Niks drugs, we gaan handballen

Handbal als alternatief voor drank en drugs. Het blijkt te werken. In Volendam zelfs zo goed, dat de plaatselijke club koploper is in de eredivisie. ,,Volendam is nu vis, voetbal én handbal.''

De betekenis van handbal in Volendam gaat verder dan de bal zo vaak mogelijk in het doel van de tegenstander gooien. De plaatselijke vereniging KRAS/Volendam wil een sociaal alternatief bieden voor het omvangrijke drank- en drugsprobleem onder Volendamse jongeren onderzoek van de politie in 2002 wees uit dat 50 tot 80 procent in het weekeinde cocaïne gebruikt net zoals de club een therapeutische rol speelt voor leden die drie jaar geleden tot de slachtoffers van de caféramp behoorden. Als de sportieve prestaties als uitgangspunt voor het succes van die aanpak worden genomen, is het dorp aan de beterende hand, want het mannenteam van Volendam staat dankzij een recordaantal van veertien overwinningen op rij stijf aan kop in de eredivisie en is op dit moment veruit de sterkste handbalploeg van Nederland.

Van alle nobele bedoelingen en sportieve successen is op een kille doordeweekse avond in sporthal De Seinpaal weinig te merken. In de verouderde accommodatie werken de Volendamse handballers een weliswaar intensieve, maar bepaald geen spirituele training af. Deels het gevolg van de incomplete selectie – vier spelers verblijven met het Nederlands team voor een toernooi in Luxemburg – en deels het gevolg van het naderende vrije weekeinde. Door de verplichtingen van de nationale ploeg ligt de competitie even stil en speelt Volendam de topper tegen nummer twee Aalsmeer pas de donderdag voor kerst.

Als een verklaring voor het succes niet uit de ambiance van De Seinpaal blijkt, moet die gezocht worden bij het bestuur en de technische staf. En dan is Piet Kes de eerst aangewezene. Hij is al ,,ik weet niet hoe lang'' voorzitter van de club, waar de bestuurder zelf een weinig succesvol verleden als speler kende. Hij is vergroeid met de club, die mede dankzij zijn inspanningen de laatste jaren in sportief opzicht een spectaculaire progressie heeft gemaakt.

Kes: ,,Op een goed moment hebben we gekozen voor een diepere doelstelling om de jeugd van de straat te houden; het gebruik van drank en drugs is een groot probleem in Volendam. Wij hebben geredeneerd: wil je een gezond alternatief bieden, maar vooral aantrekkingskracht op jongeren uitoefenen, dan zul je met het eerste team aansprekende resultaten moeten boeken. Overigens heb ik mijn twijfels of het alcohol- en drugsgebruik in Volendam veel groter is dan elders. We leven hier in een gesloten en sociaal gecontroleerde gemeenschap; gemiddeld weten de inwoners meer van elkaar dan elders.''

Die mening wordt gedeeld door speler Marco Beers naast Patrick Kersten één van de twee routiniers in de succesploeg die na een verblijf van vijf jaar in Duitsland in Volendam is teruggekeerd. ,,Er is altijd al een probleem met drank en drugs geweest, het is alleen de laatste jaren wat groter geworden'', vertelt hij. ,,Als een Volendammer iets doet, doet-ie dat goed. En dat geldt ook voor uitgaan. Na een week hard werken, willen ze écht stappen. En geld is het probleem niet, daar verdienen ze goed genoeg voor. Binnen de club hebben veel mensen zich erg ingespannen om de jongeren buiten de uitgaansgelegenheden aan de Dijk te houden. En als dat bij enkelen lukt, is dat een mooie beloning. Voor een aantal van onze spelers heeft het gewerkt, dat geloof ik echt. Zelf heb ik de verleiding kunnen weerstaan. Ik ging ook stappen en was ook wel eens dronken, maar het bleef altijd binnen de perken.''

De investering in het succes door het Volendam-bestuur had al snel resulaat, mede omdat Claus Veerman, een van de betere handballers die Nederland heeft gekend, eind jaren negentig het verzoek van de club honoreerde zijn nadagen in zijn geboortedorp te slijten. In diens kielzog kwamen routiniers als Marcel Metz, Ruud van de Broeck en Pim Ligthart mee naar Volendam; samen met een lichting lokale talenten werd al snel promotie naar de eredivisie afgedwongen, waarmee de aanval op de gevestigde orde was ingezet.

Na een jarenlange dominantie van Limburgse clubs of Aalsmeer lijkt Volendam het gezag bij het mannenhandbal over te nemen. Met de intentie structureel een rol van betekenis te spelen. Voorzitter Kes en de zijnen hebben daar een speciale opvatting over. ,,Wij streven een handbalinstituut na'', zegt Kes. ,,We willen onze spelers opleiden voor buitenlandse competities en bij terugkeer naar Nederland een beroep doen op hun Volendamse verbondenheid, zodat ze de laatste jaren van hun carrière bij ons willen slijten. Wij kunnen dan nog enige jaren profijt van ze hebben, terwijl zij op hun beurt jonge talent kunnen begeleiden. Maar we realiseren ons dat zo'n cyclus alleen in stand kan worden gehouden met een goede jeugdopleiding. Daar werken we hard aan.''

Als lichtend voorbeeld geldt Marco Beers, die Volendam ooit verliet wegens gebrek aan ambitie bij de club. Hij verkaste naar rivaal Aalsmeer om vandaar door te stoten naar de Duitse Bundesligaclub VfL Gummersbach, de succesvolste club ter wereld. Via Wilhelmshavener HV keerde Beers dit jaar terug naar Volendam, omdat zijn zoon vier was geworden en naar de basisschool moest. Beers ruilde zijn bestaan als fullprof in voor zijn oude baan als timmerman, zodat hij zijn handbalcarrière noodgedwongen moet combineren met een werkweek van veertig uur. Zwaar, maar te doen, oordeelt Beers, die de leidende speler van het team is. Volgens trainer Peter Portegen kon vooral dankzij de komst van Beers de stap naar de top van de ranglijst worden gemaakt. Zelf bagatelliseert de routinier zijn rol. Beers: ,,Volendam is al jaren goed bezig met de opleiding van talenten. Zij vormen de basis van het succes; de routiniers brengen slechts ervaring in. Maar die mix heeft wel geleid tot een sterke selectie.''

Hoewel het een hypothetische veronderstelling is, mag worden aangenomen dat Volendam met enige vertraging de koppositie van de eredivisie heeft bereikt. De caféramp op nieuwjaarsdag 2001 heeft diepe wonden in de club geslagen en heeft vrijwel zeker tot stagnatie in de ontwikkeling van een aantal grote talenten geleid. De vier huidige internationals van de club waren allen slachtoffer van de brand in het Hemeltje. Doelman Jeroen Weber heeft zelfs in acuut levensgevaar verkeerd. Vergeleken met hem zijn Dick Tuip, Tom Schilder, Herman Tol en Jan Bond er met kwetsuren aan knieën, handen en longen genadig vanaf gekomen. ,,Maar de ramp zit nog wel in hun hoofden'', vertelt voorzitter Kes. ,,En dat maakt de huidige prestatie des te opmerkelijker.''

Zeker is dat na de ramp in het team de onverzettelijkheid is toegenomen en de verbondenheid is gegroeid. De uit Arnhem afkomstige trainer Peter Portengen merkt dat nadrukkelijk. ,,Het is een vriendenploeg'', constateert hij. ,,En het is een team van harde werkers, jongens die gewend zijn vroeg op te staan en overdag de handen uit de mouwen te steken. En ze zijn stuk voor stuk ambitieus. Vooral dat aspect spreekt me aan, want ik ga alleen bij een club aan de slag als de spelers bereid zijn veel en hard te trainen. Beleving telt voor mij heel zwaar. Het gaat mij vooral om de wil om beter te worden. Wie in zichzelf investeert, wordt op termijn beloond. Daarnaast hecht ik aan mooi handbal; mijn filosofie is dat ook het publiek vermaakt moet worden. En dat proces verloopt naar wens. Je kunt nu al zeggen dat Volendam vis, voetbal én handbal is.''

Wat de schoonheid van het spel betreft komen de bezoekers bij wedstrijden van Volendam aan hun trekken, hoewel Portengen vindt dat het beter kan. Bij vlagen wordt er flitsend gespeeld. De enige uitzondering was de Europa-Cupwedstrijd in Banja Luka, de stad in Bosnië-Herzegovina waarop de oorlog in Joegoslavië een vernietigende uitwerking heeft gehad. Volendam verloor met twaalf doelpunten verschil, waarna een krachtsexplosie in de return in Volendam weliswaar tot een overwinning met tien doelpunten verschil leidde, maar niet tot plaatsing voor de tweede ronde. In die twee wedstrijden kwam Volendam tot het inzicht dat dominantie in Nederland geen garantie voor internationaal succes is.

Grote ambities buiten de landsgrenzen heeft Volendam vooralsnog niet. Eerst maar eens kampioen van Nederland worden, want die titel heeft de club nooit behaald. Tegen die achtergrond is de koppositie overigens niet meer dan een indicatie dat Volendam tot de sterkste ploegen van Nederland behoort. Want de prijzen worden pas na de reguliere competitie in de play-offs tussen de nummers één tot en met zes verdeeld. Of zoals trainer Portegen het zegt: ,,We hebben nog niks gewonnen. Je bekroont jezelf pas met een prijs.''