt. Voor de radio sprak hij gisterenavond magische woorden: ,,Stoppen doe ik in stilte.''

Ritsma gaat door. Groot gelijk.

Ik wil nu dan ook een doorgang zien in stijl. Ritsma blijft schaatsen tot hij niet meer kan. Voor dezelfde microfoon: ,,We blijven lekker in de rondte rijden. Dit is geen schokkende leeftijd om topsport te bedrijven. Er zit nog veel rek op alle afstanden. Mijn seizoen is hier begonnen. Het is toch ook mooi om er een paar schaatsers bij te hebben als bladvulling.''

Ritsma als bladvulling.

Hij kent zijn marktwaarde. TVM is als hoofdsponsor allang vertrokken uit het wielrennen maar Ritsma rijdt nog altijd vrolijk zijn rondjes met die drie, wat ouderwets aandoende letters. Rijden met een verzekeringsnaam op je schaatspak, dat moet als een geruststelling aanvoelen. Om zijn oude dag hoeft Rintje zich niet meer te bekommeren.

Ritsma schaatst en schaatst en schaatst.

Terwijl jonge jongens hem links en rechts passeren op de baan, blijft Rintje Ritsma volhouden. Eindelijk heeft het publiek weer een cultfiguur in de schaatssport. Wie herinnert zich niet de oude Krienbühl en Gomez die zich schokschouderend en stram door de bochten wrongen?

We maken de komende decennia mee hoe de oude jongen uit Lemmer het schaatsen langzaam weer afleert. De vijf kilometer rijdt hij in de tijd van de snelste tien kilometer, de klapschaats wordt verruild voor de Friese doorloper. Het ijs van de schaatsbaan is ingesmeerd met glijmiddel en Ritsma krast maar door. Hij krijgt er geen genoeg van en wij ook niet.

Een winter komt, een winter gaat.

In evenwicht gehouden door een rollator maakt de oude held zijn rondjes over het Friese kunstijs, in een schaatspak dat beplakt is met reclame voor seniorluiers. Hij stoppen? Nooit. In het restaurant van de ijsbaan zwaaien bejaarde dames de lieverd toe vanachter de ruiten terwijl ze met een lepel de lekkende kers uit de vla op een schoteltje wippen.

Dan komen zijn laatste slagen. Zelfs op dubbele ijzertjes achter een stoel met vier poten redt de oude Ritsma het niet meer. De afzetheupen zijn aan vervanging toe. Het schaatsen is verjaard, het lijkt meer vallen dan opstaan. Ritsma kruipt over de baan naar de kant. Zijn vingers zijn van ijs en willen niet meer gloeien in de warme oksels van zijn vrouw. Trouwe fans helpen hem van de baan, ze sleuren hem op een bankje. Zijn wijsvinger gaat naar de mond. Het stadion houdt de adem in. Hij strompelt de catacomben in.

Ritsma (85) is in stilte gestopt.