Pampus

Vorige week beleefden we een primeur: een fout in Het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Ik heb het zelf niet gezien, want ik heb een hekel aan dictees, maar ik werd er uitvoerig over geïnformeerd. De jury rekende voor pampus liggen fout omdat men meende dat Pampus met een hoofdletter moet.

Let wel: het gaat hier niet om een of ander dorpsdictee, ingeklemd tussen braderie en linedancing, maar om Het Groot Dictee der Nederlandse Taal – met víjf hoofdletters. In de jury zitten diverse hoogleraren en taalgeleerden en ik heb me laten vertellen dat de tekst, dit jaar geschreven en voorgedragen door Remco Campert en Jan Mulder, door zo'n twintig spellingdeskundigen is nagekeken. Allemaal zagen zij die pampusfout dus over het hoofd.

Nu moet je weten dat het Groene Boekje, de officiële spellinggids van het Nederlands, volgens de spelregels van het Dictee als eerste scheidsrechter geldt. Staat een woord of uitdrukking daar niet in, dan pakt men de Grote Van Dale erbij.

Volgens de Grote Van Dale schrijf je voor Pampus liggen met een hoofdletter – het gaat immers om de naam van een eilandje bij Amsterdam, waar schepen in het verleden moesten wachten tot ze bij hoogwater over de zandplaat konden worden getrokken. Of Campert en Mulder in het Groene Boekje hebben gekeken weet ik niet, maar die twintig spellingdeskundigen vast wel en zij konden voor Pampus liggen niet vinden. Toch staat het er wel degelijk in, bij het woord voor. Pas kort na de uitzending kwam men hierachter. En helaas, volgens de officiële spellinggids schrijf je pampus zónder hoofdletter.

Je kunt je afvragen wat juist is: pampus of Pampus. Ik denk mét hoofdletter, maar er is een dringender vraag: als twintig spellingdeskundigen, onder wie samenstellers van het Groene Boekje, niet op het idee komen om bij voor te kijken als ze willen weten hoe je Pampus schrijft, staat dit dan wel op de goede plaats?!

Nee dus. En Pampus is geen uitzondering. In 1996 heeft Harry Cohen een overzicht gemaakt van hoe dit soort woordgroepen in het Groene Boekje wordt behandeld. Dat is werkelijk om te huilen. Stel: u wilt weten hoe je diefjesmaat schrijft. Waar moet je dan kijken? Bij de T. Van: 't is dief en diefjesmaat. De spelling van hermandad (met of zonder hoofdletter?) vindt u bij de D. U weet wel, van: de heilige hermandad. Is het wiedus of wiedes? Hiervoor moet u bij de N zijn, precies, van nogal.

Voor de goede orde: het gaat hier niet om een handvol lexicografische absurditeiten. Volgens Cohen bevat het Groene Boekje, dat verplicht is bij overheid en onderwijs, zo'n vierhonderd van dit soort gevallen. Je vindt ze bij bosjes bij de woorden te, ter, ten, in en van. ,,De prijs voor de best verstopte woordgroep'', aldus Cohen, ,,gaat naar te kwader ure. Deze uitdrukking is niet bij uur te vinden, ook niet bij kwaad, ook niet op z'n alfabetische plaats, maar bij te goeder (kwader) ure.''

Volgend jaar oktober komt er een nieuw Groen Boekje (en dus: nieuwe woordenboeken). Je mag hopen dat er dan nog eens goed naar dit soort woordgroepen wordt gekeken. En dat de betere samenwerking met uitgevers en woordenboekenmakers, die ons door de Taalunie in het vooruitzicht is gesteld, zal leiden tot grotere eenduidigheid bij de spelling van uitdrukkingen met een eigennaam. Bij Pampus is dit de huidige stand van zaken: volgens Koenen, Kramers, de Grote Van Dale en Van Dale hedendaags Nederlands moet dit mét een hoofdletter. Nota bene: officieel is dit dus fout! Volgens Verschueren, het Groene Boekje en de Spellingwijzer van Onze Taal moet het met een kleine letter. Officieel goed, maar op grond van vergelijkbare gevallen zeer aanvechtbaar.

Reacties naar sanders@nrc.nl